Hoofdstuk 12 – Autismespectrumstoornissen
Autismespectrumstoornissen hebben als hoofdkenmerken ernstige problemen op
het gebied van de sociale interactie en de verbale en non-verbale communicatie.
Diagnostisering criteria:
A. Een totaal van zes (of meer) items van 1, 2 of 3 met ten minste twee
symptomen van 1, en één symptoom van 2 en 3
1. Kwalitatieve tekortkomingen in sociaal interactief gedrag:
Opvallende tekortkomingen in het gebruik van verschillende
vormen van non-verbaal gedrag om sociale contacten te
reguleren, zoals oogcontact, gezichtsuitdrukkingen,
lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te
bepalen
Er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen, die
passen bij het ontwikkelingsniveau
Tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden
of prestaties te delen
Afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid
2. Kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie:
Achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van
de gesproken taal
Bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in
het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te
onderhouden
Stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik
Afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel ("doen-alsof
spelletjes") of sociaal imiterend spel ("nadoen" spelletjes)
passend bij het ontwikkelingsniveau
3. Beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag,
belangstelling en activiteiten:
Sterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte
patronen van belangstelling die abnormaal is
Duidelijke rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele
routines of rituelen
Stereotiepe en zich herhalende motorische bewegingen
Aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen
B. Achterstand in of abnormaal functioneren op ten minste één van de
volgende gebieden met een begin voor het derde jaar:
Sociale interacties
Taal zoals te gebruiken in sociale communicatie of
Symbolisch of fantasiespel
C. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan de stoornis van Rett of een
desintegratiestoornis van de kinderleeftijd.
Vormen van autisme
Het syndroom van Asperger > deze kinderen hebben dezelfde ernstige
sociale en communicatieve probleemgedragingen als autisten maar er is
geen significante algemene achterstand in de taalontwikkeling (wel
hebben ze raar taalgebruik). Er is ook geen achterstand in de cognitieve
ontwikkeling, in de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden
om zichzelf te helpen, in gedragsmatige aanpassingen of in de
nieuwsgierigheid naar de omgeving. Echter zijn er wel aanzienlijke
beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op andere
Autismespectrumstoornissen hebben als hoofdkenmerken ernstige problemen op
het gebied van de sociale interactie en de verbale en non-verbale communicatie.
Diagnostisering criteria:
A. Een totaal van zes (of meer) items van 1, 2 of 3 met ten minste twee
symptomen van 1, en één symptoom van 2 en 3
1. Kwalitatieve tekortkomingen in sociaal interactief gedrag:
Opvallende tekortkomingen in het gebruik van verschillende
vormen van non-verbaal gedrag om sociale contacten te
reguleren, zoals oogcontact, gezichtsuitdrukkingen,
lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te
bepalen
Er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen, die
passen bij het ontwikkelingsniveau
Tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden
of prestaties te delen
Afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid
2. Kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie:
Achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van
de gesproken taal
Bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in
het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te
onderhouden
Stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik
Afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel ("doen-alsof
spelletjes") of sociaal imiterend spel ("nadoen" spelletjes)
passend bij het ontwikkelingsniveau
3. Beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag,
belangstelling en activiteiten:
Sterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte
patronen van belangstelling die abnormaal is
Duidelijke rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele
routines of rituelen
Stereotiepe en zich herhalende motorische bewegingen
Aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen
B. Achterstand in of abnormaal functioneren op ten minste één van de
volgende gebieden met een begin voor het derde jaar:
Sociale interacties
Taal zoals te gebruiken in sociale communicatie of
Symbolisch of fantasiespel
C. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan de stoornis van Rett of een
desintegratiestoornis van de kinderleeftijd.
Vormen van autisme
Het syndroom van Asperger > deze kinderen hebben dezelfde ernstige
sociale en communicatieve probleemgedragingen als autisten maar er is
geen significante algemene achterstand in de taalontwikkeling (wel
hebben ze raar taalgebruik). Er is ook geen achterstand in de cognitieve
ontwikkeling, in de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden
om zichzelf te helpen, in gedragsmatige aanpassingen of in de
nieuwsgierigheid naar de omgeving. Echter zijn er wel aanzienlijke
beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op andere