hoog is en de kennis van de technologie laag?
a) Ad-hoc besluitvorming
b) Incrementele besluitvorming
c) Intersubjectieve besluitvorming
2. Joost heeft een hoog inkomen, betaald veel belasting, hij koopt een dure elektrische auto en
krijgt hierbij een behoorlijk belastingvoordeel. Van welk effect is sprake?
a) Negatief extern effect
b) positief externe effecten
c) Mattheuseffect
3. Een gemeente werkt samen met vaste netwerkpartners. Welke toekomstvisie
hanteert zij?
a) manoeuvres in de markt
b) maatschappelijke carrousel
c) dynamiek in de flashmob
4. Welk percentage tekort wordt gehanteerd voor gezonde overheidsfinanciën?
a) 2%
b) 3%
c) 5%
5. Welke wet vormt de basis voor de verplichting om het parlement te overleggen over het
voorgenomen (financiële) beleid?
a) Comptabiliteitswet
b) Grondwet
c) Wet houdbare overheidsfinanciën
6. Wat is het laatste document in de begrotingscyclus van het Rijk?
a) Miljoennota
b) Najaarsnota
c) Voorlopige rekening