Marketing: het proces waarmee bedrijven waarde creëren voor de klant.
Marketingproces
1. Analyse
2. Strategie
3. Tactiek
4. evaluatie
(SBU) Strategic Business Unit: Bedrijfsonderdelen met eigen missie en
doelstellingen, waarvoor het bedrijf een aparte planning opstelt. Zoals Persoonlijk
verzorging, huiselijk verzorging ect
PMC Product Markt Combinatie: Productgroepen met eigen merknamen, zoals
Nestle met kitkat. Voor elk van deze merken maakt men marketingplannen.
Visie: waar het bedrijf voor staat
Missie: wat wil het bedrijf bereiken
Abell & Hammond-diagram: diagram die het werkgebied weergeeft.
aan de hand van 3 vragen:
1. Wat zijn de behoeftes
2. Welke afnemersgroepen zijn er
3. Op welke manieren wordt er in hun behoefte voorzien.
SMART
Specifiek: is de doelstelling eenduidig?
Meetbaar: Kunnen we een streefdoel aan de doelstellingen koppelen?
Actiegeorienteerd: is het duidelijk wie medeverantwoordelijk is voor het bereiken
van de doelstellingen?
Realistisch: Is de doelstelling haalbaar?
Tijdsgebonden: Wanneer moet de doelstelling bereikt zijn?
Behoefte: het idee dat een persoon iets mist
Wens: een verlangen van een persoon
,Vraag: Wensen die worden gesteund door koopkracht
Marketingaanbod: combinatie van goederen, diensten, informatie en/of
ervaringen, die organisaties aan de markt bieden om een behoefte of wens te
bevredigen
Marketingmyopia: overmatige focus op eigen product, waardoor men aan de
onderliggende klantenbehoeften voorbijgaat.
Relatiemarketing: het proces waarin het bedrijf waardevolle relaties opbouwt,
onderhoudt en verbeterd met klanten.
Waardeketen (value chain): een reeks afdelingen die waarde creeren, zoals
productie, marketing, en verkoop.
Costumer value delivery system: systeem van waardeketen ’s, zijn leveranciers
en distributeurs. Samen proberen zij waarde te leveren aan de klant.
Interne analyse: onderzoek naar de sterke en zwakke punten van een organisatie,
door onderzoek binnen het bedrijf zelf.
Externe analyse: inzicht in de kansen en bedreigingen van de markt en
bedrijfstak.
Waardepropositie: beschrijving van het product uitgedrukt in de meest
waardevolle elementen in de ogen van de klant.
Customer lifetime value: totale waarde die een klant heeft voor een bedrijf, bijv
boodschappen van 50,- p week jarenlang.
Klantaandeel: aandeel dat een bedrijf heeft in de totale hoeveelheid producten die
een klant koopt in een bepaalde categorie, en niet bij de concurrent
Costomer equity: totale waarde van alle klanten en potentiële over een bepaalde
periode
Marketingmix
1. Product
2. Prijs
3. Plaats
4. Promotie
, Costumer Relationship Management (CRM): het totale process van opbouwen
en onderhouden van relaties met klanten
Gepercipieerde waarde voor de klant: het verschil tussen alle voordelen en
kosten van een marktaanbod vergeleken met het concurrerende aanbod
Retentie: De mate waarin een klant na een eerste aankoop opnieuw kiest voor
hetzelfde merk.
Costumer-engagement marketing: Marketing om het merk een onderdeel te
laten worden van conversaties van en met consumenten
Consumer-generated marketing: Marketing waarbij consumenten zelf een grote
rol hebben bij het creëren van merkbeleving
Implementatie van het marketingplan: de strategie en daden worden uitgevoerd
om het doel te verwezenlijken.
Operationele controle controleren of de werkelijke prestaties in overeenstemming
zijn met de plannen
Marketing accountability: inzichtelijk maken van de effecten van
marketinginspanningen.
Productieconcept: consumenten willen producten die betaalbaar en verkrijgbaar
zijn.
Productconcept: consumenten willen product dat goeie kwaliteit heeft, beste
prestaties biedt
Verkoopconcept: consumenten kopen als het bedrijf veel energie in verkoop en
promotie steekt
Marketingconcept: een bedrijf kan alleen zijn doelstellingen bereiken wanneer
het de behoeftes en wensen van de doelgroep kan bepalen.
Hoofdstuk 2
Micro omgeving: de krachten in het bedrijf zelf