1. Wat is de anatomie van het oor?
Het gehoor- en evenwichtsorgaan liggen deels/geheel diep in het rotsbeen. Het
gehoororgaan bestaat uit een uitwendig oor, middenoor en binnenoor. De
geluidsgolven worden opgevangen door het uitwendige oor (oorschelp =
auricula) en via de uitwendige gehoorgang doorgegeven aan het trommelvlies
(membrana tympanica), dit is de grens met het middenoor. De geluidsgolven
brengen het rommelvlies mechanisch in trilling en de trillingen worden via de
gehoorbeentjesketen in het middenoor doorgegeven aan het ovale venster, de
grens met het binnenoor. De trillingen van het membraan van het ovale venster
gaan over op de vloeistofkolom in het binnenoor, die weer receptorcellen in
beweging zet. De omzetting van geluidsgolven in elektrische impulsen vindt dus
pas in het binnenoor plaats, het eigenlijke gehoororgaan. Het uitwendige oor en
het middenoor zijn dan ook vooral het geluidsgeleidingsapparaat. Het is
belangrijk om uitwendig oor, middenoor en binnenoor goed uit elkaar te houden,
omdat de oorzaak van slechthorendheid in elk van deze gebieden kan liggen en
elk gebied zijn eigen behandeling vergt. Het evenwichtsorgaan ligt in het
binnenoor en bestaat uit de halfcirkelvormige kanalen (canales semicirculares)
voor de waarneming van de snelheid van draaibewegingen en de sacculus en
urticulus voor de waarneming van de snelheid van lineaire bewegingen.
Aandoeningen van het evenwichtsorgaan leiden tot duizeligheid.
Vanuit de hersenzenuwen wordt de oorschelp geïnnerveerd door de n. trigeminus
(V), n. facialis (VII), n. glossopharyngeus (IX) en de n. vagus (X). van de takken
van de plexus cervicalis innerveren de n. occipitalis minor en de n. auricularis
magnus het oor.
Uitwendig oor
Het trommelvlies vormt het einde van de uitwendige gehoorgang (meatus
acusticus externus). Achter het trommelvlies ligt de trommelholte, die al tot het
middenoor behoort. De wand van het eerste gedeelte van de gehoorgang is
versterkt met elastisch kraakbeen, in het binnenste gedeelte bestaat de wand
het uit botachtige pars tympanica ossis temporalis. Vooral het kraakbeenachtige
deel van de uitwendige gehoorgang liggen veel talg- en cerumenklieren onder
het meerlagige plaveiselepitheeel. De cerumenklieren produceren een dun
vloeibaar afscheidingsproduct dat samen met de talg en afgestote epitheelcellen
cerumen (oorsmeer) vormt. Deze stof dient als bescherming tegen het
binnendringen van vreemde voorwerpen en voorkomt bovendien dat het epitheel
uitdroogt. Door opzetten van het oorsmeer, kan de gehoorgang verstopt raken.
Een gezond trommelvlies is parelgrijs van kleur, ovaalrond en heeft een
oppervlakte van ongeveer 75 mm2. Men onderscheidt een klein, slapper
gedeelte, het pars flaccida en een groter strak gespannen gedeelte, het pars
tensa, dat in het midden trechtervormig naar binnen getrokken is, richting de
navel (umbo membranae tympanicae). De umbo vormt het onderste gedeelte
van de steel van de hamer (manubrium malleus) die met de binnenkant van het
trommelvlies vergroeid is. De umbo schemert als een lichte streep (stria
mellearis) door het pars tensa. Het trommelvlies wordt, onderverdeeld in vier
kwadranten. Deze indeling is gebaseerd op de stria mallearis en een loodrechte
lijn hierop (het snijpunt is de umbo).