Communicatiewetenschap
,INHOUD
Basis …………………………………………………………………………………… 2
Formules ……………………………………………………………………………………. 4
Chi-kwadraattoets ( 1 ) ……………………………………………………………………………………. 8
T-toets op één steekproefgemiddelde ………………………………………………. 17
T-toets voor onafhankelijke scores ….……….……………………………………………… 19
T-toets voor afhankelijke waarnemingen ……………………………………………… 23
Levene’s F-toets (varianties) ……………………………………………………………………… 27
F-toets voor eenwegsvariantie …………..…………………………………………….. 28
T-toets op correlatiecoëfficiënt ………………………………………………………… 33
Regressiecoefficienten t-toets …………………………………………………………
37
F-toets voor tweewegsvariantie ……………………………………………………….. 41
F-toets op meervoudig regressiemodel ( 10 )
t-toets op regressiecoëfficiënt ……………………………………………………….. 48
1
,BASIS
Welke toets gebruik je? (afhankelijk van)
● Aantal variabelen
● Meetniveau van de variabelen
● Soort relatie: verschil is samenhang
● Symmetrie of asymmetrie
Standaard stappen bij toetsen
Stap 1 welke nul- en alternatieve hypothesen moet ik opstellen?
Stap 2 welke toetsgrootheid heb ik nodig?
Stap 3 wat is mijn significantieniveau?
Stap 4 wat is mijn overschrijdingskans?
Stap 5 wat is de waarde van de toetsgrootheid?
Stap 6 vergelijk de overschrijdingskans met de waarde van de
toetsgrootheid
Stap 7 trek een conclusie
Bij het rapporteren houd je rekening met
● Het noemen van de onderzoekseenheden
● Het herhalen van de variabelen
● De toets noemen die je uitvoert
● De informatie uit je steekproef noemen: ( M = …. , SD = …. )
● Rapporteer volgens APA-richtlijnen
● bijv: t(df) = …., p = …. , 95%CI (... , …) , d = …
● Geef een interpretatie in eigen woorden
● bijv. de verwachting komt uit, want...
● Vertel wat er met de nulhypothese ‘gebeurt’.
Belangrijke regels
● Decimalen worden altijd gescheiden met een komma ( , )
● Waarden worden (pas bij rapportage) afgerond op 2 decimalen
● Noem indien bekend de onderzoekseenheden
● Noem de variabele(n) waar de analyse betrekking op heeft
● Noem de toets die je hebt uitgevoerd
● Vermeld of het resultaat statistisch significant is
● Noem de toetsgrootheid met daarachter tussen haakjes het aantal
vrijheidsgraden, dan een = teken, en dan de waarde van de
toetsgrootheid. Vervolgens vermeld je of het resultaat met jouw
significantieniveau significant is. Indien bekend sluit je af met het
betrouwbaarheidsinterval, die je tussen ‘vierkante’ haakjes zet,
gescheiden met een (punt)komma.
2
, ● Is het effect significant, dan bereken je de effectgrootte
● De gegevens uit de steekproef die bij de desbetreffende toets horen
Tekens
● Populatie M en SD
● Steekproef µ en 𝜎
3