Semo college 5 aantekeningen
Temparament:
Temperament = de basiskarakteristieken van een persoon die de emotionele, cognitieve en
gedragsmatige reacties op de omgeving bepalen. Volgens sommige onderzoekers is
temperament aangeboren en heeft het een neurobiologische basis
Algemene visie dat er een deel temperament is aangeboren
Thomas & Chess het hoe van gedrag differentiëren van het waarom van gedrag
Goodness of fit = afstemming tussen het temperament van een kind en de verwachtingen
en gedragingen van ouders ten opzichte van kinderen = actueel begrip en erg belangrijk!
Activiteitsniveau, toenadering/terugtrekking, intensiteit van reageren,
aandachtsspanne/doorzettingsvermogen
Gemakkelijk temperament (snel aanpassen, vrolijk) = 40%
Langzame starter temperament (inactief, vaak ontstemd, passieve weigering nieuwe
dingen) = 15%
Moeilijk temperament (onregelmatige routines, langzaam aanpassen aan nieuwe dingen,
negatief en intens reageren) = 10%
Beperkingen: lastig om enkel hoe te bekijken en niet het waarom van een situatie, weinig
bewijs
Buss & Plomin = EAS(I)- model = verdere uitwerking model Thomas en Ches
emotionaliteit, activiteit, sociabiliteit, (impulsiviteit)
Kritiek op beide temperamentmodellen: geen onderscheid gemaakt in positieve en negatieve
stemming, maar het zijn echt twee verschillende stemmingen
Rothbart (Neurobiologie) negatieve reactiviteit, positieve reactiviteit, zelfregulatie
(effortful control)
Effortful model = temparementseigenschap die de mate waarin een kind aandacht kan
focussen of verdelen reflecteert en waarin ook de mate waarin een kind een dominante
reactie kan onderdrukken wordt omvat
Kagan Behavioral inhibitie = een temperamenteigenschap volgens Kagan die de neiging
van kinderen om zich terug te trekken bij onbekende personen en situaties reflecteert en die
bepaalt dat kinderen in het algemeen vaak angstig reageren en snel overprikkeld zijn
(filmpje) = gelinkt aan sociale angststoornissen
Invloed temperament op sociaal-emotioneel functioneren:
Teruggetrokken kinderen functioneren minder goed in peer context
Slechte zelfregulatie meer externaliserende problemen op school
Negatieve reactiviteit/affect internaliserende problemen in familie context
Temparament:
Temperament = de basiskarakteristieken van een persoon die de emotionele, cognitieve en
gedragsmatige reacties op de omgeving bepalen. Volgens sommige onderzoekers is
temperament aangeboren en heeft het een neurobiologische basis
Algemene visie dat er een deel temperament is aangeboren
Thomas & Chess het hoe van gedrag differentiëren van het waarom van gedrag
Goodness of fit = afstemming tussen het temperament van een kind en de verwachtingen
en gedragingen van ouders ten opzichte van kinderen = actueel begrip en erg belangrijk!
Activiteitsniveau, toenadering/terugtrekking, intensiteit van reageren,
aandachtsspanne/doorzettingsvermogen
Gemakkelijk temperament (snel aanpassen, vrolijk) = 40%
Langzame starter temperament (inactief, vaak ontstemd, passieve weigering nieuwe
dingen) = 15%
Moeilijk temperament (onregelmatige routines, langzaam aanpassen aan nieuwe dingen,
negatief en intens reageren) = 10%
Beperkingen: lastig om enkel hoe te bekijken en niet het waarom van een situatie, weinig
bewijs
Buss & Plomin = EAS(I)- model = verdere uitwerking model Thomas en Ches
emotionaliteit, activiteit, sociabiliteit, (impulsiviteit)
Kritiek op beide temperamentmodellen: geen onderscheid gemaakt in positieve en negatieve
stemming, maar het zijn echt twee verschillende stemmingen
Rothbart (Neurobiologie) negatieve reactiviteit, positieve reactiviteit, zelfregulatie
(effortful control)
Effortful model = temparementseigenschap die de mate waarin een kind aandacht kan
focussen of verdelen reflecteert en waarin ook de mate waarin een kind een dominante
reactie kan onderdrukken wordt omvat
Kagan Behavioral inhibitie = een temperamenteigenschap volgens Kagan die de neiging
van kinderen om zich terug te trekken bij onbekende personen en situaties reflecteert en die
bepaalt dat kinderen in het algemeen vaak angstig reageren en snel overprikkeld zijn
(filmpje) = gelinkt aan sociale angststoornissen
Invloed temperament op sociaal-emotioneel functioneren:
Teruggetrokken kinderen functioneren minder goed in peer context
Slechte zelfregulatie meer externaliserende problemen op school
Negatieve reactiviteit/affect internaliserende problemen in familie context