Opdracht zintuigen AFP OP3
Sensoren: zintuigcellen, een gespecialiseerde cel die gevoelig is voor een bepaalde verandering in zijn
omgeving
Exterosensoren: ontvangen prikkels uit de buitenwereld
Interosensoren: ontvangen prikkels van in het lichaam
Vijf soorten sensoren op basis van prikkelsoort
1. Chemosensoren: gevoelig voor chemische prikkels (reuk- en smaakstoffen, koolstofdioxide,
osmotische waarde en zuren)
2. Mechanosensoren: gevoelig voor mechanische prikkels (druk, trilling, vloeistofbeweging en
trekspanning)
3. Thermosensoren: gevoelig voor temperatuurveranderingen (warmte en kou)
4. Fotosensoren: gevoelig voor licht (zon, lamp of een brandend voorwerp)
5. Nocisensoren: gevoelig voor dreigende beschadigingen (veel lawaai van een laagvliegende
straaljager of scherp zonlicht)
Reukzintuig: de reuksensoren zijn dunne, langgerekte cellen met een heel fijne, haarachtige uitlopers
(cilia genoemd) -> loopt door de N. olfactorius(reukzenuw)
Smaakzintuig: smaaksensoren zijn gespecialiseerde epitheelcellen, die in kleine groepjes bijeen
liggen in de zogeheten smaakknoppen (bevat smaaksensoren voor alle smaakkwaliteiten)
Vijf smaken: zoet, zout, zuur, bitter en umami
3 typen papillae linguales:
1. Papillae filiformes (draadvormige papillen): dunne uitsteeksels, bevinden zicht vooral in de
tongranden
2. Papillae fungiformes (paddenstoelvormige papillen): bolvormige papillen, voorste deel van
de tong, bevatten ook druk-, tast- en temperatuursensoren
3. Papillae vallatae (omwalde papillen): grootste papillen, liggen in een V-vorm achter op de
tong
Papillae linguales: geven de prikkels van het voorste 2/3 van de tong af aan de N. facialis
(aangezichtszenuw) en het achterste 1/3 aan de N. glossopharyngeus
Huidzintuigen:
Sensibiliteit: huidgevoel
Sensibiliteitssensoren zijn altijd zenuwuiteinden
Sensibiliteit:
Temperatuurzin:
1
, o Warmtesensoren: vrije zenuwuiteinden die worden geprikkeld bij een
omgevingstemperatuur boven de 35 graden
o Koudesensoren: Krauselichaampjes, worden geprikkeld door een huidtemperatuur
onder de 38 graden
Drukzin: gevoel van duwkracht op de huid, pacinilichaampjes
Pijnzin: pijnsensoren zijn dunne, vrije zenuwtakken, die veel in de huid voorkomen. Je voelt
de pijn door een gevolg van prikkeling van de zenuwtakken door stoffen (de belangrijkste
stof is histamine) die bij de beschadiging in het weefsel vrijkomen
Gezichtszintuig:
Transversale doorsnede door de oogbol; bovenaanzicht
1. Conjunctiva (bindvlies)
2. M. ciliaris
3. Blinde vlek
4. N. opticus
5. Cornea
6. Iris
7. Corpus ciliare
8. Lensbanden
9. Lens
10. Corpus vitreum
11. Retina
12. Choroidea
13. Sclera
14. Macula latea (gele vlek)
15. Visuele of optische as
2
Sensoren: zintuigcellen, een gespecialiseerde cel die gevoelig is voor een bepaalde verandering in zijn
omgeving
Exterosensoren: ontvangen prikkels uit de buitenwereld
Interosensoren: ontvangen prikkels van in het lichaam
Vijf soorten sensoren op basis van prikkelsoort
1. Chemosensoren: gevoelig voor chemische prikkels (reuk- en smaakstoffen, koolstofdioxide,
osmotische waarde en zuren)
2. Mechanosensoren: gevoelig voor mechanische prikkels (druk, trilling, vloeistofbeweging en
trekspanning)
3. Thermosensoren: gevoelig voor temperatuurveranderingen (warmte en kou)
4. Fotosensoren: gevoelig voor licht (zon, lamp of een brandend voorwerp)
5. Nocisensoren: gevoelig voor dreigende beschadigingen (veel lawaai van een laagvliegende
straaljager of scherp zonlicht)
Reukzintuig: de reuksensoren zijn dunne, langgerekte cellen met een heel fijne, haarachtige uitlopers
(cilia genoemd) -> loopt door de N. olfactorius(reukzenuw)
Smaakzintuig: smaaksensoren zijn gespecialiseerde epitheelcellen, die in kleine groepjes bijeen
liggen in de zogeheten smaakknoppen (bevat smaaksensoren voor alle smaakkwaliteiten)
Vijf smaken: zoet, zout, zuur, bitter en umami
3 typen papillae linguales:
1. Papillae filiformes (draadvormige papillen): dunne uitsteeksels, bevinden zicht vooral in de
tongranden
2. Papillae fungiformes (paddenstoelvormige papillen): bolvormige papillen, voorste deel van
de tong, bevatten ook druk-, tast- en temperatuursensoren
3. Papillae vallatae (omwalde papillen): grootste papillen, liggen in een V-vorm achter op de
tong
Papillae linguales: geven de prikkels van het voorste 2/3 van de tong af aan de N. facialis
(aangezichtszenuw) en het achterste 1/3 aan de N. glossopharyngeus
Huidzintuigen:
Sensibiliteit: huidgevoel
Sensibiliteitssensoren zijn altijd zenuwuiteinden
Sensibiliteit:
Temperatuurzin:
1
, o Warmtesensoren: vrije zenuwuiteinden die worden geprikkeld bij een
omgevingstemperatuur boven de 35 graden
o Koudesensoren: Krauselichaampjes, worden geprikkeld door een huidtemperatuur
onder de 38 graden
Drukzin: gevoel van duwkracht op de huid, pacinilichaampjes
Pijnzin: pijnsensoren zijn dunne, vrije zenuwtakken, die veel in de huid voorkomen. Je voelt
de pijn door een gevolg van prikkeling van de zenuwtakken door stoffen (de belangrijkste
stof is histamine) die bij de beschadiging in het weefsel vrijkomen
Gezichtszintuig:
Transversale doorsnede door de oogbol; bovenaanzicht
1. Conjunctiva (bindvlies)
2. M. ciliaris
3. Blinde vlek
4. N. opticus
5. Cornea
6. Iris
7. Corpus ciliare
8. Lensbanden
9. Lens
10. Corpus vitreum
11. Retina
12. Choroidea
13. Sclera
14. Macula latea (gele vlek)
15. Visuele of optische as
2