Geschiedenis samenvatting
N E D E R L A N D (1948-2008)
• Paragraaf 3.1 De remmen los
KENMERKENDE ASPECTEN:
45. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een
wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
46. De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
47. De eenwording van Europa.
48. De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw
aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
49. De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.
Verzuiling
• In de periode tussen de twee wereldoorlogen was de verzuiling het kenmerk van de
Nederlandse samenleving geworden.
• Verzuiling is de verdeling van de samenleving op grond van verschillen in levens- en
wereldbeschouwing.
• Iedere Nederlander voelde zich aangetrokken tot een van de 4 zuilen:
1. Katholieke (christelijke normen en waarden)
2. Protestants-christelijke (christelijke normen en waarden)
3. Socialistische (gelijkheid voor de arbeidersklasse)
4. Liberale (vrijheid voor de individu om zich te ontplooien)
• De gewone mensen gingen alleen maar om met de mensen uit hetzelfde zuil.
Bv. politieke partijen, scholen, sportclubs, kranten, enz.
• Door de Duitse bezetting kwam er een sterk gevoel van
nationale eenheid onder de Nederlandse bevolking.
(ondanks de verschillende zuilen) Hierdoor was de
verzuiling een stuk minder belangrijk.
• 1945: poging tot doorbraak (einde verzuiling).
Dit mislukte waardoor de vooroorlogse verzuilde
instellingen snel waren hersteld.
, 2
Wederopbouw
• 5 mei 1945: einde Nederlandse bezetting.
• Het ging erg slecht in Nederland na de oorlog. Er was veel armoede en werkloosheid.
De VS hielp Nederland met het Marshallplan. (Financiële steun)
• Na de Tweede Wereldoorlog stopte Nederland met de neutraliteitspolitiek waarmee
ze hoopte zoveel mogelijk buiten internationale conflicten te blijven.
• Voortaan werd gekozen voor samenwerking met andere West-Europese landen en
de VS. (NAVO, EGKS)
Babyboom
• Direct na de Tweede Wereldoorlog komt er een babyboom. Er werden enorm veel
baby’s geboren. Dit kwam doordat er veel huwelijken door de oorlog waren
uitgesteld, mensen zagen de toekomst positief en waren in een feestelijke stemming.
• In de periode 1946-1955 zijn er in Nederland 2,4 miljoen kinderen geboren. Deze
groep wordt de generatie van de babyboomers genoemd.
• Er moesten allerlei extra voorzieningen gebouwd worden door de snelle
bevolkingsgroei.
Industrialisatiepolitiek
• De regering koos ervoor om in de jaren na de oorlog een actieve rol te hebben bij
het herstellen van de economie in tegenstelling tot voor de oorlog. Toen
vertrouwden ze erop dat de werkloosheid vanzelf zou verdwijnen.
• Daarnaast werd het zwaartepunt gelegd op het actief stimuleren van de industrie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag dit bij de landbouw, de handel en de
scheepsvaart.
• Er kwam geen planeconomie, maar de regering beperkte zich tot het scheppen van
de juiste voorwaarden (bv. technisch onderwijs en het aanleggen van
industrieterreinen en wegen).
• Deze aanpak was zeer succesvol. Er kwamen tussen 1948 en 1960 een half miljoen
arbeidsplaatsen vrij, waarvan de helft in de industrie.
• Het snelle economische herstel ging niet vanzelf. Er was geen geld voor grote
investeringen. De oplossing was typisch Nederlands: er werd veel overlegd en er
werden compromissen gesloten (poldermodel).