koopovereenkomst
3.1 Het bijzondere van de arbeidsovereenkomst en de
koopovereenkomst
In BW 7 komen bijzondere overeenkomsten terug. Twee van die bijzondere
overeenkomsten zijn de arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst. Alle
wetten uit BW 7 die over de arbeidsovereenkomst of de koopovereenkomst gaan,
gaan voor op de wetten in BW 3 en 6.
3.2 Arbeidsovereenkomst
3.2.1 Definitie van arbeidsovereenkomst
Een arbeidsovereenkomst kan worden omschreven als een overeenkomst waarbij
de werkgever iemand in dienst neemt, een werknemer, die tegen loon arbeid
verricht voor die werkgever. De wetgeving rondom de arbeidsovereenkomst
omvat veelal dwingend recht. Het is dus erg belangrijk dat er aan alle
voorwaarden wordt voldaan als er een arbeidsovereenkomst wordt gesloten. Het
kan ook zijn dat er een overeenkomst van opdracht is of een overeenkomst van
aanneming. Deze twee overeenkomsten bevatten veel aanvullend recht. Als een
werknemer een arbeidsovereenkomst heeft, dan is zijn rechtspositie veel beter
dan wanneer er een overeenkomst is op basis van een overeenkomst tot
aanneming of een overeenkomst van opdracht.
Hierbij komt kijken dat
- De ene partij, de werknemer, verbindt zich gedurende zekere tijd arbeid te
verrichten
- Dit gebeurt in dienst van de andere partij, de werkgever
- Deze andere partij, de werkgever, verbindt zich loon aan de werknemer te
betalen
Als er aan deze drie voorwaarden wordt voldaan dan is de werknemer in dienst.
(voorwaarden arbeidsovereenkomst)
Van dwingend recht mag niet worden afgeweken, dit omdat het wettelijk is
opgesteld.
Er moet ook een duidelijke gezagsverhouding zijn. Dit is een uitgangspunt
aanwezig dat de werkgever bevoegd is tijden het werk eenzijdig instructies aan
de werknemer te geven.
3.2.2 Enkele afspraken in de arbeidsovereenkomst
In een arbeidsovereenkomst zijn de volgende afspraken opgenomen:
• De functie: de functie waarin de medewerker zal gaan werken wordt
vastgelegd. In BW 3 en 7 zijn hier geen regels over opgenomen. Vertellen
wat voor werkzaamheden hij zal vervullen. Bij het afspreken mag het niet
in strijd zijn met de wet. Als de arbeidsovereenkomst in strijd is dan is de
arbeidsovereenkomst nietig.
• Het loon: een werknemer heeft te allen tijde recht op het minimumloon. In
het BW zijn regels opgenomen betreffende het op tijd betalen van het loon.
Ook bij ziekte doorbetalen dat is 70% van laatst verdiende loon.
, • De werktijden: werktijden worden vaak expliciet afgesproken en daarna
opgenomen in het arbeidscontract. De werkgever moet zich daarbij
houden aan de Arbeidstijdenwet.
• De standplaats: werkgevers mogen zelf bepalen wat de standplaats van de
werknemer is. Hierover zijn geen regels opgenomen in het BW. Als er naar
een andere standplaats wordt gekeken dan moet dit met noodzaak zijn
waardoor de standplaats kan veranderen.
• Concurrentiebeding: het concurrentiebeding kan worden omschreven als
het beperken van de werknemer in zijn bevoegdheid om na het einde van
zijn arbeidsovereenkomst voor een concurrent te gaan werken. Een
concurrentiebeding is slechts geldig als de werknemer meerderjarig is en
als het schriftelijk wordt overeengekomen. Bij overtreding is er vaak een
hoge boete.
• Proeftijdbeding: tijdens de proeftijd mogen werkgever en werknemer te
allen tijde de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen.
Als het een tijdelijk contract betreft, minder dan twee jaar, dan mag de
proeftijd maximaal een maand duren, is er sprake van een vast
arbeidscontract, twee jaar of langer, dan mag de proeftijd hooguit twee
maanden duren. Worden deze termijnen overschreden, dan is het totale
proeftijdbeding in het geheel nietig. Een proeftijd is alleen maar geldig als
deze schriftelijk is overeengekomen.
3.2.3 Ontslagrecht
De arbeidsovereenkomst kan een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of
voor onbepaalde tijd zijn. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is voor
een bepaalde periode gesloten. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd loopt
door tot de werkgever of werknemer of beide partijen de overeenkomst
beëindigen. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan opnieuw worden
aangegaan als de tijd verstreken is. Dit kan na de eerste beëindiging nog twee
keer, dus in totaal kan iemand drie keer een tijdelijk contract hebben. Mocht er
na deze derde keer nog een tijdelijk contract afgesloten willen worden, dan wordt
dit gelijk een vast contract, dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt na 36 maanden ook een
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Als de werkgever wil dat een
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ten einde komt, dan kan dit op twee
manieren gebeuren. Namelijk door toestemming te vragen van het UWV
WERKbedrijf voor opzegging. Ook kan de werkgever een ontbindingsverzoek
aanvragen bij de rechter. Mochten deze verzoeken goedgekeurd worden, dan kan
de werkgever tot opzegging overgaan. Hierbij moet hij rekening houden met de
opzeggingstermijn die minimaal één maand is en maximaal vier maanden. Als
een overeenkomst wordt opgezegd ten tijde van de proeftijd of er sprake is van
ontslag op staande voet, dan hoeft geen toestemming te worden gevraagd.
Er zijn echter nog twee uitzonderingen.
1. Opzegging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd.
2. Ontslag op staande voet; de wet spreekt hier van dringende redenen.