11.1 Bouw, groei en ontwikkeling
Begrippen:
Celstrekking: groei van de cel door opname van water in de vacuole
● Draagt bij planten bij aan groei en stevigheid van plantenweefsels
Cambium (ringvormig meristeem): delingsweefsel, een van de weinige plaatsen in een plant
waar nieuwe cellen gemaakt worden
Organen van een zaadplant:
- Wortel
- Stengel
- Blad
Deze bestaan uit 3 verschillende weefsels:
● Dekweefsel (epidermis): buitenzijde van de plant
○ Enkele lagen cellen die de plant bedekken en beschermen
● Vaatweefsel: bestaat uit transportvaten
○ Houtvaten en Bastvaten
● Vulweefsel (grondweefsel): hier vindt fotosynthese, opslag en stevigheid plaats
Groei bij planten:
- Meristemen: deelweefsels die zich bevinden in de toppen van wortels en stengels, in
knoppen, in jonge bladeren en in het cambium
● Stamcellen in meristemen zijn verantwoordelijk voor de groei van planten
● Na celdeling blijft één dochtercel in het meristeem liggen, de andere
dochtercel ondergaat:
○ Celstrekking, celdifferentiatie
en celspecialisatie
, Lengte- en diktegroei:
- Lengtegroei: groei dat leidt tot
verlenging van een plant
● Bij kruidachtige als houtachtige
planten
● Vindt plaats in: stengeltop en
worteltop
- Diktegroei: groei dat leidt tot
verdikking van wortel en stengel
● Bij houtachtige planten
● Vindt plaats in het cambium
➔ Naar binnen toe ontstaan houtcellen → houtvaten
◆ Vooral houtcellen ontstaan meer dan bastcellen in het cambium!
➔ Naar buiten toe ontstaan bastcellen → bastvaten
Jaarringen (= al het hout dat in 1 jaar is gevormd):
- Voorjaarshout: wijde houtvaten met dunne wanden
- Zomerhout: nauwe houtvaten met dikke wanden
- Jaargrens: scherpe overgang tussen zomerhout en voorjaarshout
● In herfst en winter geen cambium activiteit
Plastiden (= celorganellen die een functie hebben bij de fotosynthese, lokken van insecten
en het opslaan van reservestoffen):
● 3 soorten plastiden:
○ Chloroplasten (bladgroenkorrels): bevat groene kleurstoffen (chlorofyl)
○ Chromoplasten: bevatten gele, rode en oranje kleurstoffen