hoofdstuk 3.1 t/m 3.5
3.1 Wat is democratie?
Politiek: het maken van keuzes waaraan alle burgers in een staat zijn gebonden.
Algemeen belang: (politici gaan over zaken die van “ zijn), zaken voor het algemeen belang:
- welvaart
- volksgezondheid
- infrastructuur
- onderwijs
- buitenlandse betrekkingen
- veiligheid
- landbouw en milieu
Democratie: een bestuursvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent op
de politieke besluitvorming
Directe democratie: (erg oude manier van besturen) hierbij werd door een groep mensen
samen gestemd over moeilijke beslissingen. Modernere versie van directe democratie =
Referendum: een volksstemming over een bepaalde politieke kwestie
Indirecte democratie: (in NL) hierbij nemen een aantal gekozen vertegenwoordigers in het
parlement de beslissingen, bij deze vorm van democratie = ook wel:
Parlementaire democratie: de gekozen vertegenwoordigers vormen samen het parlement
Rechtsstaat is de basis van onze democratie,
kenmerken van parlementaire democratie:
- Rechten van minderheden worden gerespecteerd
- Machtenscheiding
- Volksvertegenwoordigers gekozen
- Regering & parlement maken samen wetten (pas geaccepteerd als meerderheid
instemt)
- individuele vrijheid
- Burgers hebben politieke grondrechten: 1. Stemmen als je 18 bent, 2. Iedereen mag
politieke partij/vereniging opzetten, 3. Verkiezingen zijn vrij 4. Iedereen mag
demonstreren
- Persvrijheid
Autoritair regime: alle macht is in de handen van 1 persoon (dictator), familie, kleine groep
mensen, partij of militairen
Dictatuur: heftigste vorm van autoritair regime: volledig autoritair regime
Vormen van regimes:
1. Ideologie: een verzameling ideeën over wat belangrijk is in de maatschappij en hoe mensen
het beste met elkaar kunnen samenleven. (In bijv. China/Noord-Korea heeft de communistische
partij alle macht.)
2. Religieus regime: In bijv. Iran (islamitische godsdienst) bevolking mag wel stemmen maar alles
, moet goedgekeurd worden door geestelijke leiders.
3. Militair regime: leger heeft de macht en leider is een militair
Kenmerken van een autoritair regime:
- Geen machtenscheiding
- Geen onafhankelijke rechters
- Vaak sprake van verkiezingsfraude, manipulatie & geweld
- Oppositiepartijen (partijen die niet in de regering zitten) = vaak verboden
- Geen rechtsstaat & grondrechten worden niet gerespecteerd: 1. Geen recht op vrije
meningsuiting 2. Critici & politieke tegenstanders lopen veel risico
- Geen persvrijheid, er is dan ook een censuur: overheidscontrole van de media
- Grote politieke rol voor de militairen
3.2 Politieke stromingen
Twee belangrijke vragen als het gaat over een ideologie:
1. Welke normen en waarden staan centraal?
2. Wat is de gewenste rol van de overheid op sociaaleconomisch gebied? wordt een onderscheid
gemaakt in:
1. Links: wil dat de overheid ingrijpt om ongelijkheid tussen mensen te verminderen.
2. Rechts: vindt dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor een beter bestaan.
3. Politieke midden: wanneer een ideologie tussen L & R inzit
Verschillende stromingen:
Liberalisme: mensen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Belangrijke waarden zijn:
1. Persoonlijke en economische vrijheid
2. Individuele verantwoordelijkheid
3. Tolerantie
Sociaaldemocratie: benadrukt dat niet iedereen gelijke kansen en mogelijkheden heeft.
(vroeger socialisme, maar nu zijn ze niet meer tegen vrijemarkt- economie, maar vinden dat
kennis, inkomen, macht etc. beter moet worden verdeeld) Belangrijke waarden zijn:
1. Solidariteit
2. Gelijkwaardigheid
Sociaaldemocraten wilden een einde maken aan de armoede en ongelijkheid, maar er waren
twee verschillende groepen (met andere meningen over de oplossing hiervan)
1 Communisten: wilden dat door revolutie arbeiders alle macht zouden overnemen
2 Sociaaldemocraten: wilden via verkiezingen in de regering komen en zo de
maatschappij verbeteren.
Christendemocratie: