Samenvatting examenstof CA2
Kottak H10, Hoorcollege 1
Descent group (afstammingsgroep): een groep gebaseerd op het geloof dat ze grootvaders
delen.
- Lineage: leden hebben afstamming van dezelfde voorouders en kunnen dit lettelijk
demonstreren. Uni lineaire afstamming: matrilineair of patrilineaire afstamming.
Ambilineaire afstamming: Flexibe matri of patrilineare afstamming (kan zelf kiezen
welke).
- Clan: Leden claimen een gezamenlijke afstamming te hebben maar dit valt niet
letterlijk te demonstreren Mythische (heilige) voorouders.
Nuclear family: ouders en hun kinderen, meestal samenwonend
Native taxonomy: inheemse manier van classificatie van verwantschap over generaties heen
in bepaalde smenlevingen.
Family of orientation: de familie waar men in is geboren en in opgroeit.
Family of procreation: deze wordt gevormd, wanneer men zelf kinderen neemt
Neolocality: wanneer men (nadat ze getrouwt zijn) van hun familie af gaan wonen, in hun eigen huis.
Expanded family household: huishouden waarvan verwanten buiten het kerngezin deel uit maken.
Extended family household: een huishouden met drie of meer generaties.
Collateral household: omvat siblings en hun echtgenotes en kinderen.
Matrifocal household: wordt geleid door een vrouw, en omvat andere volwassene verwanten en
hun kinderen.
Kinship calculation: Hoe relaties, gebaseerd op kinship, in een samenleving wordt bekeken en hoe
erover gesproken wordt
Bilateral kinship calculation: familieleden worden als zelfde geizen, geen verschil in gender
Kin terms: woorden die gebruikt worden voor verschillende familieleden, in een bepaalde taal en
kinship calculation
Ego: ik, perspectief van (jezelf) ten opzichte van genealogie.
Lineal relatives: ego’s directe grootouders en afstammelingen.
Colleterale relatives: broer, zus, oom , tante
Affinals: familieleden door het huwelijk
, Verwantschapsterminologie:
1. Lineal kinship
Onderscheid tussen directe verwanten, bilateraal (geen onderscheid tussen geslacht)
2. Bifurcate merging kinship
Gesplitst- samengevoegd, splits naar moeders en vaders kant, geen onderscheid tussen
Mozu en Vabr
3. Generational kinship
Enkel in termen van moedeers en vaders. Tante van vader en moeders kant is dus ook
‘moeder’
4. Bifurcate collateral kinship terminology
Alle (6) verwantschap types hebben eigen term. Allemaal even belangrijk, amalia
bijvoorbeeld
Hoofdstuk 4
Applied anthropology: antroppologie gebruiken om hedendaagse problemen op te lossen
Overinnovation: wanneer je teveel veranderingen teweeg wil brengen, waardoor de hulp juist niet
werkt
Underdifferentiation: minder ontwikkelde landen zien als hetzelfde, en zo culturele diversiteit
negeren.
Urban antropology: het studeren van steden en stedelijk leven
Medische antropologie: de vergelijkende bioculturele studie van ziekte, gezonheidsproblemen en
gezondheidssystemen
Disease: wetenschappelijke bewezen gezondheidsbedreiging
- Personalistic: heksen etc
- Naturalistic : wetenschappelijk
Illness: wanneer iemand een age gezondheid voelt.
Scientific medicine: een health care system gebaseerd op wetenschap.
Health care systems: geloof, gewoontes en speciaisten bezord over voorkomen en genezen van
ziekte.
Curer: iemand wie diagoniseert en ziekte behandeld
Public antropologie: verder willen gaan dan academisch, en de belangrijkheid bij publieke beleid
laten zien
Hoofdstuk 11, huwelijk hoorcollege 2
Misverstanden over huwelijk uit verleden:
- Huweijk tussen 2 individuen (kan meer)
- Verschillende sexe is modern (is dat wel modern of was dat al?)
- Huwelijk is bedoeld voor nageslacht (nee huwelijk is meer)
Huwelijk volgens kottak: wettelijk conract of religieus verbond en sociale verbintenis, kan voorkomen
tussen alle combinaties van geslachten en hoeveelheden.
Kottak H10, Hoorcollege 1
Descent group (afstammingsgroep): een groep gebaseerd op het geloof dat ze grootvaders
delen.
- Lineage: leden hebben afstamming van dezelfde voorouders en kunnen dit lettelijk
demonstreren. Uni lineaire afstamming: matrilineair of patrilineaire afstamming.
Ambilineaire afstamming: Flexibe matri of patrilineare afstamming (kan zelf kiezen
welke).
- Clan: Leden claimen een gezamenlijke afstamming te hebben maar dit valt niet
letterlijk te demonstreren Mythische (heilige) voorouders.
Nuclear family: ouders en hun kinderen, meestal samenwonend
Native taxonomy: inheemse manier van classificatie van verwantschap over generaties heen
in bepaalde smenlevingen.
Family of orientation: de familie waar men in is geboren en in opgroeit.
Family of procreation: deze wordt gevormd, wanneer men zelf kinderen neemt
Neolocality: wanneer men (nadat ze getrouwt zijn) van hun familie af gaan wonen, in hun eigen huis.
Expanded family household: huishouden waarvan verwanten buiten het kerngezin deel uit maken.
Extended family household: een huishouden met drie of meer generaties.
Collateral household: omvat siblings en hun echtgenotes en kinderen.
Matrifocal household: wordt geleid door een vrouw, en omvat andere volwassene verwanten en
hun kinderen.
Kinship calculation: Hoe relaties, gebaseerd op kinship, in een samenleving wordt bekeken en hoe
erover gesproken wordt
Bilateral kinship calculation: familieleden worden als zelfde geizen, geen verschil in gender
Kin terms: woorden die gebruikt worden voor verschillende familieleden, in een bepaalde taal en
kinship calculation
Ego: ik, perspectief van (jezelf) ten opzichte van genealogie.
Lineal relatives: ego’s directe grootouders en afstammelingen.
Colleterale relatives: broer, zus, oom , tante
Affinals: familieleden door het huwelijk
, Verwantschapsterminologie:
1. Lineal kinship
Onderscheid tussen directe verwanten, bilateraal (geen onderscheid tussen geslacht)
2. Bifurcate merging kinship
Gesplitst- samengevoegd, splits naar moeders en vaders kant, geen onderscheid tussen
Mozu en Vabr
3. Generational kinship
Enkel in termen van moedeers en vaders. Tante van vader en moeders kant is dus ook
‘moeder’
4. Bifurcate collateral kinship terminology
Alle (6) verwantschap types hebben eigen term. Allemaal even belangrijk, amalia
bijvoorbeeld
Hoofdstuk 4
Applied anthropology: antroppologie gebruiken om hedendaagse problemen op te lossen
Overinnovation: wanneer je teveel veranderingen teweeg wil brengen, waardoor de hulp juist niet
werkt
Underdifferentiation: minder ontwikkelde landen zien als hetzelfde, en zo culturele diversiteit
negeren.
Urban antropology: het studeren van steden en stedelijk leven
Medische antropologie: de vergelijkende bioculturele studie van ziekte, gezonheidsproblemen en
gezondheidssystemen
Disease: wetenschappelijke bewezen gezondheidsbedreiging
- Personalistic: heksen etc
- Naturalistic : wetenschappelijk
Illness: wanneer iemand een age gezondheid voelt.
Scientific medicine: een health care system gebaseerd op wetenschap.
Health care systems: geloof, gewoontes en speciaisten bezord over voorkomen en genezen van
ziekte.
Curer: iemand wie diagoniseert en ziekte behandeld
Public antropologie: verder willen gaan dan academisch, en de belangrijkheid bij publieke beleid
laten zien
Hoofdstuk 11, huwelijk hoorcollege 2
Misverstanden over huwelijk uit verleden:
- Huweijk tussen 2 individuen (kan meer)
- Verschillende sexe is modern (is dat wel modern of was dat al?)
- Huwelijk is bedoeld voor nageslacht (nee huwelijk is meer)
Huwelijk volgens kottak: wettelijk conract of religieus verbond en sociale verbintenis, kan voorkomen
tussen alle combinaties van geslachten en hoeveelheden.