Anatomie & Fysiologie
Hoofdstuk 3 Circulatie (blz 23)
-Bloedsomloop (Circulatie)
-Met de bloedsomloop wordt het stromen van het bloed door het bloedvatenstelsel bedoeld. De
bloedsomloop wordt in gang gehouden door het cor (hart)
-Drie lichaamsvloeistoffen: bloed, weefselvocht en lymfe.
-De circulatie zorgt voor het volgende:
-Vervoer van stoffen en warmte door het lichaam. (Transportfunctie)
-In het bloed worden verschillende stoffen vervoerd: zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen,
hormonen, afweerstoffen en geneesmiddelen.
-Het bloed vervoerd ook warmte door alle onderdelen van het lichaam.
-Het bewaren van evenwicht in het inwendige milieu. (Het weefselvocht en het bloed):
-Hierdoor kunnen alle cellen voldoende zuurstof en voedingsstoffen beschikken.
-Afvalstoffen worden dan tijdig weggewerkt.
-Bescherming van het lichaam:
-De circulatie beschermt tegen ziekteverwekkers en lichaamsvreemde stoffen.
-In het bloed witte cellen en afweerstoffen. (Antistoffen en antilichamen)
-Bescherming tegen bloedverlies doordat het bloed kan stollen.
-Circulatie:
-Het hart.
-De bloedvaten: slagaders, haarvaten en aders.
-Het bloed.
-Het weefselvocht.
-Het lymfatisch systeem.
, 3.1 Hart (blz 23)
-Grootte van een vuist.
-Ligt in de borstholte.
-In twee helften verdeeld.
-Bovenste deel is de boezem. (Atrium)
-Onderste deel is de kamer. (Ventrikel)
-Tussen de boezems zitten de hartkleppen.
-Taak Hartkleppen: Terugstromen van het bloed voorkomen.
-De boezems zijn de plaatsen waar de aders (venen) in het hart uitmonden.
-De aders brengen het bloed terug naar het hart.
-In de rechterboezem bevinden zich de bovenste en de onderste holle ader.
-In de linkerboezem bevinden zich vier longaders, van iedere long twee.
-Slagaders (arteriën) zijn bloedvaten die het bloed van het hart afvoeren, vanuit de rechterkamer
gebeurt dit door de longslagader en brengt het zuurstofarme bloed weer naar de longen.
-Vanuit de linkerkamer gaat het bloed naar de aorta of grote lichaamsslagader.
-Door de pompende beweging wordt het bloed de aorta ingeperst.
-Wand van de aorta is elastisch en kan worden uitgerekt.
-Golfachtige bewegingen: de polsgolf.
Hoofdstuk 3 Circulatie (blz 23)
-Bloedsomloop (Circulatie)
-Met de bloedsomloop wordt het stromen van het bloed door het bloedvatenstelsel bedoeld. De
bloedsomloop wordt in gang gehouden door het cor (hart)
-Drie lichaamsvloeistoffen: bloed, weefselvocht en lymfe.
-De circulatie zorgt voor het volgende:
-Vervoer van stoffen en warmte door het lichaam. (Transportfunctie)
-In het bloed worden verschillende stoffen vervoerd: zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen,
hormonen, afweerstoffen en geneesmiddelen.
-Het bloed vervoerd ook warmte door alle onderdelen van het lichaam.
-Het bewaren van evenwicht in het inwendige milieu. (Het weefselvocht en het bloed):
-Hierdoor kunnen alle cellen voldoende zuurstof en voedingsstoffen beschikken.
-Afvalstoffen worden dan tijdig weggewerkt.
-Bescherming van het lichaam:
-De circulatie beschermt tegen ziekteverwekkers en lichaamsvreemde stoffen.
-In het bloed witte cellen en afweerstoffen. (Antistoffen en antilichamen)
-Bescherming tegen bloedverlies doordat het bloed kan stollen.
-Circulatie:
-Het hart.
-De bloedvaten: slagaders, haarvaten en aders.
-Het bloed.
-Het weefselvocht.
-Het lymfatisch systeem.
, 3.1 Hart (blz 23)
-Grootte van een vuist.
-Ligt in de borstholte.
-In twee helften verdeeld.
-Bovenste deel is de boezem. (Atrium)
-Onderste deel is de kamer. (Ventrikel)
-Tussen de boezems zitten de hartkleppen.
-Taak Hartkleppen: Terugstromen van het bloed voorkomen.
-De boezems zijn de plaatsen waar de aders (venen) in het hart uitmonden.
-De aders brengen het bloed terug naar het hart.
-In de rechterboezem bevinden zich de bovenste en de onderste holle ader.
-In de linkerboezem bevinden zich vier longaders, van iedere long twee.
-Slagaders (arteriën) zijn bloedvaten die het bloed van het hart afvoeren, vanuit de rechterkamer
gebeurt dit door de longslagader en brengt het zuurstofarme bloed weer naar de longen.
-Vanuit de linkerkamer gaat het bloed naar de aorta of grote lichaamsslagader.
-Door de pompende beweging wordt het bloed de aorta ingeperst.
-Wand van de aorta is elastisch en kan worden uitgerekt.
-Golfachtige bewegingen: de polsgolf.