Als opvoeden niet vanzelf gaat (Van Hoof & De Vries,
2014)
CH 1 (Hoofdstuk 1 & 2)
Wat is pedagogiek?
Wetenschap die opvoeden als object heeft; het denken over opvoeding staat
centraal.
Pedagogiek is gericht op het ‘normale’ kind en de ‘normale’ opvoeding.
Orthopedagogiek: De wetenschap die zich bezighoudt met bijzondere of
specifieke opvoeding en het in zijn ontwikkeling belemmerde kind. Richten op de
opvoeding, zodat de ouders het later weer zelf kunnen.
Grieks
Pais = kind
Agoogè = 1. het wegvoeren, vervoer
2. opvoeding
Orthos= recht(op)
Alle schakeringen in het leven die mogelijk zijn en zodanig voorkomen zonder dat
deze tot grote opvoedproblemen leiden. Bekijken vanuit:
1. Cultuur
2. Tijd
5% complex, 15% intensief, 80% ‘normaal’. We zien steeds vaker kinderen
waarbij de ontwikkeling niet normaal verloopt, omdat de wetenschap steeds
verder is. Ook moeten we overal verantwoording voor afleggen.
Opvoedingsimpasse
Fase 1: Stagnatie in de opvoeding. (het gaat niet meer zoals de ouders het graag
hebben)
Fase 2: Het probleem kan nog met de gewone middelen aangepakt worden.
Fase 3: Deze aanpak levert niet op wat het zou moeten opleveren.
Fase 4: Men heeft het idee dat er geen mogelijkheden meer zijn om zelfstandig
aan de stagnatie te werken en deze te verhelpen. Ouders komen er niet meer uit
om zelfstandig het probleem op te lossen. (Steutel, 1986)
De criteria van Rutter
Kinderen met problemen die om meer aandacht vragen:
1
, • Leeftijdsadequaat gedrag? Is het normaal voor de leeftijd?
• Duur van het probleemgedrag?
• Omstandigheden van het gedrag? (welke positieve en negatieve
omstandigheden zijn er rondom het gedrag? Welke omstandigheden
hebben invloed op het gedrag?)
• Socio-culturele setting? Past het in een cultuur?
• Hoeveelheid en frequentie? Hoeveel en hoe vaak komt het voor?
• Type problemen en mate van voorkomen in de populatie? (Als veel mensen
het hebben is het minder erg dan dat slechts enkele mensen het hebben)
• Intensiteit? Hoe erg is het?
• Verandering van gedrag? Is het gedrag begrijpelijk of onverwachts?
• Situatiegebondenheid? Komt het in één of meerdere situaties voor? Als het
in meerdere situaties voorkomt is het probleem vaak groter.
(Criteria van Rutter, 1975)
Problematische OpvoedingsSituatie (POS)
Een situatie tussen opvoeders en kind, die als nagenoeg perspectiefloos ervaren
wordt en waarbij men er niet meer in slaagt om die situatie perspectiefbiedend te
maken zonder hulp van buitenaf.
Omvat drie componenten:
- het kind met een specifieke vraagstelling ( Het kind laat een bepaald
gedrag zien, en dat gedrag vraagt om een speciale manier van omgang. )
- de opvoeder die zoekt naar de betekenis achter het gedrag van het kind
en die probeert, daar een pedagogisch antwoord op te geven.
- de situatie, die gekenmerkt wordt door handelingsverlegenheid bij de
opvoeders en waarbinnen ook andere personen en/of factoren uit de
omgeving invloed hebben op de opvoeding. (Handelingsverlegenheid:
ouders weten niet meer hoe ze moeten opvoeden of hoe ze iets aan
moeten pakken)
Betekenis orthopedagogiek binnen de huidige veranderingen in de zorg:
- Belang van eigen kracht (probeer mensen het zelf te laten doen,
empowerment)
- Betekenis van het eigen netwerk
- Herstel van het gewone leven (leven terugkrijgen, ook met terugslagen,
zodat de ouders het weer zelf kunnen na de hulp)
- Met (specifiek) opvoeden als middel
Specialistische benadering
• Systematisch, methodisch handelen
• Met behulp van specifieke methoden
• Door een professional
• Volgens geldende kwaliteitseisen
• In de alledaagse situatie (gezin, school) of in een speciale omgeving
(orthopedagogische instelling, speciaal onderwijs, als het niet anders kan)
Plaats van de orthopedagogiek
• Overkoepelende discipline bij ontwikkelings- en opvoedingsproblemen
• Maakt gebruik van andere disciplines (psychologie, psychiatrie)
• Maakt gebruik van verschillende theorieën
Opvoeden:
2