Boek: boekhouden voor (fiscaal) juristen
Hoofdstuk 1: Grootboek, journaalposten, balans en winst- en verliesrekening
Boekingsfeiten zijn:
- Enerzijds uitgaven en ontvangsten
o Niet alle kosten zijn uitgaven. Een uitgave is een betaling, een geldtransactie; het leidt
tot een verandering in de liquide middelen.
Kosten zijn uitgaven of waardeverminderingen.
De aankoop van een auto is een investering. Het is wel een uitgave, maar geen
kostenpost voor de onderneming. De jaarlijkse waardeverminderingen van de
auto zijn voor de onderneming kosten, maar geen uitgaven.
Afschrijvingskosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening en
komen bij het bepalen van de winst in aftrek.
- Anderzijds zijn financiële feiten (boekingsfeiten) waardeveranderingen van de bezittingen, de
schulden en/of het eigen vermogen
o Inzage wordt verkregen in de vermogenspositie van de onderneming.
Art. 3:15i lid 1 BW: eenieder die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent moet een boekhouding
voeren.
- Voor rechtspersonen is deze verplichting vastgelegd in art. 2:10 lid 1 BW.
- De boekhouding van een onderneming bestaat uit een rekeningschema, dagboeken en een
grootboek.
Het dagboek: aan de hand van primaire documenten (zoals inkoopfactuur) worden de financiële
feiten in het dagboek vastgelegd.
- De primaire boeking
Het grootboek is het administratieve centrum van de onderneming: het bestaat uit
rekeningen/overzichten waarop de gevolgen van de financiële feiten systematisch worden vastgelegd.
- De secundaire boeking
Met behulp van de journaalpost wordt een grootboekrekening voor een bepaald bedrag gedebiteerd
of gecrediteerd.
- Dubbel boekhouden: elk financieel feit wordt op twee rekeningen geboekt; eenmaal aan de
debetzijde en eenmaal aan de creditzijde.
Voor sommige grootboekrekeningen worden subgrootboeken bijgehouden. In het subgrootboek
worden de details van de respectievelijke grootboekrekening bijgehouden.
De balans is een momentopname van de financiële positie.
- Het geeft een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van de
onderneming.
- Het totaal van het bezit is gelijk aan het totaal van het eigen en het vreemd vermogen.
- Het verschil tussen de bezittingen en de schulden = het eigen vermogen.
- De hoofdindeling van de balans staat vermeld in art. 2:364 BW, de artikelen verder eveneens
van belang.
, Hoofdindeling:
Activa passiva
Vaste activa Eigen vermogen art. 2:373 BW
Immateriële vaste activa art. 2:365 BW Toelichting art. 2:378 BW
Materiele vaste activa art. 2:366 BW
Financiële vaste activa art. 2:367 BW Voorzieningen art. 2:374 BW
Toelichting art. 2:368 BW
Vlottende activa Schulden art. 2:375 BW
Voorraden art. 2:369 BW
Vorderingen art. 2:370 BW
Effecten art. 2:371 BW
Liquide middelen art. 2:372 BW
Totaal: Totaal:
De winst- en verliesrekening:
- Geeft een financiële positie van een bepaalde onderneming, over een bepaalde periode weer.
- Art. 2:377 BW
- Resultatenrekening
- Op de debetzijde staan alle kosten en uitgaven vermeld
- Op de creditzijde staan de opbrengsten en ontvangsten vermeld
- Het verschil tussen debetzijde en creditzijde is de winst; dit is het commerciële resultaat.
Fiscale jaarrekening
- Bij het opstellen van de fiscale jaarrekening wordt uitgegaan van de commerciële of
bedrijfseconomische jaarrekening
- Hierop vinden de correctieboekingen plaats.
- De beginbalans van jaar x is de eindbalans van jaar x-1.
Commerciele balans
Financiele feiten Vastlegging in het Proef- en saldibalans
Journaalpost
(boekingsfeiten_ grootboek (kolommenbalans)
Winst- en
verliesrekening
Boekingsregels:
Regels van het journaliseren zijn:
- Rekeningen van bezit worden gedebiteerd bij het ontstaan of bij de vermeerdering van een
bezit; Zij worden gecrediteerd bij het tenietgaan of bij het verminderen van het bezit.
- Rekeningen van schuld worden gecrediteerd bij het ontstaan of bij de vermeerdering van een
schuld; zij worden gedebiteerd bij het verdwijnen of bij het verminderen van de schuld
- Rekeningen van kosten worden gedebiteerd bij het ontstaan van de kosten (Een
kostenrekening (rubriek 4) wordt altijd gedebiteerd)
- Rekeningen van opbrengsten worden gecrediteerd bij het ontstaan van de opbrengsten (Een
opbrengstrekening (rubriek 8) wordt altijd gecrediteerd)
, - Rekening van eigen vermogen (creditzijde van de balans bij positief eigen vermogen en
debetzijde van de balans bij negatief eigen vermogen_ wordt gecrediteerd als het eigen
vermogen toeneemt en gedebiteerd als het eigen vermogen afneemt
Waar op de balans neemt de post toe of af? In de journaalpost
Debet toe debiteren
Debet af crediteren
Credit toe crediteren
Credit af debiteren
Proefbalans en saldibalans
Uit deze balansen wordt de definitieve balans en winst- en verliesrekening afgeleid.
- Op de proefbalans staat van elke grootboekrekening het totaal van de debetzijde en het totaal
van de creditzijde.
- Op de saldibalans worden deze bedragen gesaldeerd
o Na het opstellen van een proef- en saldibalans moeten de grootboekrekeningen aan
het einde van het boekjaar worden afgesloten en aan het begin van het boekjaar
worden heropend.
Om te komen tot de fiscale balans en de fiscale winst- en verliesrekening moeten correctieboekingen
gemaakt worden. Foutieve boekingen moeten hersteld worden.
- Uitgangspunt bij het maken van correctieboekingen is het vaststellen wat er geboekt is en
bepalen wat er geboekt had moeten worden. De correctie is het verschil tussen hetgeen
geboekt moet worden en hetgeen geboekt is.
- Zie voorbeeld boek, bladzijde 37.