gebruiken.
1.1 hefbomen gebruiken.
Een kracht zie je niet. Je ziet, hoort of voelt alleen het gevolg ervan.
Het symbool van kracht is de hoofdletter F (van het Engelse woord Force.)
De eenheid van kracht is newton, met symbool N.
De grootte van een kracht kun je meten met een veerunster.
Krachten teken je als een pijl, hiermee kun je de grootte, richting en aangrijppingspunt
tekenen.
De zwaartekracht is de aantrekkingskracht van de aarde op een voorwerp.
Zwaartekracht bereken je met de formule Fz= m x g.
Hierin heeft g een waarde van 9,81 N/kg.
Het aangrijpingspunt van de zwaartekracht wordt het zwaartepunt genoemd.
Dit ligt voor de meeste voorwerpen ongeveer in het midden.
Zonder flessenopener is het moeilijk om de dop er af te krijgen. Je kunt hiervoor een opener
als hefboom gebruiken.
Een hefboom is een voorwerp met twee uiteinden die vaak verschillend van lengte zijn.
Bij een hefboom veroorzaak je met een kleine spierkracht aan de lange kant een grotere
werkkracht aan de korte kant.
Hoe langer het lange einde hoe groter de werkkracht.
Het aangrijpingspunt van de spierkracht zit bij het uiteinde van het handvat, dus bij het lange
eide.
De werkkracht grijpt aan waar de opener de dop van de fles omhoogduwt dus bij het korte
uiteinde.
Ook bestaat er nog het draaipunt, dat is het punt van de opener dan op zijn plek blijft.
Er werkt dus een kracht op. Alle gereedschappen die werken met een hefboom hebben een
- Draaipunt
- Een kort einde waar de werkkracht aangrijpt
- Een lang einde waar de spierkracht aangrijpt