Casus 10
1. Wat is de anatomie van de voet?
Botten
De twee parallele botten: de tibia en fibula vormen het skelet van het onderbeen
tussen de knie en de enkel. Deze twee botten zijn onderling verbonden door
interosseus membraan en vormen proximaal en distaal een gewricht. Echter
vindt er in het tibiofibulaire gewricht geen beweging plaats. De mediale tibia
vormt proximaal een gewricht met de femur en distaal met de talus bij de enkel.
De fibula daarentegen, neemt niet deel aan het kniegewricht en helpt alleen bij
het stabiliseren van het enkelgewricht.
De tibia ontvangt het gewicht van het lichaam door de femur en geeft dit door
naar de voet. Op het brede proximale einde zitten de mediale en laterale
condyle, die worden gescheiden door de intercondylaire eminentia. De tibiale
condyles vormen samen met de condyles van het femur een gewricht. Inferior
van de tibiale condyles zit het tibiale tuberosity, waar het patellaire ligament aan
vasthecht.
De tibiale schacht is distaal plat, waar het met de mediale malleolus de enkel
vormt. De fibulaire notch, aan het laterale oppervlak van de tibia neemt deel aan
het inferiore tibiofibulaire gewricht.
De fibula vormt proximaal en distaal met het laterale gedeelte van de fibula een
gewricht. Het proximale gedeelte is het hoofd, het distale gedeelte de laterale
malleolus. De laterale malleolus vormt de laterale enkel bulge en ook het
gewricht met de talus.
De fibula draagt geen gewicht, maar zorgt voor de aanhechting van enkele
botten.
Het skelet van de voet bestaat uit de botten van de tarsus, metatarsus,
phalanges en teenbotten. De voet heeft twee belangrijke functies: het
ondersteunt het lichaamsgewicht en het werkt als een hefboom als we lopen en
rennen. Een bot zou voor beide doelen kunnen zorgen, echter werkt dat niet op
oneven grond. Daarvoor is de voet dan ook in verschillende delen onderverdeeld.
De tarsus bestaat uit zeven botten: tarsals, die het posterior gedeelte van de
voet vormen. Het lichaamsgewicht wordt voornamelijk door de twee grootste
tarsals gedragen: de talus, die superior met de tibia en fibula een gewricht vormt
en de calcaneus, die de hiel van de voet vormt. De dikke achillespees van de
kuitspier hecht aan het posterior oppervlak van de calcaneus. Het gedeelte van
de calcaneus die de grond raakt noemt men calcaneal tuberosity, en het gedeelte
dat de thalus ondersteunt: sustentaculum tali. Het tibia vormt een gewricht met
de talus bij de trochlea van de talus. De andere tarsals zijn de laterale cuboid, de
mediale navicular en de anterior mediale, intermediate en laterale cuneiform
botten. De cuboid en cuneiform botten vormen met de metatarsus een gewricht.
De metatarsus bestaat uit vijf kleine, lange botten die men metatarsals noemt.
Ze nummeren van I tot V en beginnen aan de mediale kant van de voet. De
eerste metatarsal, speelt een belangrijke rol bij het dragen van het
lichaamsgewicht en is kort en dik. Distaal vormen de metatarsals een gewricht
met de proximale phalanges van de tenten. Het vergrote hoofd van de eerste
metatarsal is de bal van de voet.
1. Wat is de anatomie van de voet?
Botten
De twee parallele botten: de tibia en fibula vormen het skelet van het onderbeen
tussen de knie en de enkel. Deze twee botten zijn onderling verbonden door
interosseus membraan en vormen proximaal en distaal een gewricht. Echter
vindt er in het tibiofibulaire gewricht geen beweging plaats. De mediale tibia
vormt proximaal een gewricht met de femur en distaal met de talus bij de enkel.
De fibula daarentegen, neemt niet deel aan het kniegewricht en helpt alleen bij
het stabiliseren van het enkelgewricht.
De tibia ontvangt het gewicht van het lichaam door de femur en geeft dit door
naar de voet. Op het brede proximale einde zitten de mediale en laterale
condyle, die worden gescheiden door de intercondylaire eminentia. De tibiale
condyles vormen samen met de condyles van het femur een gewricht. Inferior
van de tibiale condyles zit het tibiale tuberosity, waar het patellaire ligament aan
vasthecht.
De tibiale schacht is distaal plat, waar het met de mediale malleolus de enkel
vormt. De fibulaire notch, aan het laterale oppervlak van de tibia neemt deel aan
het inferiore tibiofibulaire gewricht.
De fibula vormt proximaal en distaal met het laterale gedeelte van de fibula een
gewricht. Het proximale gedeelte is het hoofd, het distale gedeelte de laterale
malleolus. De laterale malleolus vormt de laterale enkel bulge en ook het
gewricht met de talus.
De fibula draagt geen gewicht, maar zorgt voor de aanhechting van enkele
botten.
Het skelet van de voet bestaat uit de botten van de tarsus, metatarsus,
phalanges en teenbotten. De voet heeft twee belangrijke functies: het
ondersteunt het lichaamsgewicht en het werkt als een hefboom als we lopen en
rennen. Een bot zou voor beide doelen kunnen zorgen, echter werkt dat niet op
oneven grond. Daarvoor is de voet dan ook in verschillende delen onderverdeeld.
De tarsus bestaat uit zeven botten: tarsals, die het posterior gedeelte van de
voet vormen. Het lichaamsgewicht wordt voornamelijk door de twee grootste
tarsals gedragen: de talus, die superior met de tibia en fibula een gewricht vormt
en de calcaneus, die de hiel van de voet vormt. De dikke achillespees van de
kuitspier hecht aan het posterior oppervlak van de calcaneus. Het gedeelte van
de calcaneus die de grond raakt noemt men calcaneal tuberosity, en het gedeelte
dat de thalus ondersteunt: sustentaculum tali. Het tibia vormt een gewricht met
de talus bij de trochlea van de talus. De andere tarsals zijn de laterale cuboid, de
mediale navicular en de anterior mediale, intermediate en laterale cuneiform
botten. De cuboid en cuneiform botten vormen met de metatarsus een gewricht.
De metatarsus bestaat uit vijf kleine, lange botten die men metatarsals noemt.
Ze nummeren van I tot V en beginnen aan de mediale kant van de voet. De
eerste metatarsal, speelt een belangrijke rol bij het dragen van het
lichaamsgewicht en is kort en dik. Distaal vormen de metatarsals een gewricht
met de proximale phalanges van de tenten. Het vergrote hoofd van de eerste
metatarsal is de bal van de voet.