Economie
6VWO
Hoofdstuk 17
Arbeidsmarkt = geheel van de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid
Geregistreerde beroepsbevolking = alle personen tussen 15 en 65 jaar die minimaal 12 uur
per week werken of werk zoeken in de formele sector.
Werkgelegenheid = het werkende deel van de beroepsbevolking
Voltijdwerkers = werknemers met een volledige weektaak
Deeltijdwerkers = werknemers die geen volledige weektaak hebben
Flexwerkers = flexibele werknemers (bijv. uitzendkracht, oproepkracht, invalkracht)
Arbeidsvolume = de werkgelegenheid in arbeidsjaren
Aanmoedigingseffect = aanzuigeffect
Aanzuigeffect => economie trekt aan → werkgelegenheid stijgt → aanbod werkzoekenden
stijgt → aanbod op de arbeidsmarkt stijgt.
Participatiegraad = percentage van de beroepsgeschikte bevolking die een baan heeft of
werk zoekt.
Beroepsgeschikte bevolking = alle personen tussen de 20 en 64 jaar die geschikt is om te
werken.
beroepsbevolking
P articipatiegraad = beroepsgeschikte bevolking × 100%
P/Aratio = verhouding tussen personen en arbeidsjaren
personen
P /A − ratio = arbeidsjaren
I/Aratio = verhouding tussen inactieve uitkeringsgerechtigden en de werkgelegenheid in
arbeidsjaren.
inactieve uitkeringsgerechtigden
I /A − ratio = werkgelegenheid in arbeidsjaren
Verborgen werkgelegenheid = nietgeregistreerde werkgelegenheid (bijv. zwart werk,
vrijwilligerswerk, werkenden die minder dan 12 uur per week werken.)
, Werkloze beroepsbevolking:
ouder dan 12 en jonger dan 65
baan zoekend van minimaal 12 uur per week
onmiddellijk beschikbaar
nu niet of minder dan 12 uur per week werkend
officiële werkloze beroepsbevolking
W erkloosheidspercentage = officiële beroepsbevolking × 100%
Verborgen werkloosheid = alle nietgeregistreerde werkloosheid
Werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid Structurele werkloosheid
→ door daling van de effectieve vraag (EV) → door verandering in omvang en kwaliteit
van de productiemiddelen
Kwantitatief
→ productiecapaciteit te klein
Kwalitatief
→ opleiding, vaardigheden en eisen van
werkzoekende sluit niet aan op de vraag
van de werkgever
Seizoen
→ sommige werkzaamheden zijn aan een
seizoen gebonden
Frictie
→ veranderen van baan
Gespannen arbeidsmarkt = vraag van werkgever is groter dan aanbod van arbeidskrachten
Gevolgen werkloosheid:
Persoonlijke nadelen
→ psychische gevolgen
Maatschappelijke nadelen
→ ontstaan maatschappelijke onrust
→ stijging van criminaliteit
Economische gevolgen
→ minder geld te besteden
→ minder inkomsten overheid
→ geen loonsverhoging
→ totale welvaart neemt af
6VWO
Hoofdstuk 17
Arbeidsmarkt = geheel van de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid
Geregistreerde beroepsbevolking = alle personen tussen 15 en 65 jaar die minimaal 12 uur
per week werken of werk zoeken in de formele sector.
Werkgelegenheid = het werkende deel van de beroepsbevolking
Voltijdwerkers = werknemers met een volledige weektaak
Deeltijdwerkers = werknemers die geen volledige weektaak hebben
Flexwerkers = flexibele werknemers (bijv. uitzendkracht, oproepkracht, invalkracht)
Arbeidsvolume = de werkgelegenheid in arbeidsjaren
Aanmoedigingseffect = aanzuigeffect
Aanzuigeffect => economie trekt aan → werkgelegenheid stijgt → aanbod werkzoekenden
stijgt → aanbod op de arbeidsmarkt stijgt.
Participatiegraad = percentage van de beroepsgeschikte bevolking die een baan heeft of
werk zoekt.
Beroepsgeschikte bevolking = alle personen tussen de 20 en 64 jaar die geschikt is om te
werken.
beroepsbevolking
P articipatiegraad = beroepsgeschikte bevolking × 100%
P/Aratio = verhouding tussen personen en arbeidsjaren
personen
P /A − ratio = arbeidsjaren
I/Aratio = verhouding tussen inactieve uitkeringsgerechtigden en de werkgelegenheid in
arbeidsjaren.
inactieve uitkeringsgerechtigden
I /A − ratio = werkgelegenheid in arbeidsjaren
Verborgen werkgelegenheid = nietgeregistreerde werkgelegenheid (bijv. zwart werk,
vrijwilligerswerk, werkenden die minder dan 12 uur per week werken.)
, Werkloze beroepsbevolking:
ouder dan 12 en jonger dan 65
baan zoekend van minimaal 12 uur per week
onmiddellijk beschikbaar
nu niet of minder dan 12 uur per week werkend
officiële werkloze beroepsbevolking
W erkloosheidspercentage = officiële beroepsbevolking × 100%
Verborgen werkloosheid = alle nietgeregistreerde werkloosheid
Werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid Structurele werkloosheid
→ door daling van de effectieve vraag (EV) → door verandering in omvang en kwaliteit
van de productiemiddelen
Kwantitatief
→ productiecapaciteit te klein
Kwalitatief
→ opleiding, vaardigheden en eisen van
werkzoekende sluit niet aan op de vraag
van de werkgever
Seizoen
→ sommige werkzaamheden zijn aan een
seizoen gebonden
Frictie
→ veranderen van baan
Gespannen arbeidsmarkt = vraag van werkgever is groter dan aanbod van arbeidskrachten
Gevolgen werkloosheid:
Persoonlijke nadelen
→ psychische gevolgen
Maatschappelijke nadelen
→ ontstaan maatschappelijke onrust
→ stijging van criminaliteit
Economische gevolgen
→ minder geld te besteden
→ minder inkomsten overheid
→ geen loonsverhoging
→ totale welvaart neemt af