Maatschappijleer Hoofdstuk 2. Jongeren
Samenvattingen & begrippen
_________________________________________
Paragraaf 2.1 Hoe word je wie jij bent
Cultuur en Socialisatie
Cultuur- Is de verzamelnaam voor alle normen, waarden en
gewoonten die mensen in een bepaalde groep of samenleving met
elkaar delen.
(Normen: ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen).
(Waarden: Dingen die je belangrijk vindt als persoon en/of groep).
Het gedrag dat bij jouw cultuur hoort leer je aan. Dit wordt
socialisatie genoemd.
Socialisatie- Het bewust of onbewust aanleren van normen, waarden
en gewoonten die bij jouw groep of samenleving horen.
Waar socialiseer je?
Gezin
School
Vrienden en Vriendinnen
Sportclub
Werk
Geloof
Media
Overheid
Aangeboren of aangeleerd?
Nature- Staat voor het deel/gedrag dat aangeboren is.
(Ezelsbruggetje: Nature is natuurlijk)
Nuture- De opvoeding, dus aangeleerd gedraag.
, Paragraaf 2.2 Een leven lang leren
Hoe leren we?
Door informatie en aanwijzingen
Imitatie
Ervaringen
Experimenteren
Goed of fout gedrag?
Sociale controle- Mensen in je omgeving letten op hoe jij je gedraagt.
Bijv. Als je spijbelt spreken je ouder en je leraren je erop aan.
Sociale controle vindt plaats thuis, op je school en je werk. Bij sociale
controle maak je gebruik van Sancties- Dat zijn manieren waarop
iemand laat merken of je iets goed of fout gedaan hebt.
Een Positieve sanctie is een beloning Bijv. Complimentje,
loonsverhoging.
Een Negatieve sanctie is bijv. strafwerk of een bekeuring.
Belang- Bijv. wat heb je eraan als je iemand aanspreekt
Zonder na te denken
Internalisatie- Aangeleerde normen en waarden zijn vanzelfsprekend
gedrag geworden.
Bijv. rechts rijden in het verkeer, je handopsteken als je iets wilt
vragen.
Jouw identiteit
Identiteit- Is de persoon die jij bent, gevormd door alle kenmerken die
bij jou horen en je ervaringen.
Bijv. de ene is een Christelijke rotterdammer die hardrock luistert. En
de ander heeft Turkse roots en luistert naar hiphop.
Rolpatronen- Gedrag dat we van elkaar in bepaalde situaties
verwachten.
Samenvattingen & begrippen
_________________________________________
Paragraaf 2.1 Hoe word je wie jij bent
Cultuur en Socialisatie
Cultuur- Is de verzamelnaam voor alle normen, waarden en
gewoonten die mensen in een bepaalde groep of samenleving met
elkaar delen.
(Normen: ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen).
(Waarden: Dingen die je belangrijk vindt als persoon en/of groep).
Het gedrag dat bij jouw cultuur hoort leer je aan. Dit wordt
socialisatie genoemd.
Socialisatie- Het bewust of onbewust aanleren van normen, waarden
en gewoonten die bij jouw groep of samenleving horen.
Waar socialiseer je?
Gezin
School
Vrienden en Vriendinnen
Sportclub
Werk
Geloof
Media
Overheid
Aangeboren of aangeleerd?
Nature- Staat voor het deel/gedrag dat aangeboren is.
(Ezelsbruggetje: Nature is natuurlijk)
Nuture- De opvoeding, dus aangeleerd gedraag.
, Paragraaf 2.2 Een leven lang leren
Hoe leren we?
Door informatie en aanwijzingen
Imitatie
Ervaringen
Experimenteren
Goed of fout gedrag?
Sociale controle- Mensen in je omgeving letten op hoe jij je gedraagt.
Bijv. Als je spijbelt spreken je ouder en je leraren je erop aan.
Sociale controle vindt plaats thuis, op je school en je werk. Bij sociale
controle maak je gebruik van Sancties- Dat zijn manieren waarop
iemand laat merken of je iets goed of fout gedaan hebt.
Een Positieve sanctie is een beloning Bijv. Complimentje,
loonsverhoging.
Een Negatieve sanctie is bijv. strafwerk of een bekeuring.
Belang- Bijv. wat heb je eraan als je iemand aanspreekt
Zonder na te denken
Internalisatie- Aangeleerde normen en waarden zijn vanzelfsprekend
gedrag geworden.
Bijv. rechts rijden in het verkeer, je handopsteken als je iets wilt
vragen.
Jouw identiteit
Identiteit- Is de persoon die jij bent, gevormd door alle kenmerken die
bij jou horen en je ervaringen.
Bijv. de ene is een Christelijke rotterdammer die hardrock luistert. En
de ander heeft Turkse roots en luistert naar hiphop.
Rolpatronen- Gedrag dat we van elkaar in bepaalde situaties
verwachten.