Samenvatting Biologie 13.1/13.2
13.1 Eigenschappen doorgeven
In de lichaamscellen van beide ouders zitten 2 chromosomen (1 paar)
De moeder heeft 2 allelen voor blauwe ogen (bb)
De vader heet 2 allelen voor bruine ogen (BB)
Genotype van moeder is blauw/blauw
Genotype van vader is bruin/bruin
Genotype van kind is blauw/ bruin
Dus hoe de allelen er uitzien is het genotype
Als 2 allelen hetzelfde zijn dan heet dat homozygoot
Als 2 allelen verschillend zijn dan heet dat heterozygoot
Een overheersend allel heet dominant
Het onderdrukt (andere) allel heet recessief
Om genotypen op te schrijven gebruik je letters:
Dominante allelen geef je aan met een hoofdletter
Recessieve allelen geef je aan met een kleine letter.
Om te kunnen voorspellen, bepaalde eigenschappen, van nakomelingen,
kun je een kruisingschema maken
13.2 Het zit in de familie
Als een aandoening wordt bepaald door 1 gen, heet het een monogeen
PKU = fenylketonurie = ziekmakend allel is recessief
Drager = je kan het doorgeven aan je kinderen, maar je bent er zelf niet
ziek van.
y= geen gen
XA = Niet kleurenblind
Xa= wel kleurenblind
Jongens dus 50 % kans op kleurenblind
Meiden 50 % kans op drager
Een stamboom is een schema waarin
familieleden staan met het fenotype dat ze voor een bepaalde
eigenschap hebben. Het geeft informatie over overerving.
Efelijkheidvoorlichters gebruiken het voor advies over aandoeningen.
13.1 Eigenschappen doorgeven
In de lichaamscellen van beide ouders zitten 2 chromosomen (1 paar)
De moeder heeft 2 allelen voor blauwe ogen (bb)
De vader heet 2 allelen voor bruine ogen (BB)
Genotype van moeder is blauw/blauw
Genotype van vader is bruin/bruin
Genotype van kind is blauw/ bruin
Dus hoe de allelen er uitzien is het genotype
Als 2 allelen hetzelfde zijn dan heet dat homozygoot
Als 2 allelen verschillend zijn dan heet dat heterozygoot
Een overheersend allel heet dominant
Het onderdrukt (andere) allel heet recessief
Om genotypen op te schrijven gebruik je letters:
Dominante allelen geef je aan met een hoofdletter
Recessieve allelen geef je aan met een kleine letter.
Om te kunnen voorspellen, bepaalde eigenschappen, van nakomelingen,
kun je een kruisingschema maken
13.2 Het zit in de familie
Als een aandoening wordt bepaald door 1 gen, heet het een monogeen
PKU = fenylketonurie = ziekmakend allel is recessief
Drager = je kan het doorgeven aan je kinderen, maar je bent er zelf niet
ziek van.
y= geen gen
XA = Niet kleurenblind
Xa= wel kleurenblind
Jongens dus 50 % kans op kleurenblind
Meiden 50 % kans op drager
Een stamboom is een schema waarin
familieleden staan met het fenotype dat ze voor een bepaalde
eigenschap hebben. Het geeft informatie over overerving.
Efelijkheidvoorlichters gebruiken het voor advies over aandoeningen.