SAMENVATTING ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Hoofdstuk 11: de fysieke ontwikkeling in de schooltijd
De schooltijd is een tijd waarin kinderen fysiek gezien grote sprongen maken; ze
leren allerlei soorten nieuwe vaardigheden beheersen terwijl ze groter en sterker
worden.
Langzaam en gestaag zijn kenmerkende woorden voor de groei tijdens de
schooltijd. De fysieke groei gaat door, alleen wat langzamer dan in de peuter- en
kleutertijd.
Kinderen groeien 5 tot 7 centimeter per jaar als ze op de basisschool zitten.
Wanneer ze 11 jaar zijn, zijn meisjes gemiddeld 1,50 en jongens gemiddeld 1,48.
Dit is de enige periode in het leven waarin meisjes gemiddeld langer zijn dan
jongens.
De gewichtstoename volgt een zelfde patroon. Zowel jongens als meisjes komen
2 tot 3 kilo per jaar aan. De rondingen uit de babytijd verdwijnen en het lichaam
wordt gespierder en krachtiger.
De voeding die kinderen binnenkrijgen heeft een grote invloed op veel aspecten
van hun gedrag. De voeding stimuleert niet alleen de groei van sterke botten
maar bevordert ook de ontwikkeling van een gezond gebit. Vanaf het zesde jaar
beginnen er per jaar gemiddeld vier melktanden uit te vallen. Dit gaat door tot
het elfde jaar.
De meeste mensen in het Westen zien lang zijn als een voordeel. Daarom maken
ouders zich vaak zorgen als hun kind klein is.
Zolang er nog geen langdurige studie naar de veiligheid van behandelingen met
groeihormonen is afgerond moeten ouders zorgvuldig voors en tegens afwegen
voor ze hun kinderen groeihormonen geven.
Bezorgdheid over gewicht kan uitgroeien tot een obsessie, vooral bij meisjes.
Veel zesjarige meisjes zijn al bang om dik te worden en zo’n 40 procent van de
negen- en tienjarigen probeert af te vallen.
Aan de andere kant zien we steeds meer kinderen die lijden aan obesitas.
Obesitas en overgewicht bij kinderen is in veertig jaar schrikbarend toegenomen.
Obesitas wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische en sociale
eigenschappen. Bepaalde erfelijke genen maken dat sommige kinderen sneller
overgewicht ontwikkelen. De meeste kinderen eten te weinig groente en fruit en
meer vet en zoetigheid dan aanbevolen wordt. Kinderen in de schooltijd krijgen
over het algemeen weinig beweging en zijn niet erg fit binnenshuis
computeren en televisie kijken, hierbij ook vaak snoep. Vaak ook ouders die nog
op werk zijn als kinderen uit school komen, dus geen toezicht.
Wat is er te doen aan obesitas?
Kinderen moeten zichzelf leren beheersen om niet te veel te eten
Ouders zorgen bewust voor bepaald voedsel in huis
Meer beweging en een verbeterd voedingspatroon
Hoe houd je kinderen fit?
1
, Maak bewegen leuk
Geef het goede voorbeeld
Stem de activiteiten af op de capaciteiten van het kind
Moedig kinderen aan om een sportmaatje te vinden
Begin langzaam
Stimuleer deelname aan sportactiviteiten, maar dring niet te hard aan
Maak van fysieke activiteiten geen straf voor ongewenst gedrag
Astma is een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door periodieke
aanvallen van piepen, hoesten en kortademigheid. Astma treedt op wanneer de
luchtwegen die naar de longen leiden samentrekken waardoor de lucht aan- en
afvoer gedeeltelijk geblokkeerd raakt. Het kost meer moeite om lucht te krijgen,
waardoor ademen lastiger wordt. Als de lucht door de geblokkeerde luchtwegen
wordt geperst hoor je het piepende ademhalen.
Kinderdepressie: overdreven angsten, aanhankelijkheid of vermijding van
dagelijkse activiteiten. Bij oudere kinderen: chagrijnig gedrag, schoolproblemen
en criminaliteit. 5 procent van de kinderen in de schoolleeftijd lijdt aan
kinderdepressie en 13 procent van de kinderen van 9 tot 17 jaar heeft een
angststoornis.
Tijdens de schooltijd spelen de sportieve vaardigheden van kinderen een
belangrijke rol in de manier waarop ze zichzelf zien en in de manier waarop ze
door anderen worden gezien. Een belangrijke verbetering is de spiercoordinatie.
De meeste kinderen leren met gemak fietsen, schaatsen, zwemmen en touwtje
springen.
Vanaf de puberteit lopen meisjes bij contactsporten een groter risico op blessures
omdat ze kleiner zijn.
De verbetering van de fijne motoriek is gedeeltelijk het gevolg van een grote
toename van myeline in de hersenen op de leeftijd van zes tot acht jaar. Omdat
een grotere hoeveelheid myeline ervoor zorgt dat elektrische prikkels zich sneller
tussen neuronen voortbewegen, krijgen spieren sneller boodschappen door en
kunnen kinderen ze beter beheersen.
Kinderen die fysiek goed presteren zijn vaak meer door hun leeftijdgenoten
geaccepteerd en worden aardiger gevonden dan kinderen die minder goed zijn in
fysieke activiteiten. Het verband tussen fysieke competentie en populariteit is bij
jongens groter dan bij meisjes.
Jongen bij wie het rijpingsproces sneller verloopt dan bij hun leeftijdgenoten, of
jongens die langer, zwaarder en sterker zijn, zijn meestal beter in fysieke
activiteiten dankzij hun relatieve voordeel in omvang en gewicht. Daarom is
vroege fysieke rijping uiteindelijk wellicht belangrijker dan fysieke vaardigheden.
Jongens raken vaker gewond dan meisjes. Van alle ongevallen komen de meeste
kinderen in Nederland om als gevolg van een auto-ongeluk. Daarna volgen
vallen, verdrinking en vergiftiging.
Kinderen en jongeren zijn de koplopers in het gebruiken van nieuwe media.
Tegelijk lopen ze de kans om risicovolle of negatieve ervaringen te beleven
zonder hierop te zijn voorbereid. Niet alleen ongepaste informatie te zien krijgen,
maar ook vrijgeven van informatie over zichzelf. De gevaren ontstaan niet door
2
, het internetgebruik maar doordat kinderen op internet dingen doen waar ze
eigenlijk nog niet aan toe zijn. Er moet dus niet alleen ingezet worden op
technologische oplossingen maar ook op opvoeding en educatie. Beide
interventies zijn nodig. We moeten kinderen begeleiden in de omgang met de
steeds grotere vrijheid die ze krijgen.
Pedagogische adviezen rondom internetgebruik:
- Zorg voor een open klimaat dat internetgebruik bespreekbaar houdt
- Maak afspraken over computergebruik
- Zelfstandig op internet kan, maar in een ruimte waar toezicht en hup
bieden mogelijk is
- Geeft aan wat nettiquette is, de ongeschreven richtlijnen en gedragsregels
- Maak internetgebruikers ervan bewust dat niet alle informatie even
betrouwbaar is en kritische kijk noodzakelijk blijft
- Vergelijk de cyberwereld met de echte wereld en hanteer de normen en
waarden van de echte wereld
Visuele handicaps kunnen op twee manieren worden gedefinieerd: blindheid is
het onvermogen om op 6 meter te zien wat iemand met een normaal
gezichtsvermogen op een afstand van 60 meter kan zien, bij slechtziendheid is er
sprake van een gezichtsscherpte van 3 op 10. Ook als een kind volgens deze
wettelijke definitie niet slechtziend is, kan er sprake zijn van een visuele
handicap. Ongeveer een op de duizend leerlingen heeft speciale ondersteuning
nodig vanwege een visuele handicap. Visuele problemen kunnen zich geleidelijk
manifesteren.
Auditieve handicaps kunnen problemen op school veroorzaken en kunnen
bovendien sociale problemen geven, omdat leeftijdgenoten heel veel mondeling
met elkaar communiceren. 1 tot 2 procent van de schoolgaande kinderen lijdt
hieraan. De leeftijd waarop een kind last krijgt van een auditieve handicap is
belangrijk, want het gehoor is belangrijk bij de taalontwikkeling. Omdat
slechthorende kinderen vaak maar beperkt zijn blootgesteld aan taal, kan het zijn
dat zij abstracte begrippen die alleen maar goed kunnen worden begrepen via
het gebruik van taal minder goed begrijpen dan concrete begrippen die visueel
kunnen worden geïllustreerd. Belangrijke ontwikkeling: cochleaire implant in
het slakkenhuis wordt een flexibele strip aangebracht. Op deze strip zijn
elektroden aangebracht die de zenuwuiteinden in het slakkenhuis stimuleren.
Als het spraakvermogen van een kind gestoord klinkt, is het dat waarschijnlijk
ook. 3 tot 5 procent van de schoolgaande kinderen heeft een spraakstoornis.
Stotteren belemmerd niet alleen de communicatie, het kan ook schaamte en
stress veroorzaken bij kinderen waardoor ze niet meer goed met anderen durven
communiceren en in de klas niet hardop durven praten. Stotteren kan
gedeeltelijk verholpen worden door spraaktherapie.
Leerprobleem: probleem met het verwerven en gebruiken van luister-, spreek-,
lees-, schrijf- of rekenvaardigheid.
ADHD doet zich voor bij ongeveer 5 procent van de kinderen tussen twee en
twaalf jaar. Wordt gekenmerkt door een gebrek aan aandacht, impulsiviteit en
overbeweeglijkheid. Het gedrag verhindert dat ze thuis en op school normaal
kunnen functioneren. Hoewel medicijnen zoals Ritalin en Dexadrine vaak wel
effectief zijn (langere aandachtboog en beter gehoorzaamt) zijn de bewerkingen
3
Hoofdstuk 11: de fysieke ontwikkeling in de schooltijd
De schooltijd is een tijd waarin kinderen fysiek gezien grote sprongen maken; ze
leren allerlei soorten nieuwe vaardigheden beheersen terwijl ze groter en sterker
worden.
Langzaam en gestaag zijn kenmerkende woorden voor de groei tijdens de
schooltijd. De fysieke groei gaat door, alleen wat langzamer dan in de peuter- en
kleutertijd.
Kinderen groeien 5 tot 7 centimeter per jaar als ze op de basisschool zitten.
Wanneer ze 11 jaar zijn, zijn meisjes gemiddeld 1,50 en jongens gemiddeld 1,48.
Dit is de enige periode in het leven waarin meisjes gemiddeld langer zijn dan
jongens.
De gewichtstoename volgt een zelfde patroon. Zowel jongens als meisjes komen
2 tot 3 kilo per jaar aan. De rondingen uit de babytijd verdwijnen en het lichaam
wordt gespierder en krachtiger.
De voeding die kinderen binnenkrijgen heeft een grote invloed op veel aspecten
van hun gedrag. De voeding stimuleert niet alleen de groei van sterke botten
maar bevordert ook de ontwikkeling van een gezond gebit. Vanaf het zesde jaar
beginnen er per jaar gemiddeld vier melktanden uit te vallen. Dit gaat door tot
het elfde jaar.
De meeste mensen in het Westen zien lang zijn als een voordeel. Daarom maken
ouders zich vaak zorgen als hun kind klein is.
Zolang er nog geen langdurige studie naar de veiligheid van behandelingen met
groeihormonen is afgerond moeten ouders zorgvuldig voors en tegens afwegen
voor ze hun kinderen groeihormonen geven.
Bezorgdheid over gewicht kan uitgroeien tot een obsessie, vooral bij meisjes.
Veel zesjarige meisjes zijn al bang om dik te worden en zo’n 40 procent van de
negen- en tienjarigen probeert af te vallen.
Aan de andere kant zien we steeds meer kinderen die lijden aan obesitas.
Obesitas en overgewicht bij kinderen is in veertig jaar schrikbarend toegenomen.
Obesitas wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische en sociale
eigenschappen. Bepaalde erfelijke genen maken dat sommige kinderen sneller
overgewicht ontwikkelen. De meeste kinderen eten te weinig groente en fruit en
meer vet en zoetigheid dan aanbevolen wordt. Kinderen in de schooltijd krijgen
over het algemeen weinig beweging en zijn niet erg fit binnenshuis
computeren en televisie kijken, hierbij ook vaak snoep. Vaak ook ouders die nog
op werk zijn als kinderen uit school komen, dus geen toezicht.
Wat is er te doen aan obesitas?
Kinderen moeten zichzelf leren beheersen om niet te veel te eten
Ouders zorgen bewust voor bepaald voedsel in huis
Meer beweging en een verbeterd voedingspatroon
Hoe houd je kinderen fit?
1
, Maak bewegen leuk
Geef het goede voorbeeld
Stem de activiteiten af op de capaciteiten van het kind
Moedig kinderen aan om een sportmaatje te vinden
Begin langzaam
Stimuleer deelname aan sportactiviteiten, maar dring niet te hard aan
Maak van fysieke activiteiten geen straf voor ongewenst gedrag
Astma is een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door periodieke
aanvallen van piepen, hoesten en kortademigheid. Astma treedt op wanneer de
luchtwegen die naar de longen leiden samentrekken waardoor de lucht aan- en
afvoer gedeeltelijk geblokkeerd raakt. Het kost meer moeite om lucht te krijgen,
waardoor ademen lastiger wordt. Als de lucht door de geblokkeerde luchtwegen
wordt geperst hoor je het piepende ademhalen.
Kinderdepressie: overdreven angsten, aanhankelijkheid of vermijding van
dagelijkse activiteiten. Bij oudere kinderen: chagrijnig gedrag, schoolproblemen
en criminaliteit. 5 procent van de kinderen in de schoolleeftijd lijdt aan
kinderdepressie en 13 procent van de kinderen van 9 tot 17 jaar heeft een
angststoornis.
Tijdens de schooltijd spelen de sportieve vaardigheden van kinderen een
belangrijke rol in de manier waarop ze zichzelf zien en in de manier waarop ze
door anderen worden gezien. Een belangrijke verbetering is de spiercoordinatie.
De meeste kinderen leren met gemak fietsen, schaatsen, zwemmen en touwtje
springen.
Vanaf de puberteit lopen meisjes bij contactsporten een groter risico op blessures
omdat ze kleiner zijn.
De verbetering van de fijne motoriek is gedeeltelijk het gevolg van een grote
toename van myeline in de hersenen op de leeftijd van zes tot acht jaar. Omdat
een grotere hoeveelheid myeline ervoor zorgt dat elektrische prikkels zich sneller
tussen neuronen voortbewegen, krijgen spieren sneller boodschappen door en
kunnen kinderen ze beter beheersen.
Kinderen die fysiek goed presteren zijn vaak meer door hun leeftijdgenoten
geaccepteerd en worden aardiger gevonden dan kinderen die minder goed zijn in
fysieke activiteiten. Het verband tussen fysieke competentie en populariteit is bij
jongens groter dan bij meisjes.
Jongen bij wie het rijpingsproces sneller verloopt dan bij hun leeftijdgenoten, of
jongens die langer, zwaarder en sterker zijn, zijn meestal beter in fysieke
activiteiten dankzij hun relatieve voordeel in omvang en gewicht. Daarom is
vroege fysieke rijping uiteindelijk wellicht belangrijker dan fysieke vaardigheden.
Jongens raken vaker gewond dan meisjes. Van alle ongevallen komen de meeste
kinderen in Nederland om als gevolg van een auto-ongeluk. Daarna volgen
vallen, verdrinking en vergiftiging.
Kinderen en jongeren zijn de koplopers in het gebruiken van nieuwe media.
Tegelijk lopen ze de kans om risicovolle of negatieve ervaringen te beleven
zonder hierop te zijn voorbereid. Niet alleen ongepaste informatie te zien krijgen,
maar ook vrijgeven van informatie over zichzelf. De gevaren ontstaan niet door
2
, het internetgebruik maar doordat kinderen op internet dingen doen waar ze
eigenlijk nog niet aan toe zijn. Er moet dus niet alleen ingezet worden op
technologische oplossingen maar ook op opvoeding en educatie. Beide
interventies zijn nodig. We moeten kinderen begeleiden in de omgang met de
steeds grotere vrijheid die ze krijgen.
Pedagogische adviezen rondom internetgebruik:
- Zorg voor een open klimaat dat internetgebruik bespreekbaar houdt
- Maak afspraken over computergebruik
- Zelfstandig op internet kan, maar in een ruimte waar toezicht en hup
bieden mogelijk is
- Geeft aan wat nettiquette is, de ongeschreven richtlijnen en gedragsregels
- Maak internetgebruikers ervan bewust dat niet alle informatie even
betrouwbaar is en kritische kijk noodzakelijk blijft
- Vergelijk de cyberwereld met de echte wereld en hanteer de normen en
waarden van de echte wereld
Visuele handicaps kunnen op twee manieren worden gedefinieerd: blindheid is
het onvermogen om op 6 meter te zien wat iemand met een normaal
gezichtsvermogen op een afstand van 60 meter kan zien, bij slechtziendheid is er
sprake van een gezichtsscherpte van 3 op 10. Ook als een kind volgens deze
wettelijke definitie niet slechtziend is, kan er sprake zijn van een visuele
handicap. Ongeveer een op de duizend leerlingen heeft speciale ondersteuning
nodig vanwege een visuele handicap. Visuele problemen kunnen zich geleidelijk
manifesteren.
Auditieve handicaps kunnen problemen op school veroorzaken en kunnen
bovendien sociale problemen geven, omdat leeftijdgenoten heel veel mondeling
met elkaar communiceren. 1 tot 2 procent van de schoolgaande kinderen lijdt
hieraan. De leeftijd waarop een kind last krijgt van een auditieve handicap is
belangrijk, want het gehoor is belangrijk bij de taalontwikkeling. Omdat
slechthorende kinderen vaak maar beperkt zijn blootgesteld aan taal, kan het zijn
dat zij abstracte begrippen die alleen maar goed kunnen worden begrepen via
het gebruik van taal minder goed begrijpen dan concrete begrippen die visueel
kunnen worden geïllustreerd. Belangrijke ontwikkeling: cochleaire implant in
het slakkenhuis wordt een flexibele strip aangebracht. Op deze strip zijn
elektroden aangebracht die de zenuwuiteinden in het slakkenhuis stimuleren.
Als het spraakvermogen van een kind gestoord klinkt, is het dat waarschijnlijk
ook. 3 tot 5 procent van de schoolgaande kinderen heeft een spraakstoornis.
Stotteren belemmerd niet alleen de communicatie, het kan ook schaamte en
stress veroorzaken bij kinderen waardoor ze niet meer goed met anderen durven
communiceren en in de klas niet hardop durven praten. Stotteren kan
gedeeltelijk verholpen worden door spraaktherapie.
Leerprobleem: probleem met het verwerven en gebruiken van luister-, spreek-,
lees-, schrijf- of rekenvaardigheid.
ADHD doet zich voor bij ongeveer 5 procent van de kinderen tussen twee en
twaalf jaar. Wordt gekenmerkt door een gebrek aan aandacht, impulsiviteit en
overbeweeglijkheid. Het gedrag verhindert dat ze thuis en op school normaal
kunnen functioneren. Hoewel medicijnen zoals Ritalin en Dexadrine vaak wel
effectief zijn (langere aandachtboog en beter gehoorzaamt) zijn de bewerkingen
3