probleem is dat bij een interne bedrijfstransitie zich allerlei problemen voordoen. Zo houden veel
mensen net van verandering en veranderen bedrijfsprocessen. Dit theoretisch kader geeft antwoord
op de vraag: hoe zorg je er voor dat je transitiemanagement optimaal toepast? Dit kader komt uit
een geslaagde scriptie van 2019 en ik heb de literatuurlijst toegevoegd.
Hoofdstuk 2 – Theoretisch kader
2.1 Transitiemanagement
In deze paragraaf word onderzocht wat transitiemanagement is. Begrip van verschillende theorieën
is noodzakelijk om te kunnen onderzoeken wat succesfactoren en knelpunten zijn en staat in relatie
tot deelvraag 1. Deelvragen 2 en 3 wordt ook behandeld, waarbij wordt onderzocht welke invloed
transitiemanagement en cultuurprocessen op medewerker-empowerment hebben. Borging van
empowerment in transitieperioden heeft een relatie tot de 4 e deelvraag. Deze theorieën worden in
relatie gesteld tot de rol van de Social Worker en zijn persoonlijkheidskenmerken. Per theorie wordt
onderbouwd waarom voor de theorie of visie gekozen is.
Onder ‘transitiemanagement’ wordt “een sturingsaanpak verstaan die er van uit gaat dat transities
onder nagenoeg alle omstandigheden zijn te beïnvloeden, aan te passen en bij te sturen”, aldus het
Dutch Research Institute For Transitions te Rotterdam (DRIFT, 2017). Centraal binnen deze visie staat
het op kleine schaal zoeken naar oplossingen. Deze definiëring wordt gekozen, omdat DRIFT een
autoriteit is op het gebied van transitiemanagement.
Volgens het DRIFT worden vier hoofdactiviteiten onderscheiden binnen transitiemanagement voor
Social Workers:
1. Multi-actor samenwerking;
2. Multi-level sturing;
3. Multi-domein afstemming van beleid op diverse
terreinen;
4. Koppeling van lange termijn visie aan korte termijn
acties.
Er moet door de zorgorganisatie worden ingezet op
innovatie en optimalisatie als randvoorwaarde, waarbij
zowel de organisatie als Social Workers al doende leren
en alle opties openhouden.
In figuur I worden de hoofdcomponenten van de
transitiemanagementcyclus weergegeven. De cyclus
moet verscheidene malen worden herhaald om effect
te hebben.
Fase I: het beschrijven van het probleem en visie en
het opzetten van een afgebakend transitieplan;
Fase II: ontwikkeling van een gedetailleerde transitie-
agenda waarbij alle actoren beschreven worden;
Fase III: opzetten en uitvoering van transities-experimenten;