Nederlands laagland cursus 8 t/m 11
Cursus 8: voorgeschiedenis en middeleeuwen
Voorgeschiedenis
Begrippen:
epos: een verhaal over een (mythologische) held
polis: stadstaat: burgers konden door verkiezing bestuurstaken krijgen
tragedie: opvoering in Grieks open lucht theater (500-401 v. Chr.)
expositio (tragedie): beschrijving van wat er al is gebeurd
peripeteia (tragedie): beslissende wending na crisis (intrige)
catastrofe (tragedie): ondergang als einde (einde kan ook een verzoening zijn)
katharsis (tragedie): uitwerking van een Griekse tragedie
propagandamiddel: keizer Augustus zorgde d.m.v. kunst en literatuur ervoor dat zijn positie
door alle Romeinen werd aanvaard
vier evangelisten: Matteus, Marcus, Lucas en Johannes schreven teksten over het leven, de
leer, de kruisdood en opstanding van Jezus Christus (Nieuwe Testament)
Belangrijke werken/personen:
Augustus: eerste Romeinse keizer (27 v. Chr.)
8.1 Historische context
Begrippen:
kerstening: verkondiging christendom in West-Europa (macht en invloed)
kruistochten: reactie van christelijk West-Europa op de uitbreidende macht van de
islamitische Arabieren (1096-1291)
Nederlanden/lage landen: gewesten, geen nationale eenheid
graaf: bestuurder gewest Holland, breidden macht uit in 1100-1200
reguliere geestelijkheid: monniken en nonnen, leefden in kloosters naar regels kloosterorde
seculiere geestelijkheid: paus, bisschoppen en pastoors, wereldlijke geestelijken, zielzorg
voor gelovigen
eercultuur: norm voor het individuele gedrag in aanzien of waardering van anderen
burgerlijke mentaliteit: vrede nodig voor handel (o.a. slimheid, individualiteit, redelijkheid)
schrijfcultuur: steeds meer (vorsten en opkomende steden voor bestuur en administratie),
men had behoefte aan geschoold personeel dat kon lezen en schrijven
drie literaire milieus (middeleeuwen): de wereldlijke, adellijke hoven, een wereldlijk publiek in
de steden en een geestelijk milieu van kloosterlingen, bisschoppelijke hoven en religieuze
groepen
manuscripten: handgeschreven boeken
, Belangrijke werken/personen:
Karel de Grote: Frankische koning die in 800 tot keizer gekroond werd
Mohammed: de in Mekka geboren profeet van de islam (overleed in 632)
Adalbero: standentheorie
8.2 Culturele context
Begrippen:
symboliek: concrete, zichtbare dingen verwezen naar een diepere, hogere werkelijkheid
Gotische kathedralen: kathedralen waar de lichtsymboliek centraal stond
mecenas: een opdrachtgever als een adellijk heer, een groep rijke stedelingen of een abt
van een klooster
artistieke traditie: niet streven naar origineel zijn, maar werk voegen in de bestaande traditie
gregoriaans: bepaalde eenstemmige, geestelijke muziek, bedoeld om gelovigen in een
gewijde (gezegende) en vrome (deugdzame) stemming te brengen
hoofsheid (gedragsregels om onderlinge spanningen te voorkomen
dienstbaarheid: werken in het belang van iemand anders
wereldlijke cultuur: de onafhankelijke hoofse cultuur vormde een tegenwicht tegen de
christelijke cultuur
8.3 Literaire ontwikkelingen
Begrippen:
clericus: iemand met een kerkelijke opleiding
vermaken en leren: doelen van een schrijver
brontekst: een middeleeuws verhaal gaat altijd terug op een of meerdere andere teksten
voorleescultuur: middeleeuwse teksten werden aan een bepaalde groep toehoorders
voorgelezen
rijm: teksten werden deels uit het hoofd opgedragen en daarom waren ze op rijm
ridderromans: verhalen over ridders (vanaf 1200), educatief en voor ontspanning
eliteliteratuur (ridderroman): literatuur voor de adel, ridderschap en wellicht leden van het
patriciaat (bestuurdersfamilie)
ridderromans spelend in Troje: antikiserende romans
Karelepiek: middeleeuwse verhalen waarin Karel de Grote of zijn vazallen centraal staan
chanson de geste: liederen over heldendaden uit de Franse literatuur, een aantal is
vervormd van een historische gebeurtenis
epische concentratie: historische feiten over meerdere personen worden aan één beroemd
persoon toegedicht
Cursus 8: voorgeschiedenis en middeleeuwen
Voorgeschiedenis
Begrippen:
epos: een verhaal over een (mythologische) held
polis: stadstaat: burgers konden door verkiezing bestuurstaken krijgen
tragedie: opvoering in Grieks open lucht theater (500-401 v. Chr.)
expositio (tragedie): beschrijving van wat er al is gebeurd
peripeteia (tragedie): beslissende wending na crisis (intrige)
catastrofe (tragedie): ondergang als einde (einde kan ook een verzoening zijn)
katharsis (tragedie): uitwerking van een Griekse tragedie
propagandamiddel: keizer Augustus zorgde d.m.v. kunst en literatuur ervoor dat zijn positie
door alle Romeinen werd aanvaard
vier evangelisten: Matteus, Marcus, Lucas en Johannes schreven teksten over het leven, de
leer, de kruisdood en opstanding van Jezus Christus (Nieuwe Testament)
Belangrijke werken/personen:
Augustus: eerste Romeinse keizer (27 v. Chr.)
8.1 Historische context
Begrippen:
kerstening: verkondiging christendom in West-Europa (macht en invloed)
kruistochten: reactie van christelijk West-Europa op de uitbreidende macht van de
islamitische Arabieren (1096-1291)
Nederlanden/lage landen: gewesten, geen nationale eenheid
graaf: bestuurder gewest Holland, breidden macht uit in 1100-1200
reguliere geestelijkheid: monniken en nonnen, leefden in kloosters naar regels kloosterorde
seculiere geestelijkheid: paus, bisschoppen en pastoors, wereldlijke geestelijken, zielzorg
voor gelovigen
eercultuur: norm voor het individuele gedrag in aanzien of waardering van anderen
burgerlijke mentaliteit: vrede nodig voor handel (o.a. slimheid, individualiteit, redelijkheid)
schrijfcultuur: steeds meer (vorsten en opkomende steden voor bestuur en administratie),
men had behoefte aan geschoold personeel dat kon lezen en schrijven
drie literaire milieus (middeleeuwen): de wereldlijke, adellijke hoven, een wereldlijk publiek in
de steden en een geestelijk milieu van kloosterlingen, bisschoppelijke hoven en religieuze
groepen
manuscripten: handgeschreven boeken
, Belangrijke werken/personen:
Karel de Grote: Frankische koning die in 800 tot keizer gekroond werd
Mohammed: de in Mekka geboren profeet van de islam (overleed in 632)
Adalbero: standentheorie
8.2 Culturele context
Begrippen:
symboliek: concrete, zichtbare dingen verwezen naar een diepere, hogere werkelijkheid
Gotische kathedralen: kathedralen waar de lichtsymboliek centraal stond
mecenas: een opdrachtgever als een adellijk heer, een groep rijke stedelingen of een abt
van een klooster
artistieke traditie: niet streven naar origineel zijn, maar werk voegen in de bestaande traditie
gregoriaans: bepaalde eenstemmige, geestelijke muziek, bedoeld om gelovigen in een
gewijde (gezegende) en vrome (deugdzame) stemming te brengen
hoofsheid (gedragsregels om onderlinge spanningen te voorkomen
dienstbaarheid: werken in het belang van iemand anders
wereldlijke cultuur: de onafhankelijke hoofse cultuur vormde een tegenwicht tegen de
christelijke cultuur
8.3 Literaire ontwikkelingen
Begrippen:
clericus: iemand met een kerkelijke opleiding
vermaken en leren: doelen van een schrijver
brontekst: een middeleeuws verhaal gaat altijd terug op een of meerdere andere teksten
voorleescultuur: middeleeuwse teksten werden aan een bepaalde groep toehoorders
voorgelezen
rijm: teksten werden deels uit het hoofd opgedragen en daarom waren ze op rijm
ridderromans: verhalen over ridders (vanaf 1200), educatief en voor ontspanning
eliteliteratuur (ridderroman): literatuur voor de adel, ridderschap en wellicht leden van het
patriciaat (bestuurdersfamilie)
ridderromans spelend in Troje: antikiserende romans
Karelepiek: middeleeuwse verhalen waarin Karel de Grote of zijn vazallen centraal staan
chanson de geste: liederen over heldendaden uit de Franse literatuur, een aantal is
vervormd van een historische gebeurtenis
epische concentratie: historische feiten over meerdere personen worden aan één beroemd
persoon toegedicht