Hoofdstuk 8 Einde van huwelijk en geregistreerd partnerschap
§8.1 Inleiding
Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap worden formele relaties genoemd, omdat zowel hun
begin als hun einde door de wet zijn geformaliseerd, dat wil zeggen dat bij begin en einde van de
relatie tussenkomst van de overheid verplicht is. De term ‘echtscheiding’ is gereserveerd voor de
ontbinding van het huwelijk, de term ‘scheiding’ is breder en omvat beëindiging van alle soorten
relaties. Volgens artikel 1:149 BW eindigt het huwelijk door de dood, door een nieuw huwelijk of
geregistreerd partnerschap na vermissing van een echtgenoot, door echtscheiding, en door
ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Volgens artikel 1:80c lid 1 BW eindigt het
geregistreerd partnerschap door de dood, door een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap na
vermissing van een geregistreerde partner, door buitengerechtelijke beëindiging op
gemeenschappelijk verzoek; door gerechtelijke ontbinding op eenzijdige of gemeenschappelijk
verzoek, en door omzetting in een huwelijk. De beëindiging van het huwelijk door de dood treedt van
rechtswege in. De beëindiging door een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap na vermissing
van een echtgenoot heeft dezelfde rechtsgevolgen als beëindiging door de dood.
§8.2 Kenmerken en beginselen
De regels betreffende de ontbinding van formele relaties worden gekenmerkt door voorgeschreven
formaliteiten en zijn dwingendrechtelijk van karakter. Het besluit dat een formele relatie is
ontbonden, is een constitutief besluit van een bevoegd overheidsorgaan – voor het huwelijk
vooralsnog alleen de rechter, en voor het geregistreerd partnerschap de rechter of de ambtenaar van
de Burgerlijke Stand. De bescherming van de zwakkere partij en de kinderen wordt thans
gewaarborgd door de rechterlijke tussenkomst en de verplichte procesvertegenwoordiging door een
advocaat. Bij het afwikkelen van de gevolgen van de ontbinding van hun relatie genieten de partijen
wel een aanzienlijke mate van autonomie. De regels met betrekking tot de afwikkeling van de
gevolgen van de scheiding zijn, voor wat de partners onderling betreft, grotendeels van aanvullend
recht en geven partijen de mogelijkheid om de gevolgen bij overeenkomst zelf vast te stellen. Over
de gevolgen met betrekking tot de kinderen moeten de ouders sinds 2009 een overeenkomst – het
zogenoemde ouderschapsplan – sluiten.
§8.3 Belangrijke ontwikkelingen
De hedendaagse regels inzake de beëindiging van het huwelijk zijn het product van een eeuwenlange
ontwikkeling. Het scheidingsrecht heeft in Europa een spannende en turbulente geschiedenis
doorgemaakt. In 1971 is het thans geldende echtscheidingsrecht ingevoerd. De schuldgronden
werden afgeschaft, de algemene echtscheidingsgrond werd de duurzame ontwrichting van het
huwelijk. Sindsdien is het echtscheidingsrecht geleidelijk verder geliberaliseerd. Tussen 2001 en 2009
was de buitengerechtelijke ontbinding van het huwelijk de facto mogelijk in de vorm van de
zogenoemde flitsscheiding: het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap dat
vervolgens direct met wederzijds goedvinden werd ontbonden.
§8.4 Rechtsgevolgen van het einde van een formele relatie
De echtscheiding en de beëindiging van het geregistreerd partnerschap hebben geen terugwerkende
kracht en werken dus slechts voor de toekomst. Het voornaamste gevolg is dat nagenoeg alle
verplichtingen van de echtgenoten en de partners vanaf het moment van de beëindiging ophouden
te bestaan. De gemeenschap van goederen wordt zelfs op een eerder moment ontbonden. Toch zijn
er uitzonderingen op de regel dat de scheiding alle verplichtingen tussen de echtgenoten of partners
tot een eind brengt. De tijdens de relatie ontstane lotsverbondenheid of solidariteit eindigt niet van
§8.1 Inleiding
Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap worden formele relaties genoemd, omdat zowel hun
begin als hun einde door de wet zijn geformaliseerd, dat wil zeggen dat bij begin en einde van de
relatie tussenkomst van de overheid verplicht is. De term ‘echtscheiding’ is gereserveerd voor de
ontbinding van het huwelijk, de term ‘scheiding’ is breder en omvat beëindiging van alle soorten
relaties. Volgens artikel 1:149 BW eindigt het huwelijk door de dood, door een nieuw huwelijk of
geregistreerd partnerschap na vermissing van een echtgenoot, door echtscheiding, en door
ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Volgens artikel 1:80c lid 1 BW eindigt het
geregistreerd partnerschap door de dood, door een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap na
vermissing van een geregistreerde partner, door buitengerechtelijke beëindiging op
gemeenschappelijk verzoek; door gerechtelijke ontbinding op eenzijdige of gemeenschappelijk
verzoek, en door omzetting in een huwelijk. De beëindiging van het huwelijk door de dood treedt van
rechtswege in. De beëindiging door een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap na vermissing
van een echtgenoot heeft dezelfde rechtsgevolgen als beëindiging door de dood.
§8.2 Kenmerken en beginselen
De regels betreffende de ontbinding van formele relaties worden gekenmerkt door voorgeschreven
formaliteiten en zijn dwingendrechtelijk van karakter. Het besluit dat een formele relatie is
ontbonden, is een constitutief besluit van een bevoegd overheidsorgaan – voor het huwelijk
vooralsnog alleen de rechter, en voor het geregistreerd partnerschap de rechter of de ambtenaar van
de Burgerlijke Stand. De bescherming van de zwakkere partij en de kinderen wordt thans
gewaarborgd door de rechterlijke tussenkomst en de verplichte procesvertegenwoordiging door een
advocaat. Bij het afwikkelen van de gevolgen van de ontbinding van hun relatie genieten de partijen
wel een aanzienlijke mate van autonomie. De regels met betrekking tot de afwikkeling van de
gevolgen van de scheiding zijn, voor wat de partners onderling betreft, grotendeels van aanvullend
recht en geven partijen de mogelijkheid om de gevolgen bij overeenkomst zelf vast te stellen. Over
de gevolgen met betrekking tot de kinderen moeten de ouders sinds 2009 een overeenkomst – het
zogenoemde ouderschapsplan – sluiten.
§8.3 Belangrijke ontwikkelingen
De hedendaagse regels inzake de beëindiging van het huwelijk zijn het product van een eeuwenlange
ontwikkeling. Het scheidingsrecht heeft in Europa een spannende en turbulente geschiedenis
doorgemaakt. In 1971 is het thans geldende echtscheidingsrecht ingevoerd. De schuldgronden
werden afgeschaft, de algemene echtscheidingsgrond werd de duurzame ontwrichting van het
huwelijk. Sindsdien is het echtscheidingsrecht geleidelijk verder geliberaliseerd. Tussen 2001 en 2009
was de buitengerechtelijke ontbinding van het huwelijk de facto mogelijk in de vorm van de
zogenoemde flitsscheiding: het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap dat
vervolgens direct met wederzijds goedvinden werd ontbonden.
§8.4 Rechtsgevolgen van het einde van een formele relatie
De echtscheiding en de beëindiging van het geregistreerd partnerschap hebben geen terugwerkende
kracht en werken dus slechts voor de toekomst. Het voornaamste gevolg is dat nagenoeg alle
verplichtingen van de echtgenoten en de partners vanaf het moment van de beëindiging ophouden
te bestaan. De gemeenschap van goederen wordt zelfs op een eerder moment ontbonden. Toch zijn
er uitzonderingen op de regel dat de scheiding alle verplichtingen tussen de echtgenoten of partners
tot een eind brengt. De tijdens de relatie ontstane lotsverbondenheid of solidariteit eindigt niet van