WERKGROEP 2: RELATIEVERMOGENSRECHT
Onderwerpen:
❖ Rechten en verplichtingen van formele partners
❖ Gemeenschap van goederen
❖ Huwelijkse voorwaarden
Jurisprudentie:
● Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7004
Literatuur:
● Familierecht, hoofdstuk 7.
● Blackboard:
- Voorstel van wet (zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van
de Raad van State) van de leden Berndsen-Jansen, Recourt en Van
Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de
Faillissementswet teneinde de omgang van de wettelijke
gemeenschap van goederen te beperken;
- W. Kolkman, ‘Naar een beperkte gemeenschap van goederen’, in: K.
Boele-Woelki & M. Jonker (red.), Actuele ontwikkelingen in het
familierecht, Ars Aequi Libri 2015, pp. 39-51; en
- F.W.J.M. Schols & F.M.H. Hoens, ‘CNR-
Huwelijksvoorwaardenonderzoek, deel 1: algemeen en koude
voorwaarden’, WPNR 2012/6956.
Casus en vragen:
Vraag 1
V treedt in het huwelijk met M. V heeft een aardig vermogen op haar
bankrekening staan dat zij na de huwelijkssluiting onder meer zal
aanwenden voor de aanschaf van huishoudelijke apparatuur en voor
de financiering van een reeds vóór het huwelijk door haar gekochte
en aan haar geleverde echtelijke woning. Als huwelijksgeschenk
hebben haar ouders haar een vakantiewoning onder
uitsluitingsclausule geschonken.
Zij bestelt na de huwelijkssluiting bij X allerlei huishoudelijke
apparaten. Met X spreekt zij af, dat deze later zullen worden
betaald.
Na de huwelijkssluiting heeft V haar baan opgezegd. Zij doet de
administratie van het bedrijf van M en springt bij op drukke dagen.
Het bedrijf heeft haar echtgenoot enige jaren geleden gekocht. Om
de koopprijs te kunnen betalen heeft hij toentertijd een aanzienlijk
bedrag van de bank geleend en tot meerdere zekerheid hypotheek
verleend op het bedrijfspand. M heeft een schenking onder
, uitsluitingsclausule van € 25.000 gekregen na het huwelijk. M heeft
nog een studieschuld van 10.000 euro.
De vakantiewoning wordt opgeknapt, maar de rekening van de
aannemer is nog niet betaald.
Beantwoord de volgende vragen steeds tweesporig, namelijk
ingeval V en M gehuwd zijn in gemeenschap van goederen en
ingeval zij elke gemeenschap hebben uitgesloten, en in de
huwelijkse voorwaarden geen verrekenbeding is opgenomen (de
zogeheten koude uitsluiting).
Schema: Wettelijke gemeenschap van goederen
uitsluiting
Rechthebbende: 1:94 lid 2,3,4. Aan
wie is geleverd
In welk vermogen valt een schuld: 1:94 lid 3+5
Algemeen vermogensrecht
Bestuur: 1:90 + 1:97 1:90 lid
1
Aansprakelijkheid: 1:85
Systeem verbintenissenrecht
Verhaal: 3:276, specifiek 1:96 lid 1 en 2
3:276
Draagplicht: 1:84
1:84.
1a. Wie is/zijn rechthebbende(n) op de in de casus genoemde
goederen:
- het banksaldo van V?
- de echtelijke woning?
- de huishoudelijke apparatuur?
- de vakantiewoning?
- het bedrijfspand?
- de € 25.000? G
(1 gemeenschap van goederen 2 uitsluiting)
- het banksaldo van V?
Beiden: 1:94 lid 2.
Blijft van V.
- de echtelijke woning?
Beiden, 1:94 lid 2.
Ook van V.
Onderwerpen:
❖ Rechten en verplichtingen van formele partners
❖ Gemeenschap van goederen
❖ Huwelijkse voorwaarden
Jurisprudentie:
● Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7004
Literatuur:
● Familierecht, hoofdstuk 7.
● Blackboard:
- Voorstel van wet (zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van
de Raad van State) van de leden Berndsen-Jansen, Recourt en Van
Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de
Faillissementswet teneinde de omgang van de wettelijke
gemeenschap van goederen te beperken;
- W. Kolkman, ‘Naar een beperkte gemeenschap van goederen’, in: K.
Boele-Woelki & M. Jonker (red.), Actuele ontwikkelingen in het
familierecht, Ars Aequi Libri 2015, pp. 39-51; en
- F.W.J.M. Schols & F.M.H. Hoens, ‘CNR-
Huwelijksvoorwaardenonderzoek, deel 1: algemeen en koude
voorwaarden’, WPNR 2012/6956.
Casus en vragen:
Vraag 1
V treedt in het huwelijk met M. V heeft een aardig vermogen op haar
bankrekening staan dat zij na de huwelijkssluiting onder meer zal
aanwenden voor de aanschaf van huishoudelijke apparatuur en voor
de financiering van een reeds vóór het huwelijk door haar gekochte
en aan haar geleverde echtelijke woning. Als huwelijksgeschenk
hebben haar ouders haar een vakantiewoning onder
uitsluitingsclausule geschonken.
Zij bestelt na de huwelijkssluiting bij X allerlei huishoudelijke
apparaten. Met X spreekt zij af, dat deze later zullen worden
betaald.
Na de huwelijkssluiting heeft V haar baan opgezegd. Zij doet de
administratie van het bedrijf van M en springt bij op drukke dagen.
Het bedrijf heeft haar echtgenoot enige jaren geleden gekocht. Om
de koopprijs te kunnen betalen heeft hij toentertijd een aanzienlijk
bedrag van de bank geleend en tot meerdere zekerheid hypotheek
verleend op het bedrijfspand. M heeft een schenking onder
, uitsluitingsclausule van € 25.000 gekregen na het huwelijk. M heeft
nog een studieschuld van 10.000 euro.
De vakantiewoning wordt opgeknapt, maar de rekening van de
aannemer is nog niet betaald.
Beantwoord de volgende vragen steeds tweesporig, namelijk
ingeval V en M gehuwd zijn in gemeenschap van goederen en
ingeval zij elke gemeenschap hebben uitgesloten, en in de
huwelijkse voorwaarden geen verrekenbeding is opgenomen (de
zogeheten koude uitsluiting).
Schema: Wettelijke gemeenschap van goederen
uitsluiting
Rechthebbende: 1:94 lid 2,3,4. Aan
wie is geleverd
In welk vermogen valt een schuld: 1:94 lid 3+5
Algemeen vermogensrecht
Bestuur: 1:90 + 1:97 1:90 lid
1
Aansprakelijkheid: 1:85
Systeem verbintenissenrecht
Verhaal: 3:276, specifiek 1:96 lid 1 en 2
3:276
Draagplicht: 1:84
1:84.
1a. Wie is/zijn rechthebbende(n) op de in de casus genoemde
goederen:
- het banksaldo van V?
- de echtelijke woning?
- de huishoudelijke apparatuur?
- de vakantiewoning?
- het bedrijfspand?
- de € 25.000? G
(1 gemeenschap van goederen 2 uitsluiting)
- het banksaldo van V?
Beiden: 1:94 lid 2.
Blijft van V.
- de echtelijke woning?
Beiden, 1:94 lid 2.
Ook van V.