Hoorcollege 10 OWE 2 ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling zelfbesef:
1. zelf als veroorzaker (4 maanden) – huilen en handen
2. visuele zelfherkenning (18 maanden)
3. het zelf en de taal – ze gebruiken het woord ‘ik’
zelfbeschrijving:
- kleuter = richt zich op het hier en nu, uiterlijke kenmerken en bezittingen
- bovenbouw = vaardigheden in vergelijking tot welke groep ze behoren
- adolescent = negatieve en positieve beschrijving, afhankelijk van situaties
waarderen & presteren:
- competentie = hoe tevreden ben je met wat je kan? ‘ik wil het goed doen’ ondernemend en
afwachtend
- Prestatiemotivatie = intrinsieke motivatie = je wilt het uit jezelf, extrinsieke motivatie = vanaf
buiten
- Zelfvertrouwen = interne attributie = jezelf de schuld geven externe attributie = andere de
schuld geven
Identiteitsvorming volgens Erik Erikson =
Identiteitsbesef:
- Continuïteit & samenhang = je bent altijd dezelfde persoon
- Wederzijdsheid = hoe jij jezelf ziet, zo zien andere jou ook
- Zelfacceptatie = je moet het doen met wat je hebt
- Idealen = wat je wilt bereiken in je leven
Ontwikkelingsfasen: een tweestrijd waaruit je een positief of negatieve eigenschap meeneemt
- 0-1 jaar = fundamenteel vertrouwen // fundamenteel wantrouwen
- 1-4 jaar = autonomie // schaamte en twijfel -> lukt? Wilskracht
- 4-6 jaar = initiatief // schuld -> lukt? Doelgerichtheid
- 6-12 jaar = vlijt (werken is succes) // minderwaardigheid -> lukt? Competentie
- 12-19 jaar = identiteit (zelfstandigheid) // identiteitsverwarring (veranderen haarkleur) ->
lukt? Loyaliteit
Moraliteit: wat is goed en wat is fout?
- Rationele basis = ik doe dit niet, want ik zou ook niet willen dat dat mij overkomt.
- Emotionele basis = ik zou me schamen als andere hier achter zouden komen
- Regels leren = leerpsychologie
- Moreel besef = schuld & schaamte
Morele ontwikkeling volgens Piaget:
- Peuters = weinig besef van regels en moraliteit, egocentrisch denken
- Onderbouw = regels zijn heilig, gevolg belangrijker dan oorzaak, iets is goed of fout
- Bovenbouw = regels kunnen veranderen, intentie is belangrijker dan gevolg, kunnen nuance
aanbrengen in regels
Ontwikkeling zelfbesef:
1. zelf als veroorzaker (4 maanden) – huilen en handen
2. visuele zelfherkenning (18 maanden)
3. het zelf en de taal – ze gebruiken het woord ‘ik’
zelfbeschrijving:
- kleuter = richt zich op het hier en nu, uiterlijke kenmerken en bezittingen
- bovenbouw = vaardigheden in vergelijking tot welke groep ze behoren
- adolescent = negatieve en positieve beschrijving, afhankelijk van situaties
waarderen & presteren:
- competentie = hoe tevreden ben je met wat je kan? ‘ik wil het goed doen’ ondernemend en
afwachtend
- Prestatiemotivatie = intrinsieke motivatie = je wilt het uit jezelf, extrinsieke motivatie = vanaf
buiten
- Zelfvertrouwen = interne attributie = jezelf de schuld geven externe attributie = andere de
schuld geven
Identiteitsvorming volgens Erik Erikson =
Identiteitsbesef:
- Continuïteit & samenhang = je bent altijd dezelfde persoon
- Wederzijdsheid = hoe jij jezelf ziet, zo zien andere jou ook
- Zelfacceptatie = je moet het doen met wat je hebt
- Idealen = wat je wilt bereiken in je leven
Ontwikkelingsfasen: een tweestrijd waaruit je een positief of negatieve eigenschap meeneemt
- 0-1 jaar = fundamenteel vertrouwen // fundamenteel wantrouwen
- 1-4 jaar = autonomie // schaamte en twijfel -> lukt? Wilskracht
- 4-6 jaar = initiatief // schuld -> lukt? Doelgerichtheid
- 6-12 jaar = vlijt (werken is succes) // minderwaardigheid -> lukt? Competentie
- 12-19 jaar = identiteit (zelfstandigheid) // identiteitsverwarring (veranderen haarkleur) ->
lukt? Loyaliteit
Moraliteit: wat is goed en wat is fout?
- Rationele basis = ik doe dit niet, want ik zou ook niet willen dat dat mij overkomt.
- Emotionele basis = ik zou me schamen als andere hier achter zouden komen
- Regels leren = leerpsychologie
- Moreel besef = schuld & schaamte
Morele ontwikkeling volgens Piaget:
- Peuters = weinig besef van regels en moraliteit, egocentrisch denken
- Onderbouw = regels zijn heilig, gevolg belangrijker dan oorzaak, iets is goed of fout
- Bovenbouw = regels kunnen veranderen, intentie is belangrijker dan gevolg, kunnen nuance
aanbrengen in regels