Hoofdstuk 17 Kinderalimentatie
§17.1 Inleiding
De relatie tussen ouders en kinderen is vanuit juridisch perspectief bijzonder en in veel opzichten
gelden in deze verhouding bijzondere rechten en plichten. Tussen ouders en kinderen bestaat een
familierechtelijke betrekking, die veel gevolgen heeft. Minderjarigen staan bovendien doorgaans
onder gezag van hun ouders, maar er bestaat ook een wederzijdse verplichting om in elkaars
levensonderhoud te voorzien (art. 1:392 BW).
§17.2 Kenmerken en beginselen
De juridische onderhoudsplicht vloeit voort uit morele verplichting van ouders om hun kinderen te
onderhouden. Deze verplichting is geregeld in titel 17 van Boek 1 BW. Het beschermingsbeginsel
speelt in dit opzicht een belangrijke rol: het beginsel dat degene die in een afhankelijke en kwetsbare
positie verkeren in rechte bescherming behoeven. Het belang van het kind vormt een belangrijk
uitgangspunt bij kinderalimentatie. Dit brengt met zich mee dat in beginsel minimaal twee ouders
een onderhoudsplicht hebben ten aanzien van het kind, ook als er niet twee juridische ouders zijn.
Daarnaast is een belangrijk kenmerk van het kinderalimentatierecht dat het dwingend recht is. In de
wet zijn slechts open normen opgenomen voor de bepaling van de onderhoudsplicht, waardoor de
rechter een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij de bepaling van de hoogte van de
kinderalimentatie. Het wettelijk systeem is ook voor kinderalimentatie gebaseerd op het
veranderlijkheidsbeginsel: dat wil zeggen dat als de omstandigheden wijzigen, het mogelijk is om in
onderling overleg of, als dat niet lukt, door de rechter opnieuw te laten oordelen over de te betalen
kinderalimentatie.
§17.3 Belangrijke ontwikkelingen
Met de invoering van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1970 werd naast de bestaande
onderhoudsplicht voor juridische ouders en verwekkers een onderhoudsplicht ingevoerd voor
stiefouders.
§17.4 Verhouding tot andere rechtsgebieden
In verschillende opzichten is kinderalimentatie relevant voor andere rechtsgebieden. In de eerste
plaats in het kader van partneralimentatie, in de tweede plaats in het socialezekerheidsrecht en in de
derde plaats voor de studiefinanciering. Het recht op levensonderhoud hangt nauw samen met het
socialezekerheidsrecht. Dit betekent dat het recht op bijstand door de overheid subsidiair is ten
aanzien van het onderhoudsrecht van kinderen jegens hun ouders, hetgeen met name van belang is
voor het recht op bijstand van jongmeerderjarigen. Daarnaast hangt het onderhoudsrecht samen
met het recht op studiefinanciering. Iedere student heeft recht op een lening, maar afhankelijk van
het inkomen van de ouders bestaat de mogelijkheid om een aanvullende beurs te krijgen.
§17.6 Internationaal recht
Het recht van kinderen op levensonderhoud is gewaarborgd in artikel 27 IVRK. Hierin is zowel de
primaire onderhoudsplicht van ouders opgenomen als de plicht van de staat om passende
maatregelen te treffen, zodat kinderen dit recht kunnen verwezenlijken.
§17.6 Onderhoudsgerechtigden
Wie onderhoudsgerechtigd zijn, kan a contrario afgeleid uit de limitatieve opsomming van
onderhoudsplichtigen in de wet. Drie categorieën kinderen kunnen worden onderscheiden:
§17.1 Inleiding
De relatie tussen ouders en kinderen is vanuit juridisch perspectief bijzonder en in veel opzichten
gelden in deze verhouding bijzondere rechten en plichten. Tussen ouders en kinderen bestaat een
familierechtelijke betrekking, die veel gevolgen heeft. Minderjarigen staan bovendien doorgaans
onder gezag van hun ouders, maar er bestaat ook een wederzijdse verplichting om in elkaars
levensonderhoud te voorzien (art. 1:392 BW).
§17.2 Kenmerken en beginselen
De juridische onderhoudsplicht vloeit voort uit morele verplichting van ouders om hun kinderen te
onderhouden. Deze verplichting is geregeld in titel 17 van Boek 1 BW. Het beschermingsbeginsel
speelt in dit opzicht een belangrijke rol: het beginsel dat degene die in een afhankelijke en kwetsbare
positie verkeren in rechte bescherming behoeven. Het belang van het kind vormt een belangrijk
uitgangspunt bij kinderalimentatie. Dit brengt met zich mee dat in beginsel minimaal twee ouders
een onderhoudsplicht hebben ten aanzien van het kind, ook als er niet twee juridische ouders zijn.
Daarnaast is een belangrijk kenmerk van het kinderalimentatierecht dat het dwingend recht is. In de
wet zijn slechts open normen opgenomen voor de bepaling van de onderhoudsplicht, waardoor de
rechter een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij de bepaling van de hoogte van de
kinderalimentatie. Het wettelijk systeem is ook voor kinderalimentatie gebaseerd op het
veranderlijkheidsbeginsel: dat wil zeggen dat als de omstandigheden wijzigen, het mogelijk is om in
onderling overleg of, als dat niet lukt, door de rechter opnieuw te laten oordelen over de te betalen
kinderalimentatie.
§17.3 Belangrijke ontwikkelingen
Met de invoering van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1970 werd naast de bestaande
onderhoudsplicht voor juridische ouders en verwekkers een onderhoudsplicht ingevoerd voor
stiefouders.
§17.4 Verhouding tot andere rechtsgebieden
In verschillende opzichten is kinderalimentatie relevant voor andere rechtsgebieden. In de eerste
plaats in het kader van partneralimentatie, in de tweede plaats in het socialezekerheidsrecht en in de
derde plaats voor de studiefinanciering. Het recht op levensonderhoud hangt nauw samen met het
socialezekerheidsrecht. Dit betekent dat het recht op bijstand door de overheid subsidiair is ten
aanzien van het onderhoudsrecht van kinderen jegens hun ouders, hetgeen met name van belang is
voor het recht op bijstand van jongmeerderjarigen. Daarnaast hangt het onderhoudsrecht samen
met het recht op studiefinanciering. Iedere student heeft recht op een lening, maar afhankelijk van
het inkomen van de ouders bestaat de mogelijkheid om een aanvullende beurs te krijgen.
§17.6 Internationaal recht
Het recht van kinderen op levensonderhoud is gewaarborgd in artikel 27 IVRK. Hierin is zowel de
primaire onderhoudsplicht van ouders opgenomen als de plicht van de staat om passende
maatregelen te treffen, zodat kinderen dit recht kunnen verwezenlijken.
§17.6 Onderhoudsgerechtigden
Wie onderhoudsgerechtigd zijn, kan a contrario afgeleid uit de limitatieve opsomming van
onderhoudsplichtigen in de wet. Drie categorieën kinderen kunnen worden onderscheiden: