Hoofdstuk 2
2.1 - Soorten Krachten
kracht (F) → begrip voor hoe voorwerpen elkaars vorm en/of beweging veranderen
Je hebt plastische en elastische vervorming
→plastisch, blijvend vervormd
→elastisch, tijdelijke vervorming
Soorten krachten:
→spierkracht
→veerkracht
→spankracht
→zwaartekracht
→magnetische kracht
Kracht meten:
→krachtmeter
→via formule:
Fz= m x g
g→ sterkte van de kracht in N/kg
m→ massa in kg
De zwaartekracht op aarde is 9,8 N/kg
vector →pijlvormige weergave van de grootte, richting en aangrijpingspunt van de kracht
● lengte pijl = grootte
● richting pijl = richting kracht
● beginpunt pijl = aangrijpingspunt
krachtenschaal → 1 cm ≙ 5 N
zwaartepunt (Z) → het punt waarop bijv. een potlood op je vinger kan balanceren
2.2 - Meer dan één kracht
uitrekking is gelijk aan de kracht
veerconstante:
C= F / U
C → veerconstante in N/cm
F → kracht in N
u → uitrekking in cm
als de optelsom van alle krachten samen 0 is, dan is de resultante 0 N
, parallellogrammethode
Als krachten loodrecht op elkaar staan, gebruik je:
Fres² = F1² + F2²
2.3 - Voortstuwen en tegenwerken
weerstandskrachten
● luchtweerstandskracht
● schuif weerstandskracht, ruwe ondergronden remmen meer af
● rolweerstand kracht, hoe harder de grond = hoe minder weerstand
eerste wet van Newton
als de resultante van alle krachten 0 N is, is het voorwerp in rust of in een constante
snelheid langs een rechte lijn
richting van de resultante gelijk aan bewegingsrichting = versnelling
richting van resultante tegengesteld aan bewegingsrichting = vertraging
richting van de resultante loodrecht op bewegingsrichting = richting verandering (bocht)
resultante maakt een niet-loodrechte hoek = verandering snelheid en richting
Fw,ι = ½ Cw * p * a * v²
Fw,ι → luchtweerstandskracht in N
Cw → weerstandscoëfficiënt
p → dichtheid in kg/m³
A → frontale opp. in m²
v → snelheid van voorwerp in m/s
2.4 - Krachten in het heelal
de zon heeft een aantrekkingskracht: zwaartekracht
→ de zwaartekracht staat loodrecht op de snelheid van de aarde
middelpuntzoekende kracht → kracht naar het middelpunt van een cirkelvormige
of ellipsvormige beweging, hierdoor buigt het voorwerp af en volgt het een baan
2.1 - Soorten Krachten
kracht (F) → begrip voor hoe voorwerpen elkaars vorm en/of beweging veranderen
Je hebt plastische en elastische vervorming
→plastisch, blijvend vervormd
→elastisch, tijdelijke vervorming
Soorten krachten:
→spierkracht
→veerkracht
→spankracht
→zwaartekracht
→magnetische kracht
Kracht meten:
→krachtmeter
→via formule:
Fz= m x g
g→ sterkte van de kracht in N/kg
m→ massa in kg
De zwaartekracht op aarde is 9,8 N/kg
vector →pijlvormige weergave van de grootte, richting en aangrijpingspunt van de kracht
● lengte pijl = grootte
● richting pijl = richting kracht
● beginpunt pijl = aangrijpingspunt
krachtenschaal → 1 cm ≙ 5 N
zwaartepunt (Z) → het punt waarop bijv. een potlood op je vinger kan balanceren
2.2 - Meer dan één kracht
uitrekking is gelijk aan de kracht
veerconstante:
C= F / U
C → veerconstante in N/cm
F → kracht in N
u → uitrekking in cm
als de optelsom van alle krachten samen 0 is, dan is de resultante 0 N
, parallellogrammethode
Als krachten loodrecht op elkaar staan, gebruik je:
Fres² = F1² + F2²
2.3 - Voortstuwen en tegenwerken
weerstandskrachten
● luchtweerstandskracht
● schuif weerstandskracht, ruwe ondergronden remmen meer af
● rolweerstand kracht, hoe harder de grond = hoe minder weerstand
eerste wet van Newton
als de resultante van alle krachten 0 N is, is het voorwerp in rust of in een constante
snelheid langs een rechte lijn
richting van de resultante gelijk aan bewegingsrichting = versnelling
richting van resultante tegengesteld aan bewegingsrichting = vertraging
richting van de resultante loodrecht op bewegingsrichting = richting verandering (bocht)
resultante maakt een niet-loodrechte hoek = verandering snelheid en richting
Fw,ι = ½ Cw * p * a * v²
Fw,ι → luchtweerstandskracht in N
Cw → weerstandscoëfficiënt
p → dichtheid in kg/m³
A → frontale opp. in m²
v → snelheid van voorwerp in m/s
2.4 - Krachten in het heelal
de zon heeft een aantrekkingskracht: zwaartekracht
→ de zwaartekracht staat loodrecht op de snelheid van de aarde
middelpuntzoekende kracht → kracht naar het middelpunt van een cirkelvormige
of ellipsvormige beweging, hierdoor buigt het voorwerp af en volgt het een baan