Extra aanvulling hoorcolleges pedagogiek.
Wat is pedagogiek?
- Onderzoek en wetenschap die zich bezighoudt met opvoeding van kinderen
en jeugdigen van 0 tot 18 jaar. (en daarna)
- Bestuderen en ontwikkelen van (kennis/theorie) over opvoeden, opvoeding,
onderwijs en vorming
- Ook het bestuderen van de grond ideeën van waaruit mensen hun kinderen
opvoeden (mensbeelden en visies) ; Waartoe voeden we op?!
Welke factoren zijn genetisch bepaald en welke door de omgeving?
- Nurture: Aanleren van lachen, huilen, herkennen van emoties
- Bij deprivatie (onthouding): Motorische gevolgen vaak omkeerbaar.
- Cognitie: Grote gevolgen bij deprivatie: Onomkeerbaar
- Taalontwikkeling is wel genetisch bepaald maar moet WEL getriggerd worden
- Sociaal/emotioneel: Wolfs kinderen worden zelden een ‘normaal’ kind.
Je genen bepalen je ‘plafon’ maar als je niet gestimuleerd word, dan haal je dat
plafon niet.
Toepassing van psychologie in de pedagogiek.
1 behaviorisme
- Stimulus + Respons
- Operant en klassiek conditioneren.
2 Cognitieve leertheorie
- Piaget (cognitieve ontwikkeling in fasen)
- Vygotsky (zone van naaste ontwikkeling)
3 Psychoanalyse
- Freud en Erikson (fasen en hechting)
4 Humanistische Psychologie
- Rodgers (zelfactualisatie)
- Gorden – methode (kind centraal)
Mensbeeld en menswetenschappen
Mechanistisch Organistisch Personalistisch
machine Één geheel Individu is uniek
Behaviorisme Psychoanalyse Humanisme
Skinner Freud Maslow
Straffen en belonen Behoeften , driften, Bewustwording van
verklaren van verlangens persoonlijke behoeften
Tabula rasa: wezen dat Wezen in conflict met Wezen dat streeft naar
geconditioneerd word zichzelf zelfontplooiing
‘gelijk’ aan beest ‘beest en mens’ in één Scheppend wezen
Visie: Zienswijzie die manier bepaald waarop je je kind gaat opvoeden naar doel
(menswording) beeld van hoe hij of zij moet zijn. Deze visie bepalen de waarden en
normen in de opvoeding
Mensbeeld – visie op opvoeden – opvoedingsstijl – concrete opvoedingssituatie
,Enkele dimensies (w.o. antinomie)
Werkelijkheid Ideaal
Individu Maatschappij
Vrijheid Verbondenheid
Nu Later
Führen Wachen lassen
Gezag Autonomie
Gehoorzaamheid zelfstandigheid
Kinderlijke ontwikkeling lijkt op:
- Het ontkiemen en tot wasdom komen van een roos (kind: kiem, volwassene:
bloeiende roos, opvoeder: tuinman)
- De metafoor van larf tot vlinder (baby: larve, kindertijd: rups, pubertijd: pop,
volwassene: vlinder, opgroeien: rijpen)
- Het ontstaan van een sculptuur uit een stuk marmer. (kind: ruw marmer,
volwassene: sculptuur, opvoeder: beeldhouwer)
Hechting
- Baby’s maken door huilen, kijken, lachen en kraaien hun behoeften kenbaar
(denk aan still fase experiment)
- Die behoefte is een reactie van de opvoeder: Sensitiviteit, responsiviteit.
- Baby’s hebben aangeboren kenmerken die de hechting bevorderen.
Hoe verloopt onthechting?
1 hechtingsgedrag: geen respons
2 Fase van protest: geen respons
3 fase van wanhoop: geen respons
4 onthechting
Leeftijdsfase Ontwikkelingsfase en taken (volgens het boek!! )
1 - 2 jaar Fysiologische zelfregulatie, veilige hechting, motorische
ontwikkeling
Exploratie, autonomie en individuatie
2 – 4 jaar Representatieve vaardigheden
Constructief omgaan met leeftijdsgenoten
Internaliseren van maatschappelijke eisen
Sekserol-identificatie
4 – 12 jaar Lezen, schrijven en rekenen
Zelfstandigheid, ijver maar ook: zelfcontrole!!
Decentratie (verplaatsen in de ander)
12 – 18 jaar Omgaan met andere sekse, ontwikkelen van normen en
waarden en eigen identiteit
Ontwikkelen van een visie op schoolkeuze, beroep en
samenleving
zelfstandigheid
, Wat betekent zelfbewustzijn?
Weten dat je bestaat, weten dat je een individu bent. De meeste kinderen
ontwikkelen dit bij 17 tot 24 maanden. Primaten (en dolfijnen) hebben dit ook
Theory of mind: het menselijk vermogen om zich een beeld te vormen van
het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf. Men maakt gebruik van
theory of mind wanneer men beschrijft wat een ander ziet, voelt of denkt vanuit zijn
perspectief. Theory of mind is daarom een noodzakelijke vaardigheid om
bijvoorbeeld empathisch te kunnen zijn (je verplaatsen in het gevoelsleven van een
ander).
Spiegel en rouge test
Een mens kan wel degelijk communiceren met dieren en andersom ook. Sommige
primaten gaan wel tot 1000 tekens maar het niveau van de mens is onbereikbaar
voor dieren.
Historische pedagogiek.
Voor de 17e eeuw
Kind als mini volwassene, religie bepaald, ‘donker’; repressief, anti wetenschap,
rangen en standen, ‘mens is geneigd tot het kwade’
17e eeuw, centrale vraag: hoe komt kennis tot stand?
- Empirisme: ervaring (observeren/meemaken) : kennis (=inductie)
- Rationalisme: theorie (verstand/rede/nadenken) : kennis (=deductie)
18e eeuw: De verlichting
- Naturalistisch
- Vrijheidsdenken (als filosofie)
- Mens is opvoedbaar, maatschappij is maakbaar
- Jean Jacques Rousseau (1712) : kind als kind, ‘Emile, ou de l’education’
- Mens is van nature goed
- Opkomst natuurwetenschappen
19e eeuw: Romantiek: Beland van het on(der)bewuste
- Afzetten tegen normatieve pedagogiek
- Reformpedagogiek
- ‘bevrijden’ van het kind
- Individuele vrijheid
- Kindgerichtheid
- Jenaplan, Dalton, Montessori, vrije school: aansluiten bij de belevingswereld
van het kind.
- Lichamelijke en kunstzinnige vorming ook belangrijk
Wat is pedagogiek?
- Onderzoek en wetenschap die zich bezighoudt met opvoeding van kinderen
en jeugdigen van 0 tot 18 jaar. (en daarna)
- Bestuderen en ontwikkelen van (kennis/theorie) over opvoeden, opvoeding,
onderwijs en vorming
- Ook het bestuderen van de grond ideeën van waaruit mensen hun kinderen
opvoeden (mensbeelden en visies) ; Waartoe voeden we op?!
Welke factoren zijn genetisch bepaald en welke door de omgeving?
- Nurture: Aanleren van lachen, huilen, herkennen van emoties
- Bij deprivatie (onthouding): Motorische gevolgen vaak omkeerbaar.
- Cognitie: Grote gevolgen bij deprivatie: Onomkeerbaar
- Taalontwikkeling is wel genetisch bepaald maar moet WEL getriggerd worden
- Sociaal/emotioneel: Wolfs kinderen worden zelden een ‘normaal’ kind.
Je genen bepalen je ‘plafon’ maar als je niet gestimuleerd word, dan haal je dat
plafon niet.
Toepassing van psychologie in de pedagogiek.
1 behaviorisme
- Stimulus + Respons
- Operant en klassiek conditioneren.
2 Cognitieve leertheorie
- Piaget (cognitieve ontwikkeling in fasen)
- Vygotsky (zone van naaste ontwikkeling)
3 Psychoanalyse
- Freud en Erikson (fasen en hechting)
4 Humanistische Psychologie
- Rodgers (zelfactualisatie)
- Gorden – methode (kind centraal)
Mensbeeld en menswetenschappen
Mechanistisch Organistisch Personalistisch
machine Één geheel Individu is uniek
Behaviorisme Psychoanalyse Humanisme
Skinner Freud Maslow
Straffen en belonen Behoeften , driften, Bewustwording van
verklaren van verlangens persoonlijke behoeften
Tabula rasa: wezen dat Wezen in conflict met Wezen dat streeft naar
geconditioneerd word zichzelf zelfontplooiing
‘gelijk’ aan beest ‘beest en mens’ in één Scheppend wezen
Visie: Zienswijzie die manier bepaald waarop je je kind gaat opvoeden naar doel
(menswording) beeld van hoe hij of zij moet zijn. Deze visie bepalen de waarden en
normen in de opvoeding
Mensbeeld – visie op opvoeden – opvoedingsstijl – concrete opvoedingssituatie
,Enkele dimensies (w.o. antinomie)
Werkelijkheid Ideaal
Individu Maatschappij
Vrijheid Verbondenheid
Nu Later
Führen Wachen lassen
Gezag Autonomie
Gehoorzaamheid zelfstandigheid
Kinderlijke ontwikkeling lijkt op:
- Het ontkiemen en tot wasdom komen van een roos (kind: kiem, volwassene:
bloeiende roos, opvoeder: tuinman)
- De metafoor van larf tot vlinder (baby: larve, kindertijd: rups, pubertijd: pop,
volwassene: vlinder, opgroeien: rijpen)
- Het ontstaan van een sculptuur uit een stuk marmer. (kind: ruw marmer,
volwassene: sculptuur, opvoeder: beeldhouwer)
Hechting
- Baby’s maken door huilen, kijken, lachen en kraaien hun behoeften kenbaar
(denk aan still fase experiment)
- Die behoefte is een reactie van de opvoeder: Sensitiviteit, responsiviteit.
- Baby’s hebben aangeboren kenmerken die de hechting bevorderen.
Hoe verloopt onthechting?
1 hechtingsgedrag: geen respons
2 Fase van protest: geen respons
3 fase van wanhoop: geen respons
4 onthechting
Leeftijdsfase Ontwikkelingsfase en taken (volgens het boek!! )
1 - 2 jaar Fysiologische zelfregulatie, veilige hechting, motorische
ontwikkeling
Exploratie, autonomie en individuatie
2 – 4 jaar Representatieve vaardigheden
Constructief omgaan met leeftijdsgenoten
Internaliseren van maatschappelijke eisen
Sekserol-identificatie
4 – 12 jaar Lezen, schrijven en rekenen
Zelfstandigheid, ijver maar ook: zelfcontrole!!
Decentratie (verplaatsen in de ander)
12 – 18 jaar Omgaan met andere sekse, ontwikkelen van normen en
waarden en eigen identiteit
Ontwikkelen van een visie op schoolkeuze, beroep en
samenleving
zelfstandigheid
, Wat betekent zelfbewustzijn?
Weten dat je bestaat, weten dat je een individu bent. De meeste kinderen
ontwikkelen dit bij 17 tot 24 maanden. Primaten (en dolfijnen) hebben dit ook
Theory of mind: het menselijk vermogen om zich een beeld te vormen van
het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf. Men maakt gebruik van
theory of mind wanneer men beschrijft wat een ander ziet, voelt of denkt vanuit zijn
perspectief. Theory of mind is daarom een noodzakelijke vaardigheid om
bijvoorbeeld empathisch te kunnen zijn (je verplaatsen in het gevoelsleven van een
ander).
Spiegel en rouge test
Een mens kan wel degelijk communiceren met dieren en andersom ook. Sommige
primaten gaan wel tot 1000 tekens maar het niveau van de mens is onbereikbaar
voor dieren.
Historische pedagogiek.
Voor de 17e eeuw
Kind als mini volwassene, religie bepaald, ‘donker’; repressief, anti wetenschap,
rangen en standen, ‘mens is geneigd tot het kwade’
17e eeuw, centrale vraag: hoe komt kennis tot stand?
- Empirisme: ervaring (observeren/meemaken) : kennis (=inductie)
- Rationalisme: theorie (verstand/rede/nadenken) : kennis (=deductie)
18e eeuw: De verlichting
- Naturalistisch
- Vrijheidsdenken (als filosofie)
- Mens is opvoedbaar, maatschappij is maakbaar
- Jean Jacques Rousseau (1712) : kind als kind, ‘Emile, ou de l’education’
- Mens is van nature goed
- Opkomst natuurwetenschappen
19e eeuw: Romantiek: Beland van het on(der)bewuste
- Afzetten tegen normatieve pedagogiek
- Reformpedagogiek
- ‘bevrijden’ van het kind
- Individuele vrijheid
- Kindgerichtheid
- Jenaplan, Dalton, Montessori, vrije school: aansluiten bij de belevingswereld
van het kind.
- Lichamelijke en kunstzinnige vorming ook belangrijk