Leerdoelen
Je kunt:
- Aangeven hoe het beslisproces van consumenten verloopt
Het beslisproces is afhankelijk van verschillende factoren
Waar je voor kiest:
Kiezen voor voedingsmiddelen (Lekker of gezond?)
Kiezen voor dieettrouw (Wel of niet volhouden?)
Kiezen voor hulpbron (Diëtist, gewichtsconsulent, zelfhulpboek of blogger)
Afhankelijk van de beslissing gebeurt dit bewust of onbewust
• Herkennen van probleem, informatie zoeken, evalueren van alternatieven,
(aankoop)beslissing en evaluatie…
• Verschil tussen grote en kleine aankoop/beslissing
• Verschil tussen incidenteel en routine
Consumentengedrag Blok 3.3
, - Analyseren hoe het gebruik van schema’s en heuristieken het
keuzeproces beïnvloeden
Denken
Denken in een notendop = wanneer er gezegd wordt
‘he dat is een huis’ dan weet de ander precies wat
er bedoeld wordt. (Inclusief ruiken, voelen en horen).
Voorwerpen, dingen enz. worden concepten
genoemd, iedereen weet wat je bedoeld.
Schema’s, scripts en heuristieken
Objecten à Schema’s à Scripts à Heuristieken
De concepten die we kennen en waar we aan denken vormen schema’s rondom
een bepaald concept (bv ‘huis’).
Schema’s in een bepaalde volgorde wordt script genoemd. Een heuristiek is een
vuistregel om systematisch en methodisch te werk te gaan (houdt situaties ook
gelijk omdat ze iedere keer een vast verloop proces hebben).
Hierin worden denkfouten gemaakt: soms gestuurd door emotie, spijt, recente
gebeurtenissen, ervaring. (vb snacks: als ik moe ben pak ik chips, maak de zak
open en ga eten). Wanneer de situatie niet verloopt zoals in de heuristiek
bepaald dit het gedrag wat vertoond wordt.
Voorbeelden
(concept) trein > (schema) inchecken, stoelen, knop, > (script) naar station
lopen, inchecken, naar perron lopen, knop
(concept) aardappelen > (schema) vastkokend, kruimig, krieltjes, gekookt,
gebakken > (script) pakken, wassen, schillen, snijden, pan, water, koken
Voorbeeld heuristieken:
SNACKEN: Als ik moe ben, mag ik een zak chips leeg eten > dus?
GEBAKKEN AARDAPPELTJES: Op gebakken aardappeltjes hoort veel zout en een
klodder mayonaise om het echt lekker te maken > dus?
RESTAURANT: Als je plaatsneemt aan tafel, moet de ober meteen langs komen
voor een drankje > dus?
Voorbeeld van concepten, schema’s, scripts en heuristieken:
In de eerste paar sessies kan ze je toch wat handreikingen doen over hoe je
Consumentengedrag Blok 3.3