Hoofdstuk 1 §1.1 + 1.4 + 1.5 + 1.6 De schoolklas in sociologisch perspectief
§1.1
§1. 4 Antischoolculturen -> fenomeen bekend door Paul Willis onderzoek. Specifieke jongeren uit
arbeidersklasse focuste zich op ongeschoolde handarbeid. Richtte zich op het overnemen van ongeschoold
werk vaders z.s.m. Aan dat werk ontleende ze eigenwaarde en seksistische mannelijkheidscultuur van
fysieke kracht, ruwheid, lef en succes met meisjes. Onderwijs in hun ogen: overbodig, tussenstop.
Antischoolhouding: voortdurend mannelijkheid in de klas doen gelden en ruimte veroveren om gezellig te
hebben op school. = jaren ’70. Viertig jaar later: NL dienstensamenleving randverschijnsel i.p.v.
arbeidsmogelijkheid. Antischoolhouding + oriëntatie fysiek werk -> inbedding culturele organisatie arbeid
met haar vakbonden en politieke partijen.
§1.5 Straatculturen in het onderwijs -> in de grote steden. Socialisering door codes en regels te beheersen.
Reputatie, brutaliteit, lef + status = VIP. Aanzien en respect geëist vooral door lichaamsbehendigheid en durf.
Straatcultuur = lichaamstaal. Straatcultuur -> haaks op nomen en waarden dagelijkse omgang. Letterlijk voor
hen opzij gaan, inbreuk respect, nooit fout toegeven, geen sorry zeggen. Keihard en onverschillig zijn en
bescherming van de reputatie voor vrienden en rivalen = must. Strijdig met houdingen en gedragingen
schoolklas. Schijt aan school. Correcties leidden tot verbaal gevecht. Code switching: wisselen tussen
culturen afhankelijk van situatie, stemming en omgevingsreacties -> onvoorspelbaar gedrag. Woods:
onderscheid overlevingsculturen om schooltijd prettig mogelijk door te gaan. Matthijssen: de zesjescultuur -
> niet meer of minder doen dan nodig is.
§1.6 Het verborgen leerplan
Parsons: focus op uitkomsten die socialisatie en integratie moeten opleveren om maatschappelijke
continuïteit te bevorderen. En werpt licht op interacties in de schoolklas. Microsociologen: via kwalitatieve
methoden observaties binnen onderwijs -> licht brengen aan verborgen patronen. Laatste 50 jaar: ontdekking
en beïnvloeding mechanismen die rol spelen in onderwijs. Mechanismen heten: verborgen curriculum.
Betrfet onopzettelijke invloeden tussen leerlingen en leraren. Waardoor leerlingen impliciet leren maar
leraren niet expliciet onderwijzen. VB: selffulfilling prophecy -> macht en invloed etikettering. Leraren
brengen onderscheid aan typen leerlingen. Typering gepaard met verwachting -> invloed leerprestatie en
identiteitsontwikkeling leerlingen. Pygmalion-effect: vernoemd naar experiment Rosenthal en Jacobsen.
Verdelen in 2 groepen. Ene leerkracht krijgt positieve verwachtingen mee, andere niet. Groep met positieve
verwachtingen maakt deze waar, andere groep niet. VIP mechanisme: uitvoering geven aan curriculum.
Manier van praten, vragen stellen en etiketteren leerlingen die hij aanpast aan mogelijkheden die bij de
leerling veronderstelt worden. Verwachtingen laten doorklinken.
- Keddie geen ontsnapping etiketteringsdruk. Laag niveau: parate kennis. Hoog niveau: verdiepende
omgang met leerstof.
- Ten Dam en Volman vmbo: aanvaardbare manier functioneren. Havo/vwo: zelfstandigheid, eigen
mening vormen en samenwerking. Impliciet in stand houden sociale ongelijkheid.
- Sharp en Green rooskleurig beeld van onderwijs dat niet werkelijkheid is.
- Jennie Oakes leraren geen ideeën over leerling gecentreerd onderwijs of pedagogiek. Geen moeite
doen om te verdiepen in theoretische grondslagen en vernieuwingen.
- Peter van der Kely Onderscheid herhaalbeurt (herhalen) en doorvraagbeurt (denk mee)
- Jean Anyon Arbeiderskinderen: kennis is boek/leraar. Middenklasse: kennis kan je ontdekken,
uitvinden en zelf denken.
, Hoofdstuk 2 Kiezen of gekozen worden?
Ouders stimuleren kind tot hoogst haalbare niveau door toenemende meritocratisering van de samenleving.
Vmbo valt buiten de boot bij dit verschijnsel. Verklaring: lage cito-score, afkomstig gezin met weinig
cultureel, scholair en economisch kapitaal, ouders hechten weinig waarde aan investeren in onderwijs.
Leerlingen ontwikkelen geen loopbaanperspectief, gevolg: overlevingsstrategie hanteren. Gevolgen
overlevingsstrategie:
- Afname motivatie gedurende onderwijsloopbaan.
- Interactie docent-leerling: ruil van kennis tegen handhaven orde.
- Docenten voor leerling geen vb. van relevante volwassenen.
- Na enkele weken getoetste kennis vergeten.
- In hoger onderwijs leerlingen niet in staat tot betekenisgericht te leren.
- Leukste deel van school volgens leerlingen ontmoeting en samenzijn met leeftijdsgenoten.
Grootste oorzaak drop-out: geringe motivatie.
§2.1 Niet efficiënte en ineffectieve onderwijs was lang geen probleem omdat leerlingen geen duidelijk
toekomst perspectief hadden. Industriële samenleving ging om selectie en socialisatie i.p.v. kwalificatie voor
beroepen. Verschuiving van industriële naar kennis en diensten economie vraagt om flexibilisering van
arbeidsverhoudingen en emotionele arbeid (= bewust inzetten van emoties). Opkomst dienst/kennis
economie gevolg 3 eco trends:
1. Markt -> vraag gestuurd. Laagste prijs voor product toegesneden tot specifieke wensen en behoeften.
2. Mondialisering: klanten, partners en concurrenten wereldwijd. Relatieve kwaliteit groter. Time-to-
market groter. Productie tijd en tijd op markt brengen product steeds kleiner.
3. Groeiende dynamiek: snel verouderende techniek, wensen markt veranderen eveneens. Producten in
sneller tempo op markt te brengen.
Individualisering samenleving -> door ontkerkelijking, afbrokkeling traditionele verzuilde politieke en
maatschappelijke structuren, welvaartsgroei en uitbreiding opleidingsmogelijkheden. Grotere keuzevrijheid -
> individu meer keuzedwang in een samenleving die minder richting geeft -> onzekerheid. Individualisering
en flexibilisering arbeidsverhoudingen -> zelfsturing belangrijker. Zelfsturing: instrumentale denk en
handelingsvaardigheden en ontwikkeling levensdoelen. Individu leert eigen centrale levenswaarden
onderkennen en deze te verbinden aan beroepsrol. Identiteit is een blijvende beschrijving van de
autobiografie, waarin handelingen in verleden, huidige attitudes en verlangens voor de toekomst aan een
consistent verhaal worden verbonden. Levensverhaal komt tot stand door interactie tussen
betekenisverlening en realiteit waarin men leeft.
§2.2 Het verwerven van arbeidsidentiteit = kansloos -> door ontbreken interactie tussen betekenisverlening
en realiteit. Aanbod kennis = centraal -> kennis wordt essentieel gezien voor vervolgopleiding/beroep. Dit is
reden vervorming van loopbaanbegeleiding naar studiekeuzebegeleiding. Doel = leerling vervolgopleiding
kiezen aansluitend bij capaciteiten. Weinig eigen inbreng tijdens studiekeuzebegeleiding. VIP begrip:
geïnformeerde keuze. Studiekeuzebegeleiding speelt zich af in marges van schoolleven en bepaalde
overgangen en keuzemomenten.
Sleutelrol onderwijs voor goede baan, inkomen, macht etc. Veralgemenisering vmbo illustratie van
theoretischer worden onderwijs, minder focus op arbeidsmarkt, iedereen gelijk. Op de arbeidsmarkt treedt
‘Entberuflichung’ op -> beroepen verdwijnen en vervangen door functiegebieden die qua inhoud +
marktpositie vaag gedefinieerd zijn en jongeren weinig aanspreken. 1976: 5500 beroepen. 1993: 1211
beroepen. Gevolg veralgemenisering + entberuflichung: jongeren geen/weinig beroepswens en leren voor
cijfers en handelen volgens logica onderwijs.
Onderzoek -> beroep/studiekeuze beslissing op laatste moment. Leerling die voldoende geïnformeerd is weet
welke precies welke opleidingsweg zijn zullen inslaan. Voorbarige conclusie: effectieve
studiekeuzebegeleiding, omdat: jongeren geen specifiek beroep kiezen maar palet beroepsalternatieven en
deze keuze is gebaseerd op verdieping van reeds aanwezige kennis. In laat stadium op zoek naar nieuwe
informatie. Handelingsbeslissingen beïnvloed door: 1e: ervaringen, 2e geruchten(vriendenkring), 3e
beeldvorming in en via massamedia, 4e objectieve informatie. Weinig jongeren positief over studie en
loopbaanvoorlichting.
§1.1
§1. 4 Antischoolculturen -> fenomeen bekend door Paul Willis onderzoek. Specifieke jongeren uit
arbeidersklasse focuste zich op ongeschoolde handarbeid. Richtte zich op het overnemen van ongeschoold
werk vaders z.s.m. Aan dat werk ontleende ze eigenwaarde en seksistische mannelijkheidscultuur van
fysieke kracht, ruwheid, lef en succes met meisjes. Onderwijs in hun ogen: overbodig, tussenstop.
Antischoolhouding: voortdurend mannelijkheid in de klas doen gelden en ruimte veroveren om gezellig te
hebben op school. = jaren ’70. Viertig jaar later: NL dienstensamenleving randverschijnsel i.p.v.
arbeidsmogelijkheid. Antischoolhouding + oriëntatie fysiek werk -> inbedding culturele organisatie arbeid
met haar vakbonden en politieke partijen.
§1.5 Straatculturen in het onderwijs -> in de grote steden. Socialisering door codes en regels te beheersen.
Reputatie, brutaliteit, lef + status = VIP. Aanzien en respect geëist vooral door lichaamsbehendigheid en durf.
Straatcultuur = lichaamstaal. Straatcultuur -> haaks op nomen en waarden dagelijkse omgang. Letterlijk voor
hen opzij gaan, inbreuk respect, nooit fout toegeven, geen sorry zeggen. Keihard en onverschillig zijn en
bescherming van de reputatie voor vrienden en rivalen = must. Strijdig met houdingen en gedragingen
schoolklas. Schijt aan school. Correcties leidden tot verbaal gevecht. Code switching: wisselen tussen
culturen afhankelijk van situatie, stemming en omgevingsreacties -> onvoorspelbaar gedrag. Woods:
onderscheid overlevingsculturen om schooltijd prettig mogelijk door te gaan. Matthijssen: de zesjescultuur -
> niet meer of minder doen dan nodig is.
§1.6 Het verborgen leerplan
Parsons: focus op uitkomsten die socialisatie en integratie moeten opleveren om maatschappelijke
continuïteit te bevorderen. En werpt licht op interacties in de schoolklas. Microsociologen: via kwalitatieve
methoden observaties binnen onderwijs -> licht brengen aan verborgen patronen. Laatste 50 jaar: ontdekking
en beïnvloeding mechanismen die rol spelen in onderwijs. Mechanismen heten: verborgen curriculum.
Betrfet onopzettelijke invloeden tussen leerlingen en leraren. Waardoor leerlingen impliciet leren maar
leraren niet expliciet onderwijzen. VB: selffulfilling prophecy -> macht en invloed etikettering. Leraren
brengen onderscheid aan typen leerlingen. Typering gepaard met verwachting -> invloed leerprestatie en
identiteitsontwikkeling leerlingen. Pygmalion-effect: vernoemd naar experiment Rosenthal en Jacobsen.
Verdelen in 2 groepen. Ene leerkracht krijgt positieve verwachtingen mee, andere niet. Groep met positieve
verwachtingen maakt deze waar, andere groep niet. VIP mechanisme: uitvoering geven aan curriculum.
Manier van praten, vragen stellen en etiketteren leerlingen die hij aanpast aan mogelijkheden die bij de
leerling veronderstelt worden. Verwachtingen laten doorklinken.
- Keddie geen ontsnapping etiketteringsdruk. Laag niveau: parate kennis. Hoog niveau: verdiepende
omgang met leerstof.
- Ten Dam en Volman vmbo: aanvaardbare manier functioneren. Havo/vwo: zelfstandigheid, eigen
mening vormen en samenwerking. Impliciet in stand houden sociale ongelijkheid.
- Sharp en Green rooskleurig beeld van onderwijs dat niet werkelijkheid is.
- Jennie Oakes leraren geen ideeën over leerling gecentreerd onderwijs of pedagogiek. Geen moeite
doen om te verdiepen in theoretische grondslagen en vernieuwingen.
- Peter van der Kely Onderscheid herhaalbeurt (herhalen) en doorvraagbeurt (denk mee)
- Jean Anyon Arbeiderskinderen: kennis is boek/leraar. Middenklasse: kennis kan je ontdekken,
uitvinden en zelf denken.
, Hoofdstuk 2 Kiezen of gekozen worden?
Ouders stimuleren kind tot hoogst haalbare niveau door toenemende meritocratisering van de samenleving.
Vmbo valt buiten de boot bij dit verschijnsel. Verklaring: lage cito-score, afkomstig gezin met weinig
cultureel, scholair en economisch kapitaal, ouders hechten weinig waarde aan investeren in onderwijs.
Leerlingen ontwikkelen geen loopbaanperspectief, gevolg: overlevingsstrategie hanteren. Gevolgen
overlevingsstrategie:
- Afname motivatie gedurende onderwijsloopbaan.
- Interactie docent-leerling: ruil van kennis tegen handhaven orde.
- Docenten voor leerling geen vb. van relevante volwassenen.
- Na enkele weken getoetste kennis vergeten.
- In hoger onderwijs leerlingen niet in staat tot betekenisgericht te leren.
- Leukste deel van school volgens leerlingen ontmoeting en samenzijn met leeftijdsgenoten.
Grootste oorzaak drop-out: geringe motivatie.
§2.1 Niet efficiënte en ineffectieve onderwijs was lang geen probleem omdat leerlingen geen duidelijk
toekomst perspectief hadden. Industriële samenleving ging om selectie en socialisatie i.p.v. kwalificatie voor
beroepen. Verschuiving van industriële naar kennis en diensten economie vraagt om flexibilisering van
arbeidsverhoudingen en emotionele arbeid (= bewust inzetten van emoties). Opkomst dienst/kennis
economie gevolg 3 eco trends:
1. Markt -> vraag gestuurd. Laagste prijs voor product toegesneden tot specifieke wensen en behoeften.
2. Mondialisering: klanten, partners en concurrenten wereldwijd. Relatieve kwaliteit groter. Time-to-
market groter. Productie tijd en tijd op markt brengen product steeds kleiner.
3. Groeiende dynamiek: snel verouderende techniek, wensen markt veranderen eveneens. Producten in
sneller tempo op markt te brengen.
Individualisering samenleving -> door ontkerkelijking, afbrokkeling traditionele verzuilde politieke en
maatschappelijke structuren, welvaartsgroei en uitbreiding opleidingsmogelijkheden. Grotere keuzevrijheid -
> individu meer keuzedwang in een samenleving die minder richting geeft -> onzekerheid. Individualisering
en flexibilisering arbeidsverhoudingen -> zelfsturing belangrijker. Zelfsturing: instrumentale denk en
handelingsvaardigheden en ontwikkeling levensdoelen. Individu leert eigen centrale levenswaarden
onderkennen en deze te verbinden aan beroepsrol. Identiteit is een blijvende beschrijving van de
autobiografie, waarin handelingen in verleden, huidige attitudes en verlangens voor de toekomst aan een
consistent verhaal worden verbonden. Levensverhaal komt tot stand door interactie tussen
betekenisverlening en realiteit waarin men leeft.
§2.2 Het verwerven van arbeidsidentiteit = kansloos -> door ontbreken interactie tussen betekenisverlening
en realiteit. Aanbod kennis = centraal -> kennis wordt essentieel gezien voor vervolgopleiding/beroep. Dit is
reden vervorming van loopbaanbegeleiding naar studiekeuzebegeleiding. Doel = leerling vervolgopleiding
kiezen aansluitend bij capaciteiten. Weinig eigen inbreng tijdens studiekeuzebegeleiding. VIP begrip:
geïnformeerde keuze. Studiekeuzebegeleiding speelt zich af in marges van schoolleven en bepaalde
overgangen en keuzemomenten.
Sleutelrol onderwijs voor goede baan, inkomen, macht etc. Veralgemenisering vmbo illustratie van
theoretischer worden onderwijs, minder focus op arbeidsmarkt, iedereen gelijk. Op de arbeidsmarkt treedt
‘Entberuflichung’ op -> beroepen verdwijnen en vervangen door functiegebieden die qua inhoud +
marktpositie vaag gedefinieerd zijn en jongeren weinig aanspreken. 1976: 5500 beroepen. 1993: 1211
beroepen. Gevolg veralgemenisering + entberuflichung: jongeren geen/weinig beroepswens en leren voor
cijfers en handelen volgens logica onderwijs.
Onderzoek -> beroep/studiekeuze beslissing op laatste moment. Leerling die voldoende geïnformeerd is weet
welke precies welke opleidingsweg zijn zullen inslaan. Voorbarige conclusie: effectieve
studiekeuzebegeleiding, omdat: jongeren geen specifiek beroep kiezen maar palet beroepsalternatieven en
deze keuze is gebaseerd op verdieping van reeds aanwezige kennis. In laat stadium op zoek naar nieuwe
informatie. Handelingsbeslissingen beïnvloed door: 1e: ervaringen, 2e geruchten(vriendenkring), 3e
beeldvorming in en via massamedia, 4e objectieve informatie. Weinig jongeren positief over studie en
loopbaanvoorlichting.