Onderdeel II
Vrije Universiteit Amsterdam
Studentnummer:
Tutor:
Vak: P_PVAARPMC
Datum:
1
, Portfolio opdracht Vaardigheden voor PMC studenten
2021-20221
VAKCODE P_PVAARPMC (Vaardigheden PMC)
Antwoordblad Onderdeel II
Zie voor toelichting en de vragen die bij a, b, c etc. horen de portfolio opdracht beschrijving op
Canvas
Naam:
Studentnummer:
Datum:
Onderdeel II
Opdracht 1 Relatie tussen vaardigheden en theoretische achtergrond
a. Een goed gesprek tussen een cliënt en een hulpverlener bestaat uit wederzijds vertrouwen,
respect, optimisme en een voorbeeldfunctie (voor de hulpverlener). Daarbij gaat de hulpverlener
uit van de mogelijkheden en veranderbaarheid van een cliënt, om ongewenst gedrag te
veranderen en nieuw (gewenst) gedrag te leren. Als hulpverlener ga je namelijk een gesprek aan
met als doel de cliënt te ondersteunen in zijn/haar belemmeringen en obstakels, in de hoop deze
samen te kunnen veranderen. Een theorie die aansluit bij deze gedachten, is de sociale
leertheorie (Wilson, 2012). In de sociale leertheorie gaat de hulpverlener er vanuit dat een cliënt
op verschillende manier kan leren, zowel door zelfreflectie als de omgeving waarin een cliënt zich
bevindt. Binnen mijn huidige werk en mijn oude stageplaatsen komt dit veel naar voren. Veel
cliënten hebben bepaalde copingstrategieën of gedragingen aangeleerd die ongewenst zijn, dit is
gevormd door gebeurtenissen en ervaringen in het verleden. Ook de omgeving waarin een cliënt
is opgegroeid is van belang. Binnen de afdelingen waar ik heb stage gelopen werd een veilige en
respectvolle omgeving gecreëerd, waarin de hulpverlener een voorbeeldfunctie vormde. Dit
zorgde ervoor dat de cliënten van de hulpverleners konden leren, dit wordt ook wel
observationeel leren genoemd (L. Verhofstadt- Denevè, 2003). In gesprek met een cliënt komt dit
bijvoorbeeld naar voren in basale vaardigheden als: elkaar laten uitpraten, niet schreeuwen, niet
schelden, elkaar niet uitlachen, ruimte geven voor elkaars emoties/ gevoelens etc. Indien een
cliënt dit niet doet, volgt er een waarschuwing en bij herhaling wordt een gesprek gestopt. Er
wordt dan teruggegeven dat bepaald gedrag (letterlijk benoemen) niet gewenst is, mensen zo
niet met elkaar omgaan en we het de volgende keer weer opnieuw proberen. Opvallend is dat
een cliënt vrij snel de gewenste manier van gespreksvoering overneemt, ook wel sociaal leren
genoemd.
Wat ook belangrijk is in een goed gesprek tussen een cliënt en hulpverlener is het betrekken van
het hele systeem en de context. Mensen zijn erg contextgevoelig, waardoor ze zich in elke
situatie/omgeving anders gedragen. Het is van belang om hier in gesprek rekening mee te
houden, omdat soortgelijke belemmeringen zich bij elke individu anders kunnen uitten.
Sommige relaties zijn beter bestand tegen stress dan anderen, en het ene gezin heeft meer
structuur nodig dan het andere gezin. Een theorie die hierbij aansluit is de sociale systeemtheorie
(Wilson, 2012). In gesprek is het van belang om hier oog voor te hebben, omdat de hulpverlening
zich niet alleen op het individu moet richten maar ook op de context. Het is daarom van belang
1
Kef & Willemen, 19 juli 2021
2