1. Weefselleer
Leerdoel(en)
- De student kent de specifieke eigenschappen van epitheelcellen, fibroblasten,
osteoblasten, osteoclasten. En kan benoemen welke celtypen en specifieke cellulaire
eigenschappen de functies van de verschillende weefsels mogelijk maken.
Lesdoel(en)
- Verdiepingscollege. Er wordt dieper ingegaan op de specifieke eigenschappen van de
verschillende cellen van het parodontium.
Histologie van het parodontium
- Uit welke onderdelen bestaat het tandomgevende weefsel?
- Wat zijn de functies van die onderdelen?
De cellen van het parodontium
- Wat zijn de functionele onderdelen van de cel?
- Welke specifieke cellen treffen we aan in het tandomgevende weefsel?
- Wat is de functie van de cellen van het tandomgevende weefsel?
Histologie
Weeselleer
o Spierweefsel;
o Klierweefsel;
o Vetweefsel;
o Botweefsel;
o Bindweefsel;
o Beenmerg
o Parodontium (tandomgevende weefsels).
,Het parodontaal ligament wordt altijd coronaal richting apicaal aangelegd. Dit is zodat het
element zijn bewegelijkheid behoud, en hierdoor kan het element de kauwkrachten
opvangen.
Functie van de gingiva:
- Bescherming tegen bacteriën;
- Bescherming tegen harde voedseldelen.
Opbouw gingiva:
gingiva:
- Roze door doorbloeding;
- Bescherming tegen bacteriën;
- Biedt stevigheid;
- Epitheel celtype
Parodontaal ligament
Cement
Alveolair bot
Epitheelcellen:
- Waar zitten ze in de mondholte?
o In de gingiva.
- Wat is de functie?
o Belangrijke barière voor het binnendringen van micro-organismen.
- Welke eigenschappen helpen bij de functie?
o De aanhechting van de gingiva met de elementen + de verhoorning, dit zorgt
er ook voor dat het moeilijk is voor bacteriën om binnen te dringen.
Bindweefsel
- Fibroblasten (zorgen voor de productie van collageen (binding))
- Bloedvaten;
- Imuuncellen.
De tanden/elementen is het enige van je lichaam waarvan de buitenkant geen epitheel is.
Hiervoor is het aanhechtingsepitheel erg belangrijk.
,Je ziet bij de ontstoken gingiva dat de weerstandcellen proberen de micro-organismen
(bacteriën) op te pakken. Dit gaat wel ten koste van de vezels, deze zijn niet meer in tact bij
de ontstoken gingiva.
- Bloedvaten worden wijder
- Vezels gaan stuk. Worden opgelost door proteases (kathalysator) waardor de gingiva
slap wordt.
, Vorming van leukocyten (witte bloedcellen) uit voorlopercellen.
Van bloed afkomstige cellen in het parodontium
- Leukocyt
o Verzamelnaam van alle in het bloed voorkomende cellen.
- PMN
o Polymorfonucleaire cell = granulocyt
▪ Herkent bacterie en maakt onschadelijk.
- Plasmacel
o Afkomstig van B-cel
▪ Maakt specifiek soort antilichaam
▪ Bij parodontitis veel plasmacellen in het parodontium
- Monocyt
o Voorloper van de meerkernige osteoclast (botafbraak), maar ook macrofaag
(bacterieopruiming) en de dendritische cel (aanzwengelaar verworven
immuunsysteem).
Transseptable vezels
Vezels die naastliggende tanden aan elkaar verbinden.
Leerdoel(en)
- De student kent de specifieke eigenschappen van epitheelcellen, fibroblasten,
osteoblasten, osteoclasten. En kan benoemen welke celtypen en specifieke cellulaire
eigenschappen de functies van de verschillende weefsels mogelijk maken.
Lesdoel(en)
- Verdiepingscollege. Er wordt dieper ingegaan op de specifieke eigenschappen van de
verschillende cellen van het parodontium.
Histologie van het parodontium
- Uit welke onderdelen bestaat het tandomgevende weefsel?
- Wat zijn de functies van die onderdelen?
De cellen van het parodontium
- Wat zijn de functionele onderdelen van de cel?
- Welke specifieke cellen treffen we aan in het tandomgevende weefsel?
- Wat is de functie van de cellen van het tandomgevende weefsel?
Histologie
Weeselleer
o Spierweefsel;
o Klierweefsel;
o Vetweefsel;
o Botweefsel;
o Bindweefsel;
o Beenmerg
o Parodontium (tandomgevende weefsels).
,Het parodontaal ligament wordt altijd coronaal richting apicaal aangelegd. Dit is zodat het
element zijn bewegelijkheid behoud, en hierdoor kan het element de kauwkrachten
opvangen.
Functie van de gingiva:
- Bescherming tegen bacteriën;
- Bescherming tegen harde voedseldelen.
Opbouw gingiva:
gingiva:
- Roze door doorbloeding;
- Bescherming tegen bacteriën;
- Biedt stevigheid;
- Epitheel celtype
Parodontaal ligament
Cement
Alveolair bot
Epitheelcellen:
- Waar zitten ze in de mondholte?
o In de gingiva.
- Wat is de functie?
o Belangrijke barière voor het binnendringen van micro-organismen.
- Welke eigenschappen helpen bij de functie?
o De aanhechting van de gingiva met de elementen + de verhoorning, dit zorgt
er ook voor dat het moeilijk is voor bacteriën om binnen te dringen.
Bindweefsel
- Fibroblasten (zorgen voor de productie van collageen (binding))
- Bloedvaten;
- Imuuncellen.
De tanden/elementen is het enige van je lichaam waarvan de buitenkant geen epitheel is.
Hiervoor is het aanhechtingsepitheel erg belangrijk.
,Je ziet bij de ontstoken gingiva dat de weerstandcellen proberen de micro-organismen
(bacteriën) op te pakken. Dit gaat wel ten koste van de vezels, deze zijn niet meer in tact bij
de ontstoken gingiva.
- Bloedvaten worden wijder
- Vezels gaan stuk. Worden opgelost door proteases (kathalysator) waardor de gingiva
slap wordt.
, Vorming van leukocyten (witte bloedcellen) uit voorlopercellen.
Van bloed afkomstige cellen in het parodontium
- Leukocyt
o Verzamelnaam van alle in het bloed voorkomende cellen.
- PMN
o Polymorfonucleaire cell = granulocyt
▪ Herkent bacterie en maakt onschadelijk.
- Plasmacel
o Afkomstig van B-cel
▪ Maakt specifiek soort antilichaam
▪ Bij parodontitis veel plasmacellen in het parodontium
- Monocyt
o Voorloper van de meerkernige osteoclast (botafbraak), maar ook macrofaag
(bacterieopruiming) en de dendritische cel (aanzwengelaar verworven
immuunsysteem).
Transseptable vezels
Vezels die naastliggende tanden aan elkaar verbinden.