Beschrijf de anatomie van het hart en de bijdrage aan de ECG.
Het menselijk hart heeft ongeveer de grootte van een gebalde vuist en bestaat
voornamelijk uit hartspierweefsel. De twee boezems, die in de bovenste helft zitten
van het hart, hebben relatief dunne wanden en dienen als opvangvaten voor het
bloed dat terug komt naar het hart vanuit de longen en de rest van het lichaam.
Onder de boezems zitten de hartkamers, deze hebben een dikke, gespierde wand
omdat deze het bloed naar de longen en naar de rest van het lichaam pompen. Uit
de rechter hartkamer vertrekt de longslagader met zuurstofarm bloed naar de
longen en uit de linker hartkamer vertrekt de aorta met zuurstofrijk bloed naar de
rest van het lichaam.
Beschrijf de anatomie van het hart en de bijdrage aan de ECG.
Elektrische signalen in het hart ontstaan in de sinusknoop (SA node), deze
sinusknoop zit in de rechterboezem en regelt het ritme van de hartslag. De schok
wordt via de AV-knoop gestuurd waar de schok even wordt tegengehouden zodat
het bloed naar de kamers kan lopen. Via de bundel van His komt de schok bij de
hartpunt en verspreidt zich vanuit hier over de hartkamers. Daarna valt de puls stil
en is het hart even in rust.
Hoe wordt de prikkelgeleiding in het hart geregeld?
De snelheid waarmee het hart vanzelf slaat bedraagt zeventig slagen per minuut -
bij een volwassen persoon in rust. Vanuit de hypothalamus in de hersenen wordt het
hartritme opgevoerd. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens het sporten, als de spieren
meer zuurstofrijk bloed nodig hebben. Het hart moet dan harder gaan werken
(sneller kloppen) om de door het lichaam gevraagde hoeveelheid bloed te kunnen
leveren. Via een regelcentrum in het verlengde merg van de hersenen wordt de
snelheid van de hartslag weer vertraagd tot het rustritme van zeventig slagen per
minuut
Hoe verlopen de kleine en grote bloedsomlopen en welke onderdelen zijn
hierbij betrokken?
Eerst zal het hart vollopen, dit gebeurt doordat er zuurstofarm bloed vanuit de
onderste en bovenste holle ader de rechter hartboezem in stroomt. Dit bloed zal
door een samentrekking van de boezems en de opening van de atrioventriculaire
kleppen naar de hartkamers stromen. Wanneer dit gebeurt gaan de aortaklep en
pulmonalisklep dicht zodat er geen bloed het lichaam in stroomt.
Door samentrekking van de rechterhartkamer wordt het zuurstofarm bloed naar de
longen gepompt door de longslagader, hier wordt het bloed voorzien van zuurstof
en wordt er CO2 afgegeven. Het zuurstofrijk bloed stroomt via de longader naar de
linkerboezem, dit bloed zal door samentrekking doorstromen naar de linkerkamer
en wordt vanuit hier door de aorta rondgepompt naar de kransslagaders, de
hersenen en de rest van het lichaam. (de kransslagaders voorzien het hart van
bloed). Hoe verder het bloed van het hart vandaan raakt, hoe kleiner de bloedvaten
worden.
Hoe verlopen de kleine en grote bloedsomlopen en welke onderdelen zijn
hierbij betrokken?
Het bloed begint in de slagaders, stroomt dan door naar de arteriolen (letterlijk
kleine slagaders) en komt uiteindelijk aan in de capillairen (haarvaten). Vanuit de
capillairen (haarvaten) gaat het bloed weer richting het hart via de venulen
(letterlijk kleine aders), venen (aders) en komt uiteindelijk aan in de bovenste en
onderste holle ader.
, Hoe is je bloeddruk gereguleerd en wat is cardiac output?
Homeostatische mechanismes reguleren arteriële bloeddruk door de diameter van
de slagaders te veranderen. Wanneer de slagader smaller wordt, wordt er
gesproken van vasoconstrictie. Wanneer de slagader ontspant, wordt er gesproken
van vasodilatatie. Vasoconstrictie en vasodilatatie worden vaak samen in verband
gebracht met de verandering in de cardiac output, dat ook invloed heeft op de
bloeddruk. Met cardiac-output wordt het volume bloed bedoelt dat het hart per
minuut weg kan pompen. Deze coördinatie van de regulerende mechanismen
handhaaft adequate bloedstroom als de eisen van het lichaam op de bloedsomloop
veranderen
Welke weg legt de lucht af van buiten tot in het bloed?
Lucht komt het lichaam binnen via de mond of via de neus, wanneer het via de neus
binnenkomt wordt het gefilterd door de neusharen, verwarmd en bevochtigd. Vanuit
hier gaat het naar de luchtpijp, die in twee bronchus splitst. Deze bronchus
vertakken verder in bronchiole, aan het eind van deze bronchiole zitten
longblaasjes. In de longblaasjes vindt de gasuitwisseling plaats.
Beschrijven hoe O2 en CO2 uit de weefsels/longen wordt afgegeven en wordt
opgenomen.
Zuurstof in de lucht lost op in de vochtige wand van de longblaasjes waarna het
overgebracht wordt naar haarvaten om de longblaasjes, dit gebeurt door middel
van diffusie. In tegengestelde richting vindt de diffusie van CO 2 plaats.
Het menselijk hart heeft ongeveer de grootte van een gebalde vuist en bestaat
voornamelijk uit hartspierweefsel. De twee boezems, die in de bovenste helft zitten
van het hart, hebben relatief dunne wanden en dienen als opvangvaten voor het
bloed dat terug komt naar het hart vanuit de longen en de rest van het lichaam.
Onder de boezems zitten de hartkamers, deze hebben een dikke, gespierde wand
omdat deze het bloed naar de longen en naar de rest van het lichaam pompen. Uit
de rechter hartkamer vertrekt de longslagader met zuurstofarm bloed naar de
longen en uit de linker hartkamer vertrekt de aorta met zuurstofrijk bloed naar de
rest van het lichaam.
Beschrijf de anatomie van het hart en de bijdrage aan de ECG.
Elektrische signalen in het hart ontstaan in de sinusknoop (SA node), deze
sinusknoop zit in de rechterboezem en regelt het ritme van de hartslag. De schok
wordt via de AV-knoop gestuurd waar de schok even wordt tegengehouden zodat
het bloed naar de kamers kan lopen. Via de bundel van His komt de schok bij de
hartpunt en verspreidt zich vanuit hier over de hartkamers. Daarna valt de puls stil
en is het hart even in rust.
Hoe wordt de prikkelgeleiding in het hart geregeld?
De snelheid waarmee het hart vanzelf slaat bedraagt zeventig slagen per minuut -
bij een volwassen persoon in rust. Vanuit de hypothalamus in de hersenen wordt het
hartritme opgevoerd. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens het sporten, als de spieren
meer zuurstofrijk bloed nodig hebben. Het hart moet dan harder gaan werken
(sneller kloppen) om de door het lichaam gevraagde hoeveelheid bloed te kunnen
leveren. Via een regelcentrum in het verlengde merg van de hersenen wordt de
snelheid van de hartslag weer vertraagd tot het rustritme van zeventig slagen per
minuut
Hoe verlopen de kleine en grote bloedsomlopen en welke onderdelen zijn
hierbij betrokken?
Eerst zal het hart vollopen, dit gebeurt doordat er zuurstofarm bloed vanuit de
onderste en bovenste holle ader de rechter hartboezem in stroomt. Dit bloed zal
door een samentrekking van de boezems en de opening van de atrioventriculaire
kleppen naar de hartkamers stromen. Wanneer dit gebeurt gaan de aortaklep en
pulmonalisklep dicht zodat er geen bloed het lichaam in stroomt.
Door samentrekking van de rechterhartkamer wordt het zuurstofarm bloed naar de
longen gepompt door de longslagader, hier wordt het bloed voorzien van zuurstof
en wordt er CO2 afgegeven. Het zuurstofrijk bloed stroomt via de longader naar de
linkerboezem, dit bloed zal door samentrekking doorstromen naar de linkerkamer
en wordt vanuit hier door de aorta rondgepompt naar de kransslagaders, de
hersenen en de rest van het lichaam. (de kransslagaders voorzien het hart van
bloed). Hoe verder het bloed van het hart vandaan raakt, hoe kleiner de bloedvaten
worden.
Hoe verlopen de kleine en grote bloedsomlopen en welke onderdelen zijn
hierbij betrokken?
Het bloed begint in de slagaders, stroomt dan door naar de arteriolen (letterlijk
kleine slagaders) en komt uiteindelijk aan in de capillairen (haarvaten). Vanuit de
capillairen (haarvaten) gaat het bloed weer richting het hart via de venulen
(letterlijk kleine aders), venen (aders) en komt uiteindelijk aan in de bovenste en
onderste holle ader.
, Hoe is je bloeddruk gereguleerd en wat is cardiac output?
Homeostatische mechanismes reguleren arteriële bloeddruk door de diameter van
de slagaders te veranderen. Wanneer de slagader smaller wordt, wordt er
gesproken van vasoconstrictie. Wanneer de slagader ontspant, wordt er gesproken
van vasodilatatie. Vasoconstrictie en vasodilatatie worden vaak samen in verband
gebracht met de verandering in de cardiac output, dat ook invloed heeft op de
bloeddruk. Met cardiac-output wordt het volume bloed bedoelt dat het hart per
minuut weg kan pompen. Deze coördinatie van de regulerende mechanismen
handhaaft adequate bloedstroom als de eisen van het lichaam op de bloedsomloop
veranderen
Welke weg legt de lucht af van buiten tot in het bloed?
Lucht komt het lichaam binnen via de mond of via de neus, wanneer het via de neus
binnenkomt wordt het gefilterd door de neusharen, verwarmd en bevochtigd. Vanuit
hier gaat het naar de luchtpijp, die in twee bronchus splitst. Deze bronchus
vertakken verder in bronchiole, aan het eind van deze bronchiole zitten
longblaasjes. In de longblaasjes vindt de gasuitwisseling plaats.
Beschrijven hoe O2 en CO2 uit de weefsels/longen wordt afgegeven en wordt
opgenomen.
Zuurstof in de lucht lost op in de vochtige wand van de longblaasjes waarna het
overgebracht wordt naar haarvaten om de longblaasjes, dit gebeurt door middel
van diffusie. In tegengestelde richting vindt de diffusie van CO 2 plaats.