Biologie voor jou (bvj) Boek 2B havo/vwo
Release 8.1 isbn: 9789402072792
Basisstof 1 t/m 6
Extra stof 7 en 8
Basisstof 1 De puberteit
Geslacht (sekse): Vrouw of man
Intersekse: De geslachtskenmerken verschillen van de norm (man of vrouw), het lichaam heeft zowel
mannelijke als vrouwelijke kenmerken.
Geslachtskenmerken: Lichamelijke kenmerken waaraan je het geslacht herkent.
Wat zijn primaire en • Primaire geslachtskenmerken zijn al bij de geboorte aanwezig.
secundaire – bij jongens: o.a. balzak en penis
geslachtskenmerken? – bij meisjes: o.a. schaamlippen en vagina
Noem voorbeelden • Secundaire geslachtskenmerken ontstaan vanaf ongeveer het tiende levensjaar.
– bij jongens: o.a. borsthaar, baardgroei, zwaardere stem, gespierde lichaamsbouw
– bij meisjes: o.a. borsten, brede heupen, ronde lichaamsvormen
Beschrijf lichamelijke – Er vindt een snelle groei plaats (groeispurt).
veranderingen in de – De voortplantingsorganen gaan functioneren.
puberteit. – De secundaire geslachtskenmerken ontstaan.
Beschrijf geestelijke – Meer belangstelling krijgen voor andere mensen.
veranderingen in de – Soms verliefd worden op iemand.
puberteit. – Seksualiteit begint een belangrijke rol te spelen in het leven.
– Je stelt je zelfstandiger op naar je ouders.
– Anders omgaan met vrienden en vriendinnen, vaker vriendschappen in groepjes.
– Soms boos, onzeker, eenzaam of verdrietig voelen.
, Schema van de
ontwikkeling van
jongens en meisjes
snappen en leren:
Basisstof 2 Een vrouw
Noem de delen (6) van • Eierstokken: hierin vindt de ontwikkeling van de eicellen plaats.
het – Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen.
voortplantingsstelsel – De ontwikkeling van de eicellen begint in de puberteit onder invloed van hormonen uit
van een vrouw met hun de hypofyse.
functies en kenmerken. – Een eicel bevat veel reservevoedsel.
• Baarmoeder: hierin kan een bevruchte eicel zich ontwikkelen tot een kind.
• Clitoris: gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven.
– clitoriseikel: gevoelig ‘knopje’ dat zichtbaar is aan de buitenkant
– clitorishoed: huidplooi om de clitoriseikel
– zwellichamen: vullen zich met bloed als de vrouw seksueel opgewonden raakt
• Buitenste schaamlippen: de dikke, behaarde huidplooien.
• Binnenste schaamlippen: de dunne, gladde huidplooien.
– In de wand liggen klieren die bij seksuele opwinding slijm produceren.
– Na de puberteit zijn de binnenste schaamlippen bij de meeste vrouwen groter dan de
buitenste.
• Vagina: is aan de binnenkant bekleed met slijmvlies.
– Rond de opening kan een randje weefsel zitten: het maagdenvlies.
– Bij menstruatie worden slijmvlies en bloed via de vagina afgevoerd.
Inwendig
voortplantingsstelsel
van een vrouw