WAT IS EEN BETOOG BETOOG
Gaat over een stelling
Je probeert de lezer te overtuigen
Dit doe je door argumenten
OPBOUW BETOOG:
1. Titel
a. Probeer een pakkende titel te bedenken
b. Lukt dit niet: zet jouw stelling als titel
2. Inleiding
a. Introduceer het onderwerp (kan 5 zinnen zijn)
i. Dit kan je doen door te beginnen met “stel je eens voor…” en de lezer mee te nemen
hoe het zou zijn als…
ii. Voorbeeld uit je eigen leven gevolgd door wat de bedoeling is van het betoog
iii. Beginnen door cijfers en feiten te geven. Deze staan vaak op de toets. Schrijf dit wel
in je eigen woorden
b. Formuleer jouw stelling
3. Argumenten
a. Onderbouwing
4. Afsluiten
a. Conclusie (mag heel kort zijn) Hierboven heb ik argumenten gegeven waarom ik tegen/voor
het ….. ben.
b. Herhaal nog eens dezelfde stelling
STRUCTUUR AAN BETOOG GEVEN
Structuur te geven kan door alinea’s te beginnen met onderstaand en te vervolgen met 1 argument
Allereerst is het zo ‘argument’. Deze werk je in de alinea uit.
Daarnaast vind ik dat ‘argument’. Deze werk je in de alinea uit.
Bovendien ‘argument’. Deze werk je in de alinea uit.
Aan de andere kant
Gebruik waarden per argument
Vrijheid
Rechtvaardigheid
Gelijkheid
Geld
Participatie
Gaat over een stelling
Je probeert de lezer te overtuigen
Dit doe je door argumenten
OPBOUW BETOOG:
1. Titel
a. Probeer een pakkende titel te bedenken
b. Lukt dit niet: zet jouw stelling als titel
2. Inleiding
a. Introduceer het onderwerp (kan 5 zinnen zijn)
i. Dit kan je doen door te beginnen met “stel je eens voor…” en de lezer mee te nemen
hoe het zou zijn als…
ii. Voorbeeld uit je eigen leven gevolgd door wat de bedoeling is van het betoog
iii. Beginnen door cijfers en feiten te geven. Deze staan vaak op de toets. Schrijf dit wel
in je eigen woorden
b. Formuleer jouw stelling
3. Argumenten
a. Onderbouwing
4. Afsluiten
a. Conclusie (mag heel kort zijn) Hierboven heb ik argumenten gegeven waarom ik tegen/voor
het ….. ben.
b. Herhaal nog eens dezelfde stelling
STRUCTUUR AAN BETOOG GEVEN
Structuur te geven kan door alinea’s te beginnen met onderstaand en te vervolgen met 1 argument
Allereerst is het zo ‘argument’. Deze werk je in de alinea uit.
Daarnaast vind ik dat ‘argument’. Deze werk je in de alinea uit.
Bovendien ‘argument’. Deze werk je in de alinea uit.
Aan de andere kant
Gebruik waarden per argument
Vrijheid
Rechtvaardigheid
Gelijkheid
Geld
Participatie