Samenvatting Gezondheidsrecht Literatuur
Week 1
Asser-serie:
382:
De wetgever heeft bewust voor een privaatrechtelijke regeling gekozen omdat de relatie
tussen de hulpverlener en patiënt veelal berust op een overeenkomst. Het voordeel was dat
de patiënt hierdoor zelf zijn rechten zou kunnen handhaven; de bestuurlijke lasten van de
overheid zouden zodoende niet verzwaard worden.
384:
In andere landen wordt de behandelingsovereenkomst meestal beschouwd als een opdracht,
zonder dat er een bijzondere regeling voor gegeven is.
386:
Wet kwaliteit, klachten en geschillen. Zullen betrekking hebben op de cliëntenrechten
betreffende informatie, toestemming, dossier en bescherming van de persoonlijke
levenssfeer.
387:
De geneeskundige behandelingsovereenkomst is geregeld in afdeling 7.7.5 BW. Deze wordt
ook al wel aangeduid als de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst.
De geneeskundige behandelingsovereenkomst is een overeenkomst van opdracht.: de
opdracht strekt tot behartiging van het individuele gezondheidsbelang van de patiënt, waarbij
de hulpverlener in het algemeen deskundiger is dan de patiënt. De geneeskundige
behandeling heeft enige bijzondere kenmerken. Ten dele zijn dit kenmerken die de arts
gemeen heeft met andere beroepsbeoefenaren, zoals de bijzondere deskundigheid van de
arts die door de patiënt moeilijk te beoordelen is en het regulerende karakter van de
beroepsgroep. Daarnaast wijkt de arts in enige bijzonderheden af van andere
beroepsbeoefenaren. Beoogt de rechtspositie van de patiënt te versterken door een aantal
fundamentele aspecten hiervan vast te leggen. Door een verduidelijking van de geldende
normen zou de rechter minder vaak hoeven worden ingeschakeld en zou de rechter niet
langer aangewezen zijn op moeilijk te vinden of ontbrekende gedragsregels af in zeer
algemene termen geformuleerde normen. De geboden verduidelijking is slechts relatief; de
wettelijke regels kennen uitzonderingen die weer verwijzen naar open normen als de zorg
van een goed hulpverlener.
388:
Belangrijk kenmerk is de afhankelijke positie van de patiënt. Een belangrijke
uitzonderingspositie voor de medische stand. Deze uitzondering wordt wel aldus uitgedrukt
dat de arts een vertrouwensrelatie met de patiënt heeft. Anderzijds is hierom de positie van
de arts ook reeds lang in hoge mate onderworpen aan overheidsregulering. De
overheidsregulering heeft in de moderne tijd de vorm aangenomen van bestuursrechtelijke
regulering van toelating tot het beroep, controle op de opleiding, regulering van voorschrijven
van medicijnen, beperkingen aan de contractsvrijheid. Dit e.e.a. is mede gevolg van de
dominantie in Nederland van een door de overheid gereguleerde verzekeringsbranche, wat
heeft geleid tot de Zorgverzekeringswet. De medische zorg wordt te belangrijk geacht om
geheel aan marktpartijen over te laten.
389:
Art. 8 en art. 11 Gw zijn vrijwel altijd in het geding. Een blankettoestemming is niet mogelijk.
De patiënt kan voor iedere deelbehandeling weer toestemming weigeren en dient daarin
gevolgd te worden, anders wordt er inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de
patiënt. De toestemming zal meestal expliciet moeten worden verzocht. Hierdoor wordt in
,grotere mate dan bij andere opdrachten verlangd dat de patiënt precies weet wat hem staat
te wachten en daar volledig geïnformeerd in toestemt → informed consent.
390:
WBP reguleert de omgang met informatie over de patiënt.
391:
De geneeskundige behandelingsovereenkomst is een overeenkomst tussen hulpverlener en
opdrachtgever, welke rechtstreeks strekt tot het verrichten van geneeskundige handelingen
t.a.v. de patiënt.
392:
De behandelingsovereenkomst strekt rechtstreeks tot het verrichten van geneeskundige
handelingen. De wederpartij dient zelf verantwoordelijk te zijn voor het verrichten van
zodanige handelingen. De beschikbaarheidsrelatie wordt aangegaan om te zijner tijd zo
nodig en desgewenst geneeskundige handelingen te ondergaan. Beschikbaarheidsrelatie
valt onder rechtstreeks.
393:
Art. 7:446 lid 2 sub b BW → wordt een verruiming aangebracht, waardoor alle handelingen
van de arts of tandarts in zijn hoedanigheid onder het bereik van de onderhavige afdeling
komen te vallen. Gedoeld is onder meer op medisch gezien niet noodzakelijke handelingen.
De reikwijdte van afdeling 5 is beperkter dan de Wet BIG, aangezien die zich richt op
hulpverleners, terwijl er veel handelingen zijn waarvoor de verplichtingen van deze afdeling
nodeloos zwaar zouden zijn. Kunnen wel op grond van de zorg van een goed opdrachtnemer
(7:400 BW) geheel of gedeeltelijk analoog worden toegepast.
394:
Het ‘rechtstreeks betrekking hebbende’ houdt in dat er sprake moet zijn van een individuele
gerichtheid. De overeenkomst tussen de arts en het ziekenhuis voor bijstand bij een
behandeling van een patiënt van de arts valt niet onder het begrip
behandelingsovereenkomst: de handelingen die het ziekenhuis verricht worden indirect t.b.v.
de patiënt verricht. Om dezelfde reden is de relatie tussen verzekerde en zorgverzekeraar
geen behandelingsovereenkomst. Rechtstreeks contact met de patiënt is niet vereist, bijv.
onderzoek van bloed van een patiënt.
395:
Keuring van personen in opdracht van een ander valt niet onder deze afdeling.
396:
Is een individuele hulpverlener in dienst van een onderneming, zoals een ziekenhuis, dan is
zijn werkgever en niet hijzelf de hulpverlener in de zin van de wet. Individuele hulpverleners
zullen onder de Wet BIG vallen; bij een rechtspersoon is de Kwaliteitswet zorginstellingen
van toepassing.
Een individuele hulpverlener die in dienst is bij de rechtspersoon zal overigens veelal ook
persoonlijk gehouden zijn de verplichtingen uit deze afdeling na te komen in zijn contacten
met de patiënt. Dit kan zijn o.g.v. een toezegging dat hij persoonlijk de zorg verleent, docht
ook vanwege het feit dat de patiënt voor zijn overleven of goede genezing feitelijk afhankelijk
is van de onmiddellijk te beiden zorg.
Maatschap: men neemt aan dat in zodanig geval de gezamenlijke maten de opdracht
hebben aangenomen.
397:
, Het fenomeen ‘ketenzorg’, waarbij verschillende beroepsbeoefenaren en instellingen
samenwerken om collectief een bepaald effect te bereiken, valt buiten de opzet van deze
afdeling.
398:
Het is nodig dat de hulpverlener optreedt in de uitoefening van een geneeskundig beroep of
bedrijf. Voor de vraag hoe moet worden bepaald of aan deze eis is voldaan dient men de
omstandigheden van het geval te beoordelen, zoals het regelmatig verrichten van medische
handelingen, het zich naar buiten presenteren als beroepsbeoefenaar, het bedingen en
verkrijgen van betaling van de handelingen.
399:
De patiënt is degene op wie de medische behandeling betrekking heeft. Het is mogelijk dat
de opdrachtgever een ander is dan de patiënt. Het onderscheid tussen opdrachtgever en
patiënt is van belang aangezien in de onderhavige afdeling, in afwijking van wat gebruikelijk
is bij de opdracht, de meeste verplichtingen van de hulpverlener gelden jegens de patiënt.
In het algemeen dient men niet te snel aan te nemen dat de persoon bij monde van wie de
opdracht is gegeven, indien dit niet de patiënt is, ook beoogt om zelf te contracteren als
opdrachtgever. In het algemeen zal men moeten aannemen dat dan sprake is van
vertegenwoordiging. → HR 8 september 2000, NJ 2000/734 (Baby Joost) → Ingeval partijen
zich bij het aangaan van de medische behandelingsovereenkomst niet expliciet erover
hebben uitgesproken of de ouders voor zichzelf dan wel in hun hoedanigheid van wettelijke
vertegenwoordigers van hun kind, dan wel in beide hoedanigheden tegelijk optraden, de
wederpartij ervan mocht uitgaan dat de ouders de overeenkomst als wettelijke
vertegenwoordigers van hun kind uitsluitend in naam van het kind sloten.
400-402:
De behandelingsovereenkomst kan vormvrij worden aangegaan.
De behandelingsovereenkomst is in zoverre bijzonder dat hulpverleners niet altijd vrij zijn om
te weigeren een overeenkomst aan te gaan.
De wederpartij van de opdrachtgever is de hulpverlener, art. 7:446 lid 1 BW. De feitelijke
hulpverlening geschiedt door individuen die veelal in dienst zijn van of in een opdrachtrelatie
staan tot de contractuele hulpverlener.
Complexe contractuele verhoudingen kunnen ontstaan, en kunnen leiden tot problemen bij
de aansprakelijkheid voor fouten → de ziekenhuisaansprakelijkheid van art. 7:462 BW biedt
hier althans een oplossing voor ingeval de fout in een ziekenhuis of vergelijkbare instelling is
gemaakt.
403:
De overeenkomst kan worden aangegaan door vertegenwoordiging. Bij
handelingsonbekwame en wilsonbekwame patiënten wordt de overeenkomst in beginsel
namens hen aangegaan door de wettelijke vertegenwoordiger of bewindvoerder.
404:
De vraag wie partij is, zal moeten worden beantwoord o.b.v. hetgeen de betreffende
personen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars
verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden → HR 11 maart 1977, NJ
1977/521 (Kribbebijter)
405:
Art. 7:447 lid 3 BW → procesbevoegdheid oudere minderjarige. Geldt alleen voor een
overeenkomst die hij zelf heeft gesloten.
406:
Week 1
Asser-serie:
382:
De wetgever heeft bewust voor een privaatrechtelijke regeling gekozen omdat de relatie
tussen de hulpverlener en patiënt veelal berust op een overeenkomst. Het voordeel was dat
de patiënt hierdoor zelf zijn rechten zou kunnen handhaven; de bestuurlijke lasten van de
overheid zouden zodoende niet verzwaard worden.
384:
In andere landen wordt de behandelingsovereenkomst meestal beschouwd als een opdracht,
zonder dat er een bijzondere regeling voor gegeven is.
386:
Wet kwaliteit, klachten en geschillen. Zullen betrekking hebben op de cliëntenrechten
betreffende informatie, toestemming, dossier en bescherming van de persoonlijke
levenssfeer.
387:
De geneeskundige behandelingsovereenkomst is geregeld in afdeling 7.7.5 BW. Deze wordt
ook al wel aangeduid als de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst.
De geneeskundige behandelingsovereenkomst is een overeenkomst van opdracht.: de
opdracht strekt tot behartiging van het individuele gezondheidsbelang van de patiënt, waarbij
de hulpverlener in het algemeen deskundiger is dan de patiënt. De geneeskundige
behandeling heeft enige bijzondere kenmerken. Ten dele zijn dit kenmerken die de arts
gemeen heeft met andere beroepsbeoefenaren, zoals de bijzondere deskundigheid van de
arts die door de patiënt moeilijk te beoordelen is en het regulerende karakter van de
beroepsgroep. Daarnaast wijkt de arts in enige bijzonderheden af van andere
beroepsbeoefenaren. Beoogt de rechtspositie van de patiënt te versterken door een aantal
fundamentele aspecten hiervan vast te leggen. Door een verduidelijking van de geldende
normen zou de rechter minder vaak hoeven worden ingeschakeld en zou de rechter niet
langer aangewezen zijn op moeilijk te vinden of ontbrekende gedragsregels af in zeer
algemene termen geformuleerde normen. De geboden verduidelijking is slechts relatief; de
wettelijke regels kennen uitzonderingen die weer verwijzen naar open normen als de zorg
van een goed hulpverlener.
388:
Belangrijk kenmerk is de afhankelijke positie van de patiënt. Een belangrijke
uitzonderingspositie voor de medische stand. Deze uitzondering wordt wel aldus uitgedrukt
dat de arts een vertrouwensrelatie met de patiënt heeft. Anderzijds is hierom de positie van
de arts ook reeds lang in hoge mate onderworpen aan overheidsregulering. De
overheidsregulering heeft in de moderne tijd de vorm aangenomen van bestuursrechtelijke
regulering van toelating tot het beroep, controle op de opleiding, regulering van voorschrijven
van medicijnen, beperkingen aan de contractsvrijheid. Dit e.e.a. is mede gevolg van de
dominantie in Nederland van een door de overheid gereguleerde verzekeringsbranche, wat
heeft geleid tot de Zorgverzekeringswet. De medische zorg wordt te belangrijk geacht om
geheel aan marktpartijen over te laten.
389:
Art. 8 en art. 11 Gw zijn vrijwel altijd in het geding. Een blankettoestemming is niet mogelijk.
De patiënt kan voor iedere deelbehandeling weer toestemming weigeren en dient daarin
gevolgd te worden, anders wordt er inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de
patiënt. De toestemming zal meestal expliciet moeten worden verzocht. Hierdoor wordt in
,grotere mate dan bij andere opdrachten verlangd dat de patiënt precies weet wat hem staat
te wachten en daar volledig geïnformeerd in toestemt → informed consent.
390:
WBP reguleert de omgang met informatie over de patiënt.
391:
De geneeskundige behandelingsovereenkomst is een overeenkomst tussen hulpverlener en
opdrachtgever, welke rechtstreeks strekt tot het verrichten van geneeskundige handelingen
t.a.v. de patiënt.
392:
De behandelingsovereenkomst strekt rechtstreeks tot het verrichten van geneeskundige
handelingen. De wederpartij dient zelf verantwoordelijk te zijn voor het verrichten van
zodanige handelingen. De beschikbaarheidsrelatie wordt aangegaan om te zijner tijd zo
nodig en desgewenst geneeskundige handelingen te ondergaan. Beschikbaarheidsrelatie
valt onder rechtstreeks.
393:
Art. 7:446 lid 2 sub b BW → wordt een verruiming aangebracht, waardoor alle handelingen
van de arts of tandarts in zijn hoedanigheid onder het bereik van de onderhavige afdeling
komen te vallen. Gedoeld is onder meer op medisch gezien niet noodzakelijke handelingen.
De reikwijdte van afdeling 5 is beperkter dan de Wet BIG, aangezien die zich richt op
hulpverleners, terwijl er veel handelingen zijn waarvoor de verplichtingen van deze afdeling
nodeloos zwaar zouden zijn. Kunnen wel op grond van de zorg van een goed opdrachtnemer
(7:400 BW) geheel of gedeeltelijk analoog worden toegepast.
394:
Het ‘rechtstreeks betrekking hebbende’ houdt in dat er sprake moet zijn van een individuele
gerichtheid. De overeenkomst tussen de arts en het ziekenhuis voor bijstand bij een
behandeling van een patiënt van de arts valt niet onder het begrip
behandelingsovereenkomst: de handelingen die het ziekenhuis verricht worden indirect t.b.v.
de patiënt verricht. Om dezelfde reden is de relatie tussen verzekerde en zorgverzekeraar
geen behandelingsovereenkomst. Rechtstreeks contact met de patiënt is niet vereist, bijv.
onderzoek van bloed van een patiënt.
395:
Keuring van personen in opdracht van een ander valt niet onder deze afdeling.
396:
Is een individuele hulpverlener in dienst van een onderneming, zoals een ziekenhuis, dan is
zijn werkgever en niet hijzelf de hulpverlener in de zin van de wet. Individuele hulpverleners
zullen onder de Wet BIG vallen; bij een rechtspersoon is de Kwaliteitswet zorginstellingen
van toepassing.
Een individuele hulpverlener die in dienst is bij de rechtspersoon zal overigens veelal ook
persoonlijk gehouden zijn de verplichtingen uit deze afdeling na te komen in zijn contacten
met de patiënt. Dit kan zijn o.g.v. een toezegging dat hij persoonlijk de zorg verleent, docht
ook vanwege het feit dat de patiënt voor zijn overleven of goede genezing feitelijk afhankelijk
is van de onmiddellijk te beiden zorg.
Maatschap: men neemt aan dat in zodanig geval de gezamenlijke maten de opdracht
hebben aangenomen.
397:
, Het fenomeen ‘ketenzorg’, waarbij verschillende beroepsbeoefenaren en instellingen
samenwerken om collectief een bepaald effect te bereiken, valt buiten de opzet van deze
afdeling.
398:
Het is nodig dat de hulpverlener optreedt in de uitoefening van een geneeskundig beroep of
bedrijf. Voor de vraag hoe moet worden bepaald of aan deze eis is voldaan dient men de
omstandigheden van het geval te beoordelen, zoals het regelmatig verrichten van medische
handelingen, het zich naar buiten presenteren als beroepsbeoefenaar, het bedingen en
verkrijgen van betaling van de handelingen.
399:
De patiënt is degene op wie de medische behandeling betrekking heeft. Het is mogelijk dat
de opdrachtgever een ander is dan de patiënt. Het onderscheid tussen opdrachtgever en
patiënt is van belang aangezien in de onderhavige afdeling, in afwijking van wat gebruikelijk
is bij de opdracht, de meeste verplichtingen van de hulpverlener gelden jegens de patiënt.
In het algemeen dient men niet te snel aan te nemen dat de persoon bij monde van wie de
opdracht is gegeven, indien dit niet de patiënt is, ook beoogt om zelf te contracteren als
opdrachtgever. In het algemeen zal men moeten aannemen dat dan sprake is van
vertegenwoordiging. → HR 8 september 2000, NJ 2000/734 (Baby Joost) → Ingeval partijen
zich bij het aangaan van de medische behandelingsovereenkomst niet expliciet erover
hebben uitgesproken of de ouders voor zichzelf dan wel in hun hoedanigheid van wettelijke
vertegenwoordigers van hun kind, dan wel in beide hoedanigheden tegelijk optraden, de
wederpartij ervan mocht uitgaan dat de ouders de overeenkomst als wettelijke
vertegenwoordigers van hun kind uitsluitend in naam van het kind sloten.
400-402:
De behandelingsovereenkomst kan vormvrij worden aangegaan.
De behandelingsovereenkomst is in zoverre bijzonder dat hulpverleners niet altijd vrij zijn om
te weigeren een overeenkomst aan te gaan.
De wederpartij van de opdrachtgever is de hulpverlener, art. 7:446 lid 1 BW. De feitelijke
hulpverlening geschiedt door individuen die veelal in dienst zijn van of in een opdrachtrelatie
staan tot de contractuele hulpverlener.
Complexe contractuele verhoudingen kunnen ontstaan, en kunnen leiden tot problemen bij
de aansprakelijkheid voor fouten → de ziekenhuisaansprakelijkheid van art. 7:462 BW biedt
hier althans een oplossing voor ingeval de fout in een ziekenhuis of vergelijkbare instelling is
gemaakt.
403:
De overeenkomst kan worden aangegaan door vertegenwoordiging. Bij
handelingsonbekwame en wilsonbekwame patiënten wordt de overeenkomst in beginsel
namens hen aangegaan door de wettelijke vertegenwoordiger of bewindvoerder.
404:
De vraag wie partij is, zal moeten worden beantwoord o.b.v. hetgeen de betreffende
personen daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars
verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden → HR 11 maart 1977, NJ
1977/521 (Kribbebijter)
405:
Art. 7:447 lid 3 BW → procesbevoegdheid oudere minderjarige. Geldt alleen voor een
overeenkomst die hij zelf heeft gesloten.
406: