------------- Samenvatting H8 arbeid en energie --------------
8.1 Arbeid
Als krachtwerking samengaat met snelheid zeg je dat er arbeid verricht wordt.
Als er een (F, s) diagram is gegeven volgt de kracht uit de oppervlakte onder het diagram.
Bij arbeid door zwaartekracht let je alleen op zwaartekracht en hoogteverschil. Arbeid is
positief als het voorwerp daalt en negatief als het voorwerp stijgt.
8.2 Arbeid en kinetische energie
Een tegenkracht is altijd -F W = -F x s
Als de resulterende kracht arbeid verricht is er een versnelling:
W = fres x s = m x a x s
Kinetische energie noem je ook wel bewegingsenergie. Hij geeft aan hoeveel energie een
bewegend voorwerp heeft.
De arbeid die door alle krachten samen op een voorwerp worden verricht is gelijk aan de
verandering van de kinetische energie van dat voorwerp. Dit is de wet van arbeid en
kinetische energie.
Het vermogen is de arbeid die per seconde door een kracht kan worden verricht of hoeveel
energie per seconde kan worden omgezet.
8.3 Energievormen
Als er wel arbeid wordt verricht, maar niet alle arbeid wordt omgezet in kinetische energie
gaat de extra arbeid naar de potentiele energie.
Kinetische energie hangt samen met de snelheid Potentiele energie hangt samen met de
plaats.
De arbeid die spierkracht geeft is een toename van potentiele energie. Omdat zwaartekracht
hierbij ook een rol speelt heet dit ook wel zwaarte energie.
De potentiele energie van een ingedrukte veer noem je veerenergie.
Chemische energie is energie uit brandstof om arbeid te verrichten. De totale energie
bereken je met behulp van stookwaarden. Bij vaste stoffen vermenigvuldig je met de massa
en bij vloeistoffen met het volume.
De verhouding tussen nuttige en totale energie is het rendement.
8.1 Arbeid
Als krachtwerking samengaat met snelheid zeg je dat er arbeid verricht wordt.
Als er een (F, s) diagram is gegeven volgt de kracht uit de oppervlakte onder het diagram.
Bij arbeid door zwaartekracht let je alleen op zwaartekracht en hoogteverschil. Arbeid is
positief als het voorwerp daalt en negatief als het voorwerp stijgt.
8.2 Arbeid en kinetische energie
Een tegenkracht is altijd -F W = -F x s
Als de resulterende kracht arbeid verricht is er een versnelling:
W = fres x s = m x a x s
Kinetische energie noem je ook wel bewegingsenergie. Hij geeft aan hoeveel energie een
bewegend voorwerp heeft.
De arbeid die door alle krachten samen op een voorwerp worden verricht is gelijk aan de
verandering van de kinetische energie van dat voorwerp. Dit is de wet van arbeid en
kinetische energie.
Het vermogen is de arbeid die per seconde door een kracht kan worden verricht of hoeveel
energie per seconde kan worden omgezet.
8.3 Energievormen
Als er wel arbeid wordt verricht, maar niet alle arbeid wordt omgezet in kinetische energie
gaat de extra arbeid naar de potentiele energie.
Kinetische energie hangt samen met de snelheid Potentiele energie hangt samen met de
plaats.
De arbeid die spierkracht geeft is een toename van potentiele energie. Omdat zwaartekracht
hierbij ook een rol speelt heet dit ook wel zwaarte energie.
De potentiele energie van een ingedrukte veer noem je veerenergie.
Chemische energie is energie uit brandstof om arbeid te verrichten. De totale energie
bereken je met behulp van stookwaarden. Bij vaste stoffen vermenigvuldig je met de massa
en bij vloeistoffen met het volume.
De verhouding tussen nuttige en totale energie is het rendement.