Module 1: Membraanpotentiaal
Deel 1
De mebraanpotentiaal
- In rust is de membraanpotentiaal negatief en
relatief constant stabiel
→ de referentie (‘ground’) buiten de cel is 0,
de binnenkant is dus negatief
De membraanpotentiaal verandert door een
prikkel, 3 soorten potentiaal
a. Receptor potentiaal
b. Synaptic potentiaal
c. Actiepotentiaal
- Voor de actiepotentiaal is de piek veel hoger
De membraan potentiaal is afhankelijk van:
1. De structuur van het celmembraan
- De fosfolipide met hydrofiele kop
- De eiwitten in het celmembraan (vooral ion kanaal eiwit, zorgen voor contact intercellulair en
extracellulair), de lipide laag wordt ook wel een vloeibaar mozaïek genoemd
2. Ionensamenstelling aan beide kanten van het membraan
- Water is de belangrijkste componenet van het cytosol en de
extracellulaire vloeistof
→ de eleketrische deeltje zijn opgelost in water (ionen)
- K+ ionen meer geconcentreerd binnen, na+ en Ca+ meer aan de
buitenkant, Cl- meer aan de buitenkant
,Het celmembraan kun je modeleren als elektrisch circuit
- Elk ionkanaal correspondeert met een in serie geschakelde
batterij en weerstand
Basis van de elektriciteitsleer
Twee basiswetten:
- Wet van Ohm
- Wet van Kirchhoff
Wet van Ohm
Geleidbaarheid i.p.v. weerstand in de fysiologie
Weerstand berekenen parallelle schakeling. Stroom uitrekenen m.b.v. vervangingsweerstand
,De wet van Kirchhoff
- De som van binnekomende stromen is gelijk aan de som van uitgaande stromen (stroom
verdwijnt niet)
Als de kanalen opengaan gaat de stroom als
het ware lopen, deze kanalen lopen allemaal
parallel aan elkaar en dus is er een
vervangingsgeleidbaarheid:
→ Fosfolipide dubbellaag = condensator
Opladen van de condensator:
, Ontladen van de condensator:
- Respons is V∞
→ we noemen RxC de tijdsconstante T van de membraan, de T is de tijd waarin de spanning (Vm)
verandert
- Hoe hoger T des te trager de membraanrespons V∞
Voorbeeld 1.
Deel 1
De mebraanpotentiaal
- In rust is de membraanpotentiaal negatief en
relatief constant stabiel
→ de referentie (‘ground’) buiten de cel is 0,
de binnenkant is dus negatief
De membraanpotentiaal verandert door een
prikkel, 3 soorten potentiaal
a. Receptor potentiaal
b. Synaptic potentiaal
c. Actiepotentiaal
- Voor de actiepotentiaal is de piek veel hoger
De membraan potentiaal is afhankelijk van:
1. De structuur van het celmembraan
- De fosfolipide met hydrofiele kop
- De eiwitten in het celmembraan (vooral ion kanaal eiwit, zorgen voor contact intercellulair en
extracellulair), de lipide laag wordt ook wel een vloeibaar mozaïek genoemd
2. Ionensamenstelling aan beide kanten van het membraan
- Water is de belangrijkste componenet van het cytosol en de
extracellulaire vloeistof
→ de eleketrische deeltje zijn opgelost in water (ionen)
- K+ ionen meer geconcentreerd binnen, na+ en Ca+ meer aan de
buitenkant, Cl- meer aan de buitenkant
,Het celmembraan kun je modeleren als elektrisch circuit
- Elk ionkanaal correspondeert met een in serie geschakelde
batterij en weerstand
Basis van de elektriciteitsleer
Twee basiswetten:
- Wet van Ohm
- Wet van Kirchhoff
Wet van Ohm
Geleidbaarheid i.p.v. weerstand in de fysiologie
Weerstand berekenen parallelle schakeling. Stroom uitrekenen m.b.v. vervangingsweerstand
,De wet van Kirchhoff
- De som van binnekomende stromen is gelijk aan de som van uitgaande stromen (stroom
verdwijnt niet)
Als de kanalen opengaan gaat de stroom als
het ware lopen, deze kanalen lopen allemaal
parallel aan elkaar en dus is er een
vervangingsgeleidbaarheid:
→ Fosfolipide dubbellaag = condensator
Opladen van de condensator:
, Ontladen van de condensator:
- Respons is V∞
→ we noemen RxC de tijdsconstante T van de membraan, de T is de tijd waarin de spanning (Vm)
verandert
- Hoe hoger T des te trager de membraanrespons V∞
Voorbeeld 1.