Aardrijkskunde – H3 Wonen in Nederland
Renashae Ugueto
Paragraaf 1
Kenmerken stad, dorp en platteland
Stad
Veel bebouwing
Hoge bebouwingsdichtheid (dicht op elkaar)
Vaak hoogbouw
Hoge bevolkingsdichtheid
Veel voorzieningen
Dorp
Wonen minder mensen
Lage bevolkingsdichtheid
Veel ruimte om de huizen
Veel laagbouw
Beperkt aantal voorzieningen
Platteland
Nog minder bebouwing
Veel open ruimte
Adressendichtheid
Definitie
Het aantal adressen binnen een straal van één km rond een bepaald adres.
De mate van verstedelijking geeft de verhouding weer tussen het aantal adressen
en de oppervlakte van een bepaald topografisch gebied, meestal uitgedrukt in
km2.
, Verstedelijkingsfasen
Tot 1880
Steden gericht op handel
Vanaf 1880
Urbanisatie Industriële Revolutie en verdere industrialisatie
Na 1960
Suburbanisatie toename welvaart + mobiliteit.
Na 1990
Stedelijke netwerken breiden zich uit.
Agglomeratie
Definitie
Een stad met de daaraan vastgegroeide (voor)steden en dorpen.
Een stad groeit tegen andere plaatsen aan in de buurt.
Centrale stad
Definitie
Belangrijkste stad in een agglomeratie
De stad met de meeste voorzieningen, inwoners en werk.
Stadgewest
Definitie
Stad/agglomeratie met daaromheen kleinere plaatsen die samen een functioneel
geheel vormen.
De plaatsen zijn ruimtelijk (deels) gescheiden, maar ze maken allemaal gebruim van de
voorzieningen in de centrale stad.
Tussen stadsgewesten is er weinig open ruimte.
Renashae Ugueto
Paragraaf 1
Kenmerken stad, dorp en platteland
Stad
Veel bebouwing
Hoge bebouwingsdichtheid (dicht op elkaar)
Vaak hoogbouw
Hoge bevolkingsdichtheid
Veel voorzieningen
Dorp
Wonen minder mensen
Lage bevolkingsdichtheid
Veel ruimte om de huizen
Veel laagbouw
Beperkt aantal voorzieningen
Platteland
Nog minder bebouwing
Veel open ruimte
Adressendichtheid
Definitie
Het aantal adressen binnen een straal van één km rond een bepaald adres.
De mate van verstedelijking geeft de verhouding weer tussen het aantal adressen
en de oppervlakte van een bepaald topografisch gebied, meestal uitgedrukt in
km2.
, Verstedelijkingsfasen
Tot 1880
Steden gericht op handel
Vanaf 1880
Urbanisatie Industriële Revolutie en verdere industrialisatie
Na 1960
Suburbanisatie toename welvaart + mobiliteit.
Na 1990
Stedelijke netwerken breiden zich uit.
Agglomeratie
Definitie
Een stad met de daaraan vastgegroeide (voor)steden en dorpen.
Een stad groeit tegen andere plaatsen aan in de buurt.
Centrale stad
Definitie
Belangrijkste stad in een agglomeratie
De stad met de meeste voorzieningen, inwoners en werk.
Stadgewest
Definitie
Stad/agglomeratie met daaromheen kleinere plaatsen die samen een functioneel
geheel vormen.
De plaatsen zijn ruimtelijk (deels) gescheiden, maar ze maken allemaal gebruim van de
voorzieningen in de centrale stad.
Tussen stadsgewesten is er weinig open ruimte.