Samenvatting: Diabetes Mellitus
Diabetes Mellitus = suikerziekte
Teveel glucose in het door bloed door insulinetekort
Zeer frequent: 1.2 miljoen Nederlands
Toename door verrijzing, verdikking en immigratie
Veel ziekte en invaliditeit door complicaties
Levensverwachting 6-10 jaar bekort
Tekort aan insuline ( absoluut of relatief)
- Stofwisseling glucose is gestoord
- Hyperglykemie ( te hoog gehalte aan glucose in het bloed )
Insuline: geproduceerd door bétacellen in eilandjes
van Langerhans in de pancreas ( alvleesklier )
Elementaire suikerkunde brandstof van het lichaam.
Koolhydraten
o Monosachhariden: glucose, fructose, galactose
o Disacchariden: sucrose. Maltose, lactose
o Honing
o Polysachariden: zetmeel, glycogeen, cellulose
Darm: poly du mono
Lever: fructose en galactose glucose
Functies van insuline
Optimaal benutten kostbare glucose.
Bevordering entree glucose in lichaamscellen: leveren van energie voor bijv.
stofwisselingsprocessen.
Bevordering glycogeensynthese in lever en spieren ( korte periode van niet eten te
overbruggen )
Bevordering vetsynthese in de lever en vetcellen.
Bevordering eiwitsynthese: het bevordert de opname van aminozuren in cellen, stimuleert
de eiwitsynthese en remt de eiwitafbraak.
De bloedglucosespiegel
- Normaal 4-8 mmol/liter als het niet goed zit, dan word het uit verschillende
voorraden uit het lichaam dingen bijgevuld.
- Te laag = hypoglykemie
- Te hoog = hyperglykemie
- Insuline is het enige hormoon dat glucosespiegel omlaag kan brengen
- Insuline – antagonisten:
glucagon ( zorgen dat die weer in de circulatie komen )
adrenaline (verhoging glucosespiegel hetgeen wat onder stressvolle
omstandigheden zinvol is)
cortisol (komt vrij bij chronische lichamelijke en/of geestelijke stress)
groeihormoon (bevordert eiwitopbouw en in kindertijd groei bot en kraakbeen.
Stimuleert productie van glucose door de lever)
placentahormonen (bevordert groei melkklierweefsel)
Diabetes Mellitus = suikerziekte
Teveel glucose in het door bloed door insulinetekort
Zeer frequent: 1.2 miljoen Nederlands
Toename door verrijzing, verdikking en immigratie
Veel ziekte en invaliditeit door complicaties
Levensverwachting 6-10 jaar bekort
Tekort aan insuline ( absoluut of relatief)
- Stofwisseling glucose is gestoord
- Hyperglykemie ( te hoog gehalte aan glucose in het bloed )
Insuline: geproduceerd door bétacellen in eilandjes
van Langerhans in de pancreas ( alvleesklier )
Elementaire suikerkunde brandstof van het lichaam.
Koolhydraten
o Monosachhariden: glucose, fructose, galactose
o Disacchariden: sucrose. Maltose, lactose
o Honing
o Polysachariden: zetmeel, glycogeen, cellulose
Darm: poly du mono
Lever: fructose en galactose glucose
Functies van insuline
Optimaal benutten kostbare glucose.
Bevordering entree glucose in lichaamscellen: leveren van energie voor bijv.
stofwisselingsprocessen.
Bevordering glycogeensynthese in lever en spieren ( korte periode van niet eten te
overbruggen )
Bevordering vetsynthese in de lever en vetcellen.
Bevordering eiwitsynthese: het bevordert de opname van aminozuren in cellen, stimuleert
de eiwitsynthese en remt de eiwitafbraak.
De bloedglucosespiegel
- Normaal 4-8 mmol/liter als het niet goed zit, dan word het uit verschillende
voorraden uit het lichaam dingen bijgevuld.
- Te laag = hypoglykemie
- Te hoog = hyperglykemie
- Insuline is het enige hormoon dat glucosespiegel omlaag kan brengen
- Insuline – antagonisten:
glucagon ( zorgen dat die weer in de circulatie komen )
adrenaline (verhoging glucosespiegel hetgeen wat onder stressvolle
omstandigheden zinvol is)
cortisol (komt vrij bij chronische lichamelijke en/of geestelijke stress)
groeihormoon (bevordert eiwitopbouw en in kindertijd groei bot en kraakbeen.
Stimuleert productie van glucose door de lever)
placentahormonen (bevordert groei melkklierweefsel)