Samenvatting voedingsleer
Koolhydraten (sachariden)
Leerdoel: Uitleggen wat koolhydraten en vezels zijn.
Functie: energieleverancier
Molecuul koolhydraat
Koolhydraten leveren per gram 4 kilocalorieën. Ze bestaan uit
één of meerdere suikermoleculen die uiteindelijk allemaal
omgezet worden in glucose dat met name een belangrijke
brandstof is voor je hersenen en je spieren (glycogeen). Vooral
voor de hersenen en rode bloedcellen zijn koolhydraten erg
belangrijk. De hersenen kunnen zelfs niet zonder glucose, een
soort koolhydraat.
Hoeveelheid koolhydraten/voedingsnorm
Vcp: Nederlanders eten gemiddeld 237 gram koolhydraten per
dag.
Wat nodig: 40 tot 70% nodig over dag inname
1 gram koolhydraten bevat 4 kilocalorieën
We kunnen koolhydraten min of meer opdelen in twee verschillende soorten:
- Enkelvoudige koolhydraten
- Meervoudige/complexe koolhydraten
Enkelvoudige koolhydraten (bijvoorbeeld monosachariden en dissachariden) = snelle
koolhydraat.
Bestaan uit 1 molecuul, (mono betekent 1). Monosachariden zijn enkelvoudige koolhydraten.
Monosachariden zijn makkelijk oplosbaar in water (Al klein en kunnen niet kleiner gemaakt
worden) en ze worden daardoor ook gemakkelijk door het lichaam opgenomen.
We vinden vaak enkelvoudige suikers terug in snoep, zoet fruit of honing. Het zorgt ervoor
dat je bloedsuikerspiegel snel stijgt, maar ook weer relatief snel daalt.
Verschillende monosachariden = enkelvoudig en snelle koolhydraten
- Glucose druivensuiker (fruit, en honing.. Met name druiven)
- Galactose melksuiker (melk producten)
- Fructose vruchtensuikers (fruit en honing)
,Dissachariden
Dissachariden zijn meervoudige en snelle koolhydraten en bestaan uit 2 verbonden (mono)
sachariden. Door een binding aan te gaan ontstaan er dus dissachariden.
- Glucose x 2 = maltose (maltose)
- Glucose + fructose = sacharose (tafel, kristal, biet en rietsuiker)
- Glucose + galactose = lactose (melksuiker)
Afbraak: Op de darmwand zitten enzymen die de disachariden splitsen tot monosachariden.
Deze worden vervolgens door de darmcellen opgenomen en via de bloedbaan vervoerd door
het lichaam.
Oligosachariden
Oligosachariden zijn meervoudige en langzame koolhydraten en bestaan uit 3 tot 9 verbonden
(mono) sachariden.
- Fructose-oligosachariden = Zit in fruit en groente
- Raffinose = Zit in fruit en groente
- Maltodextrine = wordt door de industrie gemaakt uit
aardappelen mais en tarwe. (Word gebruikt voor sportdrank en snoep)
Polysachariden = meervoudig en langzame koolhydraten
Polysachariden zijn koolhydraten die zijn opgebouwd uit 10 of meer monosacharide-
eenheden.
- Amylose en amylopectine = Zetmeel
- Glycogeen
- Vezels = cellulose (niet oplosbaar), pectine (wel oplosbaar)
Glycogeen:
Wanneer lichaam energie uit koolhydraten nodig heeft, word glycogeen omgezet in glucose
om snel door de spiercellen te kunnen gebruiken.
Zetmeel:
Het lichaam slaat glucose op als glycogeen, planten slaan glucose op als zetmeel. Wanneer je
zetmeel eet, hydrolyseert (hydrolyse is de splitsing van een chemische binding onder opname
van een molecuul, gebeurd door water toe tevoegen) je lichaam het zetmeel naar glucose.
Vezels:
Het verschil tussen vezels en zetmeel is dat het lichaam de verbindingen tussen de
monosachariden niet kan afbreken. (Vezel is een meervoudige polysachariden=bestaat dus uit
, meerde monosachariden) ze gaan daarom onverteerd door het lichaam, geven geen
monosachariden af en dus geven ze geen energie. Inname 30/40 gram per dag.
Zetmeel wordt wel afgebroken en vezels dus niet.
In de dikke darm worden oplosbare vezels, ook wel prebiotica genoemd, door bacteriën
afgebroken. Dit heet fermentatie.
Niet oplosbare vezels: cellulose.
De opdracht van niet oplosbare (niet-fermenteerbare) vezels: ervoor zorgen dat de poep een
goede structuur heeft. Ze werken als een spons en nemen vocht op. Te dunne ontlasting wordt
dikker, te harde ontlasting wordt zacht. Deze vezels worden niet afgebroken in de darmen, ze
verlaten het lichaam onveranderd. De onoplosbare hebben ook een verzadigende werking.
- Volkorenproducten (bijvoorbeeld roggebrood, muesli)
- Graanproducten (bijvoorbeeld havermout, zemelen)
- Lijnzaad
- Noten
Oplosbare vezels: pectine
De oplosbare (fermenteerbare) vezels zijn complexe suikers die oplosbaar zijn. Ze worden in
de dikke darm afgebroken en stimuleren de darmbeweging. Dat heeft een goede stoelgang als
gevolg. Oplosbare vezels zijn minder belastend voor de darmen. De onoplosbare variant
prikkelt namelijk de darmwand en kan daarom bij sommigen klachten geven.
- Fruit (bijvoorbeeld sinaasappel, perzik)
- Groente (bijvoorbeeld schorseneren, witlof, prei)
(1
sacharide)
Koolhydraten (sachariden)
Leerdoel: Uitleggen wat koolhydraten en vezels zijn.
Functie: energieleverancier
Molecuul koolhydraat
Koolhydraten leveren per gram 4 kilocalorieën. Ze bestaan uit
één of meerdere suikermoleculen die uiteindelijk allemaal
omgezet worden in glucose dat met name een belangrijke
brandstof is voor je hersenen en je spieren (glycogeen). Vooral
voor de hersenen en rode bloedcellen zijn koolhydraten erg
belangrijk. De hersenen kunnen zelfs niet zonder glucose, een
soort koolhydraat.
Hoeveelheid koolhydraten/voedingsnorm
Vcp: Nederlanders eten gemiddeld 237 gram koolhydraten per
dag.
Wat nodig: 40 tot 70% nodig over dag inname
1 gram koolhydraten bevat 4 kilocalorieën
We kunnen koolhydraten min of meer opdelen in twee verschillende soorten:
- Enkelvoudige koolhydraten
- Meervoudige/complexe koolhydraten
Enkelvoudige koolhydraten (bijvoorbeeld monosachariden en dissachariden) = snelle
koolhydraat.
Bestaan uit 1 molecuul, (mono betekent 1). Monosachariden zijn enkelvoudige koolhydraten.
Monosachariden zijn makkelijk oplosbaar in water (Al klein en kunnen niet kleiner gemaakt
worden) en ze worden daardoor ook gemakkelijk door het lichaam opgenomen.
We vinden vaak enkelvoudige suikers terug in snoep, zoet fruit of honing. Het zorgt ervoor
dat je bloedsuikerspiegel snel stijgt, maar ook weer relatief snel daalt.
Verschillende monosachariden = enkelvoudig en snelle koolhydraten
- Glucose druivensuiker (fruit, en honing.. Met name druiven)
- Galactose melksuiker (melk producten)
- Fructose vruchtensuikers (fruit en honing)
,Dissachariden
Dissachariden zijn meervoudige en snelle koolhydraten en bestaan uit 2 verbonden (mono)
sachariden. Door een binding aan te gaan ontstaan er dus dissachariden.
- Glucose x 2 = maltose (maltose)
- Glucose + fructose = sacharose (tafel, kristal, biet en rietsuiker)
- Glucose + galactose = lactose (melksuiker)
Afbraak: Op de darmwand zitten enzymen die de disachariden splitsen tot monosachariden.
Deze worden vervolgens door de darmcellen opgenomen en via de bloedbaan vervoerd door
het lichaam.
Oligosachariden
Oligosachariden zijn meervoudige en langzame koolhydraten en bestaan uit 3 tot 9 verbonden
(mono) sachariden.
- Fructose-oligosachariden = Zit in fruit en groente
- Raffinose = Zit in fruit en groente
- Maltodextrine = wordt door de industrie gemaakt uit
aardappelen mais en tarwe. (Word gebruikt voor sportdrank en snoep)
Polysachariden = meervoudig en langzame koolhydraten
Polysachariden zijn koolhydraten die zijn opgebouwd uit 10 of meer monosacharide-
eenheden.
- Amylose en amylopectine = Zetmeel
- Glycogeen
- Vezels = cellulose (niet oplosbaar), pectine (wel oplosbaar)
Glycogeen:
Wanneer lichaam energie uit koolhydraten nodig heeft, word glycogeen omgezet in glucose
om snel door de spiercellen te kunnen gebruiken.
Zetmeel:
Het lichaam slaat glucose op als glycogeen, planten slaan glucose op als zetmeel. Wanneer je
zetmeel eet, hydrolyseert (hydrolyse is de splitsing van een chemische binding onder opname
van een molecuul, gebeurd door water toe tevoegen) je lichaam het zetmeel naar glucose.
Vezels:
Het verschil tussen vezels en zetmeel is dat het lichaam de verbindingen tussen de
monosachariden niet kan afbreken. (Vezel is een meervoudige polysachariden=bestaat dus uit
, meerde monosachariden) ze gaan daarom onverteerd door het lichaam, geven geen
monosachariden af en dus geven ze geen energie. Inname 30/40 gram per dag.
Zetmeel wordt wel afgebroken en vezels dus niet.
In de dikke darm worden oplosbare vezels, ook wel prebiotica genoemd, door bacteriën
afgebroken. Dit heet fermentatie.
Niet oplosbare vezels: cellulose.
De opdracht van niet oplosbare (niet-fermenteerbare) vezels: ervoor zorgen dat de poep een
goede structuur heeft. Ze werken als een spons en nemen vocht op. Te dunne ontlasting wordt
dikker, te harde ontlasting wordt zacht. Deze vezels worden niet afgebroken in de darmen, ze
verlaten het lichaam onveranderd. De onoplosbare hebben ook een verzadigende werking.
- Volkorenproducten (bijvoorbeeld roggebrood, muesli)
- Graanproducten (bijvoorbeeld havermout, zemelen)
- Lijnzaad
- Noten
Oplosbare vezels: pectine
De oplosbare (fermenteerbare) vezels zijn complexe suikers die oplosbaar zijn. Ze worden in
de dikke darm afgebroken en stimuleren de darmbeweging. Dat heeft een goede stoelgang als
gevolg. Oplosbare vezels zijn minder belastend voor de darmen. De onoplosbare variant
prikkelt namelijk de darmwand en kan daarom bij sommigen klachten geven.
- Fruit (bijvoorbeeld sinaasappel, perzik)
- Groente (bijvoorbeeld schorseneren, witlof, prei)
(1
sacharide)