Samenvatting literatuurgeschiedenis Nederlands se-week 3 Gymnasium Bernrode
-middeleeuwen
Een pennenproef als begin
‘Hebban olla vogala...’ is het oudst bekende Nederlandse liefdesversje (opgeschreven ca.
1100); in deze periode werd literatuur in de volkstaal meestal mondeling overgeleverd.
Rond 1100 is de eerste Nederlandse zin ooit opgeschreven als pennenproef. Het is niet
mogelijk een exact begin van het Nederlands aan te geven. De taal die van 800-1150 in
Nederland werd gesproken, heet Oudnederlands. Er zijn maar een paar kleine schriftelijke
resten bewaard gebleven. Als er geschreven moest worden, gebeurde dat in het Latijn.
Nederlands was alleen spreektaal. De verhalen werden verteld en niet opgeschreven. Het
Hildebrandslied was in 800 in het Oudhoogduits geschreven. Dit was een van de eerste
Germaanse teksten. In de Eeuwen na 110 groeien literatuur en boek steeds meer naar elkaar
toe, maar het meeste wordt nog steeds van mond op mond verteld. Verhalen van de
middeleeuwen zijn pas veel later opgeschreven
Hoofsheid
De hoofse cultuur ontwikkelt zich vanaf de 12e eeuw als een systeem van gecultiveerde
omgangsvormen. De literatuur speelt een belangrijke rol bij het verspreiden hiervan. Er
worden al eeuwenlang boeken geschreven over hoe je je moet gedragen. Een van de oudste
komt uit 1200. In de twaalfde eeuw is de bevolking en de welvaart in West-Europa flink
toegenomen. Hierdoor kon de adel zich bezighouden met luxe zaken: de hoofse cultuur
ontwikkelde zich. Deze hoofsheid wordt al snel de norm in alle lagen van de middeleeuwse
samenleving. De literatuur speelt een belangrijke rol: er worden liederen en gedichten over
liefde geschreven. De helden gedragen zich volgens de hoofse regels, de schurken gedragen
zich onhoofs of onbeschoft. Voorbeelden van literatuur zijn: Eneasroman en Floris ende
Blancefloer. De bekendste zijn de Arturromans. Hierin zijn ridders dappere vechtersbazen en
voorbeeldige minnaars. In het echt konden alleen de adel dit bereiken
ridderliteratuur
Ridders zijn de belangrijkste militairen van de Middeleeuwen. Ridderromans, geschreven
voor en over ridders, zijn spannende verhalen over moed, trouw en liefde. Ridder werd je
van vader op zoon. Ridders kregen een hogere aanzien, en de ceremonie waarbij iemand
ridder werd was plechtig en duur. De vraag of je ridderschap kon erven of zelf moest
verdienen kwam ter discussie. In het verhaal Ferguut speelt deze discussie. Vanaf ong. 1100
werden in Europa talloze ridderromans gedicht. Riddergedichten waren in volkstaal en op
rijm. Het begon in Frankrijk dus veel ridderromans zijn ook uit het Frans vertaald. Veel
ridderromans speelde zich af rond het hof van Karel de Grote of Koning Artur. Maar er
waren ook verhalen over eerdere ridders. De belangrijkste ‘ridders’ uit de
wereldgeschiedenis werden vereerd als de ‘Negen Besten’: drie uit de klassieke oudheid
(Hector, Alexander de Grote en Julius Caesar); drie uit de joodse geschiedenis (Jozua, David
en Judas Maccabeüs) en drie christenen (Artur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon).
Veel Karelromans zijn gewijd aan oorlog, vaak tussen christenen en moslims. Arturromans
gingen over avonturen, toernooien, 2 gevechten en hoofse liefde. Karel en Artur waren nooit
zelf de hoofdpersoon. De ridderliteratuur was een bron van verstrooiing maar ze hadden ook
een voorbeeldfunctie. Een voorbeeld is Karel ende Elegast waarbij hoofsheid voorop stond.
, Van den vos Reynaerde
De Reinaert is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een
spiegel voorgehouden krijgt. Het verhaal gaat over een sluwe vos die zich door mooie
praatjes overal uit weet te praten terwijl hij allemaal ondeugende dingen doet. Van den vos
Reynaerde is geschreven in de 13e eeuw. De hovelingen worden gedreven door gulzigheid,
wellust en honger naar macht, Reinaert maakt daar gebruik van. De vos werd door de
schrijver gebruikt om zijn publiek telkens op het verkeerde been te zetten. Het ene moment
is de vos de held, het andere moment is hij de schurk. Van den vos Reynaerde is een
bewerking van de Franse verhalen over de vos Renart.
Voorbeeldige levens
De middeleeuwse kerk hield de gelovigen goede voorbeelden voor. Exempelen en
heiligenlevens lieten zien hoe de mens goed kon leven en het slechte kon vermijden.
Een goed verhaal werkt beter dan een strenge en saaie les. Predikers vertelden dus hun
boodschap in de vorm van spannende anekdotes en ontroerende verhalen. Het zijn korte
verhalen over goed en kwaad. Ze vertellen hoe gewone mensen voortdurend bloot staan
aan goede en slechte invloeden. Een bekend verhaal gaat over de vrome priester Theophilus,
hij verkoopt zijn ziel aan de duivel en krijgt veel macht. Hij wil van de duivel af en smeekt bij
Maria, zij legt hem een zware straf op. Na jaren lang boeten is hij vrij van de duivel en sterft
hij vredig. De boodschap is dat iedereen zich aan god of Maria moet toevertrouwen. Zelfde
verhaal geldt voor de non Beatrijs. Het doel van alle mensen was het bereiken van de hemel.
Dit kon door in christus te geloven en een goed leven te leiden (mensen helpen). Om te laten
zien hoe zo’n goed leven eruit zag werd dit verteld in verhalen over heiligen. Verhalen over
voorbeeldige levens dienden om mensen te leren hoe ze zelf moesten leven. Jezus was het
perfecte voorbeeld en dit verhaal werd dan ook vaak verteld, wel werd dit verhaal in de
middeleeuwen vereenvoudigd om jezus een gewone man te laten lijken.
Het boek als bibliotheek
In middeleeuwse handschriften staan vaak verschillende teksten: het zijn
verzamelhandschriften. De bekendste zijn rond 1400 geschreven in steden als Gent,
Brussel en Brugge.
Een boek werd op perkament of papier met de hand geschreven. Dat was heel kostbaar.
Vaak waren boeken een combinatie van verschillende teksten. Het beroemste
verzamelhandschrift is het handschrift-Van Hulthem. Er zaten 221 teksten in het boek met
aan het einde van elke tekst een notitie met hoelang hij was. Waarom en hoe dit boek
gemaakt is weten we niet. Zo’n soort boek is een soort bibliotheek. Deze soort boeken zijn er
sinds de 13e eeuw, maar ook nog steeds in de 16e eeuw. Toen waren korte teksten in de
mode, de lange ridderroman was ouderwets. Maar de bekendste Nederlandse
verzamelhandschriften zijn rond 1400 geschreven: het Comburgse handschrift in Gent, het
handschrift-Van Hulthem in Brussel, het Gruuthusehandschrift in Brugge en het Haags
Liederenhandschrift
-middeleeuwen
Een pennenproef als begin
‘Hebban olla vogala...’ is het oudst bekende Nederlandse liefdesversje (opgeschreven ca.
1100); in deze periode werd literatuur in de volkstaal meestal mondeling overgeleverd.
Rond 1100 is de eerste Nederlandse zin ooit opgeschreven als pennenproef. Het is niet
mogelijk een exact begin van het Nederlands aan te geven. De taal die van 800-1150 in
Nederland werd gesproken, heet Oudnederlands. Er zijn maar een paar kleine schriftelijke
resten bewaard gebleven. Als er geschreven moest worden, gebeurde dat in het Latijn.
Nederlands was alleen spreektaal. De verhalen werden verteld en niet opgeschreven. Het
Hildebrandslied was in 800 in het Oudhoogduits geschreven. Dit was een van de eerste
Germaanse teksten. In de Eeuwen na 110 groeien literatuur en boek steeds meer naar elkaar
toe, maar het meeste wordt nog steeds van mond op mond verteld. Verhalen van de
middeleeuwen zijn pas veel later opgeschreven
Hoofsheid
De hoofse cultuur ontwikkelt zich vanaf de 12e eeuw als een systeem van gecultiveerde
omgangsvormen. De literatuur speelt een belangrijke rol bij het verspreiden hiervan. Er
worden al eeuwenlang boeken geschreven over hoe je je moet gedragen. Een van de oudste
komt uit 1200. In de twaalfde eeuw is de bevolking en de welvaart in West-Europa flink
toegenomen. Hierdoor kon de adel zich bezighouden met luxe zaken: de hoofse cultuur
ontwikkelde zich. Deze hoofsheid wordt al snel de norm in alle lagen van de middeleeuwse
samenleving. De literatuur speelt een belangrijke rol: er worden liederen en gedichten over
liefde geschreven. De helden gedragen zich volgens de hoofse regels, de schurken gedragen
zich onhoofs of onbeschoft. Voorbeelden van literatuur zijn: Eneasroman en Floris ende
Blancefloer. De bekendste zijn de Arturromans. Hierin zijn ridders dappere vechtersbazen en
voorbeeldige minnaars. In het echt konden alleen de adel dit bereiken
ridderliteratuur
Ridders zijn de belangrijkste militairen van de Middeleeuwen. Ridderromans, geschreven
voor en over ridders, zijn spannende verhalen over moed, trouw en liefde. Ridder werd je
van vader op zoon. Ridders kregen een hogere aanzien, en de ceremonie waarbij iemand
ridder werd was plechtig en duur. De vraag of je ridderschap kon erven of zelf moest
verdienen kwam ter discussie. In het verhaal Ferguut speelt deze discussie. Vanaf ong. 1100
werden in Europa talloze ridderromans gedicht. Riddergedichten waren in volkstaal en op
rijm. Het begon in Frankrijk dus veel ridderromans zijn ook uit het Frans vertaald. Veel
ridderromans speelde zich af rond het hof van Karel de Grote of Koning Artur. Maar er
waren ook verhalen over eerdere ridders. De belangrijkste ‘ridders’ uit de
wereldgeschiedenis werden vereerd als de ‘Negen Besten’: drie uit de klassieke oudheid
(Hector, Alexander de Grote en Julius Caesar); drie uit de joodse geschiedenis (Jozua, David
en Judas Maccabeüs) en drie christenen (Artur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon).
Veel Karelromans zijn gewijd aan oorlog, vaak tussen christenen en moslims. Arturromans
gingen over avonturen, toernooien, 2 gevechten en hoofse liefde. Karel en Artur waren nooit
zelf de hoofdpersoon. De ridderliteratuur was een bron van verstrooiing maar ze hadden ook
een voorbeeldfunctie. Een voorbeeld is Karel ende Elegast waarbij hoofsheid voorop stond.
, Van den vos Reynaerde
De Reinaert is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een
spiegel voorgehouden krijgt. Het verhaal gaat over een sluwe vos die zich door mooie
praatjes overal uit weet te praten terwijl hij allemaal ondeugende dingen doet. Van den vos
Reynaerde is geschreven in de 13e eeuw. De hovelingen worden gedreven door gulzigheid,
wellust en honger naar macht, Reinaert maakt daar gebruik van. De vos werd door de
schrijver gebruikt om zijn publiek telkens op het verkeerde been te zetten. Het ene moment
is de vos de held, het andere moment is hij de schurk. Van den vos Reynaerde is een
bewerking van de Franse verhalen over de vos Renart.
Voorbeeldige levens
De middeleeuwse kerk hield de gelovigen goede voorbeelden voor. Exempelen en
heiligenlevens lieten zien hoe de mens goed kon leven en het slechte kon vermijden.
Een goed verhaal werkt beter dan een strenge en saaie les. Predikers vertelden dus hun
boodschap in de vorm van spannende anekdotes en ontroerende verhalen. Het zijn korte
verhalen over goed en kwaad. Ze vertellen hoe gewone mensen voortdurend bloot staan
aan goede en slechte invloeden. Een bekend verhaal gaat over de vrome priester Theophilus,
hij verkoopt zijn ziel aan de duivel en krijgt veel macht. Hij wil van de duivel af en smeekt bij
Maria, zij legt hem een zware straf op. Na jaren lang boeten is hij vrij van de duivel en sterft
hij vredig. De boodschap is dat iedereen zich aan god of Maria moet toevertrouwen. Zelfde
verhaal geldt voor de non Beatrijs. Het doel van alle mensen was het bereiken van de hemel.
Dit kon door in christus te geloven en een goed leven te leiden (mensen helpen). Om te laten
zien hoe zo’n goed leven eruit zag werd dit verteld in verhalen over heiligen. Verhalen over
voorbeeldige levens dienden om mensen te leren hoe ze zelf moesten leven. Jezus was het
perfecte voorbeeld en dit verhaal werd dan ook vaak verteld, wel werd dit verhaal in de
middeleeuwen vereenvoudigd om jezus een gewone man te laten lijken.
Het boek als bibliotheek
In middeleeuwse handschriften staan vaak verschillende teksten: het zijn
verzamelhandschriften. De bekendste zijn rond 1400 geschreven in steden als Gent,
Brussel en Brugge.
Een boek werd op perkament of papier met de hand geschreven. Dat was heel kostbaar.
Vaak waren boeken een combinatie van verschillende teksten. Het beroemste
verzamelhandschrift is het handschrift-Van Hulthem. Er zaten 221 teksten in het boek met
aan het einde van elke tekst een notitie met hoelang hij was. Waarom en hoe dit boek
gemaakt is weten we niet. Zo’n soort boek is een soort bibliotheek. Deze soort boeken zijn er
sinds de 13e eeuw, maar ook nog steeds in de 16e eeuw. Toen waren korte teksten in de
mode, de lange ridderroman was ouderwets. Maar de bekendste Nederlandse
verzamelhandschriften zijn rond 1400 geschreven: het Comburgse handschrift in Gent, het
handschrift-Van Hulthem in Brussel, het Gruuthusehandschrift in Brugge en het Haags
Liederenhandschrift