IP II : CONCEPTEN
1 Introductie
Grand theory
Vooral bij IP I
Grote algemene vraagstukken in de internationale betrekkingen :
o Realisme
egoïsme en conflict
staatmanschap en nationale belangen
anarchie (neo-realisme : zelfhulp, veiligheidsdilemma en
relatieve voordelen)
polariteit stabiliteit (= machtsbalans)
o Liberalisme
staten belangrijkste actoren; streven naar absolute voordelen
anarchie
mens is rationaal
conflict verzacht door harmony or balance amongst
competing interests
nastreven individuele belangen natuurlijk evenwicht
o Sociaal constructivisme
de mens construeert de wereld
omgeving construeert actor construeert structuur
rol vd politiek is het vaststellen van betekenissen om conflict
te voorkomen
Middle-range theory
Vooral bij IP II
Focus op een groep van vraagstukken
Micro theory
Geven antwoord op specifieke problemen of evenementen
Levels of analysis
Systeemniveau : internationale systeem
Statenniveau : type regering van een staat
Individueel niveau : gericht op personen
Voorbeeld WO II :
o Syst. : Duitsland was opkomende macht en wilde zich losmaken van
beperkingen
o Staat : Nazi-ideologie
o Ind. : ideeën en acties van Hitler
, 2 Staten, soevereiniteit en globalisering
State
Intern perspectief : tegenovergestelde van civil society; publieke instituties
welke verantwoordelijk zijn voor de collectieve organisatie van het leven
binnen de staat, en worden gefinancierd door belastingen
Extern perspectief : omvat civil society; staat kent een territorium,
bevolking, effectieve regering en soevereiniteit
Pluriforme actoren; meerdere dimensies waarin staten verschillen :
o Macht :
unitair/gecentraliseerd (Japan)
federaal/gedecentraliseerd (Duitsland)
o Relatie volk-staat :
statist/staat veel controle en macht/maatschappij weinig
invloed (Frankrijk)
pluralist/maatschappij veel invloed (VS)
o Staatsinrichting :
democratie/staat heeft verantwoording voor zijn kiezers en
het recht (Nederland)
autocratie/staat heeft slechts verantwoording voor regerende
groep (Noord-Korea)
o Staatshoofd :
ongekozen koning(in) (Liechtenstein)
democratisch gekozen president (VS)
premier die parlement vertegenwoordigd (Duitsland)
State as structure
Staat : binnen een afgebakend grondgebied werkzame, in hogere mate
soevereine organisatie/structuur die …
o gezag uitoefent over de bevolking binnen dat grondgebied;
o deze bevolking naar buiten toe vertegenwoordigt;
o over de benodigde machtsmiddelen beschikt (bv.
geweldsmonopolie)
Administratieve structuur met exclusieve juridische autoriteit en een
geweldsmonopolie binnen zijn grondgebied
Structuren variëren!
State as rational actor
Vaak in media : ‘Irak valt Koeweit binnen’
Normatieve benadering : staat berekent & voert uit
Staat : als organisatie die weet wat het wil en aan de hand hiervan keuzes
maakt
Organisatie met …
o materiële en ideologische belangen;
o verkrijgt informatie uit omgeving;
o kiest beleid dat het beste bij zijn belangen past
Nation
Groep mensen met gezamenlijke cultuur/historie die (streven naar)
zelfbestuur
Is een identiteit en geen structuur!
1 Introductie
Grand theory
Vooral bij IP I
Grote algemene vraagstukken in de internationale betrekkingen :
o Realisme
egoïsme en conflict
staatmanschap en nationale belangen
anarchie (neo-realisme : zelfhulp, veiligheidsdilemma en
relatieve voordelen)
polariteit stabiliteit (= machtsbalans)
o Liberalisme
staten belangrijkste actoren; streven naar absolute voordelen
anarchie
mens is rationaal
conflict verzacht door harmony or balance amongst
competing interests
nastreven individuele belangen natuurlijk evenwicht
o Sociaal constructivisme
de mens construeert de wereld
omgeving construeert actor construeert structuur
rol vd politiek is het vaststellen van betekenissen om conflict
te voorkomen
Middle-range theory
Vooral bij IP II
Focus op een groep van vraagstukken
Micro theory
Geven antwoord op specifieke problemen of evenementen
Levels of analysis
Systeemniveau : internationale systeem
Statenniveau : type regering van een staat
Individueel niveau : gericht op personen
Voorbeeld WO II :
o Syst. : Duitsland was opkomende macht en wilde zich losmaken van
beperkingen
o Staat : Nazi-ideologie
o Ind. : ideeën en acties van Hitler
, 2 Staten, soevereiniteit en globalisering
State
Intern perspectief : tegenovergestelde van civil society; publieke instituties
welke verantwoordelijk zijn voor de collectieve organisatie van het leven
binnen de staat, en worden gefinancierd door belastingen
Extern perspectief : omvat civil society; staat kent een territorium,
bevolking, effectieve regering en soevereiniteit
Pluriforme actoren; meerdere dimensies waarin staten verschillen :
o Macht :
unitair/gecentraliseerd (Japan)
federaal/gedecentraliseerd (Duitsland)
o Relatie volk-staat :
statist/staat veel controle en macht/maatschappij weinig
invloed (Frankrijk)
pluralist/maatschappij veel invloed (VS)
o Staatsinrichting :
democratie/staat heeft verantwoording voor zijn kiezers en
het recht (Nederland)
autocratie/staat heeft slechts verantwoording voor regerende
groep (Noord-Korea)
o Staatshoofd :
ongekozen koning(in) (Liechtenstein)
democratisch gekozen president (VS)
premier die parlement vertegenwoordigd (Duitsland)
State as structure
Staat : binnen een afgebakend grondgebied werkzame, in hogere mate
soevereine organisatie/structuur die …
o gezag uitoefent over de bevolking binnen dat grondgebied;
o deze bevolking naar buiten toe vertegenwoordigt;
o over de benodigde machtsmiddelen beschikt (bv.
geweldsmonopolie)
Administratieve structuur met exclusieve juridische autoriteit en een
geweldsmonopolie binnen zijn grondgebied
Structuren variëren!
State as rational actor
Vaak in media : ‘Irak valt Koeweit binnen’
Normatieve benadering : staat berekent & voert uit
Staat : als organisatie die weet wat het wil en aan de hand hiervan keuzes
maakt
Organisatie met …
o materiële en ideologische belangen;
o verkrijgt informatie uit omgeving;
o kiest beleid dat het beste bij zijn belangen past
Nation
Groep mensen met gezamenlijke cultuur/historie die (streven naar)
zelfbestuur
Is een identiteit en geen structuur!