Week 2
Er zijn drie soorten samenwerkingsrelaties: klager, klant en bezoeker -> relatie die je met de
cliënt hebt.
Doelen formuleren met SMART, specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden.
Schaalvragen: Vragen zoals ‘op een schaal van 10 tot 0 hoe voel je je nu?’ Begin altijd met
de 10 in plaats van de 0. Schaalvragen kan je inzetten om gerichter te kijken naar wat
iemand moet doen om zich één cijfer beter te voelen. In plaats van dat het in een keer naar
een tien moet gaan we met kleine stappen werken wat een doel wat haalbaarder kan maken.
Komt in de toets!
Bezoeker: Iemand die niet vindt dat hij/zij een probleem heeft. De cliënt is vaak
doorgestuurd en vind niet dat hij geholpen hoeft te worden.
Klager: Een klager is iemand die een probleem heeft maar deze vaak buiten zichzelf zoekt.
Hij/zij is niet de oorzaak van zijn probleem, iemand anders.
Klant: Iemand die beseft dat hij een probleem heeft en zelf beseft dat er iets moet
veranderen.
Complimenten zijn belangrijk, je zorgt voor een prettige en positieve sfeer in het gesprek.
Complimenten zijn er drie van:
- positieve karakterduiding (op persoonlijkheidskenmerken)
- direct compliment (op gedrag)
- indirect compliment (erkenning met een omweg ‘Hoe komt het dat jij zo goed om kan gaan
met geld?’).
1
, Zorg dat je vraagt naar uitzonderingen !
2