VERHAALANALYSE
SAMENVATTING
, AYA AHLALOUCH
HOOFDSTUK 2: EPIEK EN DRAMATIEK
Poëzie: geen doorlopende tekst, hoeft niet altijd lyrisch te zijn en kan zelfs een verhaal zijn.
Proza: doorlopende tekst, geen dramatische tekst, ook geen poëzie.
Lyrisch proza: proza waarin geen verhaal wordt verteld.
INGEBEDDE TAALSITUATIE
Epische teksten kenmerken zich door inbedding.
→ Woordvoerders staan in dialoog met elkaar, maar de situatie is ingebed in een kader van een
tekst die door de vertellende instantie wordt geproduceerd. → De verteller illustreert het dialoog
tussen twee woordvoerders.
Inbedding zien we aan:
* de vertellende instantie
* de door hem vertelde wereld
Als de verteller en het personage één gestalte zijn, kan er nog steeds sprake zijn van inbedding.
Verhalende teksten bestaan uit twee centrale bestanddelen:
1) VERTELLER
2) VERHAAL (een reeks met aan elkaar verbonden gebeurtenissen die door de verteller
wordt gepresenteerd. / Op een bepaalde wijze gepresenteerde geschiedenis.) Met geschiedenis
doelen we op gebeurtenissen in een logisch chronologisch verband.
NARRATOLOGIE → vertel- en verhaaltheorie.
- verteltheorie → gericht op hoe een verhaal wordt verteld.
- verhaaltheorie → gericht op de opbouw van verhalen. Verhalen zijn structuren die een
aantal vaste, met elkaar samenhangende elementen bezitten.
* personages
* ruimte
* tijd
* handelingsverloop
* motieven
1