1. gedrag en interactie
1.1 soorten gedrag
Innerlijk gedrag
Uiterlijk waarneembaar gedrag
Fysiologisch gedrag mentaal gedrag
Uiterlijk waarneembaar gedrag: gedragingen die je kan waarnemen
vb. praten, lachen, knipogen, zweten,…
Innerlijk gedrag: gedrag dat je niet kan waarnemen (2 soorten)
Fysiologisch: biologische en elektrische activiteiten (meetbaar)
Vb. verhoogde bloeddruk
Mentaal: geest van de mens (onmeetbaar)
Vb. liegen
Er is een relatie tussen fysiologisch en mentaal gedrag, Elk mentaal gedrag
heeft een fysiologisch verlengde. Leugendetector meet enkel fysiologisch
gedrag
1.2 Hersenactiviteit
Fysiologisch gedrag: Het is niet uiterlijk waarneembaar maar wel
meetbaar.
Er zijn 3 manieren: Elektro-encefalogram (EEG), PET-scan en fMRI-scan.
Elektro-encefalogram (EEG)
PET-scan
fMRI-scan