H5 gaswisseling
Gaswisseling = het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxide aan de
omgeving
Eencellige dieren doen gaswisseling via celmembraan
Meercellige dieren hebben speciale organen:
● Tracheeën
○ Sterk vertakte luchtbuizen in het lichaam van een insect. Via openingen
(stigma’s) komt lucht in dit tracheeënstelsel
● Kieuwen
○ Bij vissen en jonge amfibieën
○ Kieuw bestaat uit een kieuwboog met daarop kieuwplaatjes. In deze plaatjes
liggen de bloedvaatjes
● Longen
○ Reptielen, vogels en zoogdieren (en volwassen amfibieën)
Ademhalingsstelsel:
● Neusholte
○ Bekleed met neusslijmvlies (met slijm producerende cellen) --> maakt
ingeademde lucht vochtig en warmer
○ Bevat neusharen --> grote stofdeeltjes tegen houden
○ Bevat trilhaarcellen --> slijm (met stofdeeltjes en ziekteverwekkers) naar
keelholte vervoeren
○ Bevat reukzintuig --> waarschuwingsorgaan
● Mondholte
● Keelholte
○ Huig --> sluit neusholte af bij slikken
● Strottenhoofd
○ Bevat stembanden
○ Strotklepje --> sluit luchtpijp af bij voedsel slikken
● Luchtpijp
○ Wand bevat kraakbeenringen
● Bronchiën (2 x)
○ Wand bevat kraakbeenringen
● Luchtpijptakjes
○ Wand bevat nu spiertjes
● Longblaasjes
○ Zitten op einde van luchtpijptakjes
○ Heel groot oppervlakte
○ Hele dunne wand (1 laag cellen) en omgeven door netwerk van haarvaatjes --
> gaswisseling tussen longblaasjes en longhaarvaten (zuurstof gaat het bloed
in en koolstofdioxide wordt afgegeven)
Luchtpijp, bronchiën en luchtpijptakjes zijn bekleed met slijm producerende cellen en
trilhaarcellen, die stof en ziekteverwekkers afvoeren naar de keelholte
Lucht bevat:
● Stikstof 78%
● Zuurstof 21%
Gaswisseling = het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxide aan de
omgeving
Eencellige dieren doen gaswisseling via celmembraan
Meercellige dieren hebben speciale organen:
● Tracheeën
○ Sterk vertakte luchtbuizen in het lichaam van een insect. Via openingen
(stigma’s) komt lucht in dit tracheeënstelsel
● Kieuwen
○ Bij vissen en jonge amfibieën
○ Kieuw bestaat uit een kieuwboog met daarop kieuwplaatjes. In deze plaatjes
liggen de bloedvaatjes
● Longen
○ Reptielen, vogels en zoogdieren (en volwassen amfibieën)
Ademhalingsstelsel:
● Neusholte
○ Bekleed met neusslijmvlies (met slijm producerende cellen) --> maakt
ingeademde lucht vochtig en warmer
○ Bevat neusharen --> grote stofdeeltjes tegen houden
○ Bevat trilhaarcellen --> slijm (met stofdeeltjes en ziekteverwekkers) naar
keelholte vervoeren
○ Bevat reukzintuig --> waarschuwingsorgaan
● Mondholte
● Keelholte
○ Huig --> sluit neusholte af bij slikken
● Strottenhoofd
○ Bevat stembanden
○ Strotklepje --> sluit luchtpijp af bij voedsel slikken
● Luchtpijp
○ Wand bevat kraakbeenringen
● Bronchiën (2 x)
○ Wand bevat kraakbeenringen
● Luchtpijptakjes
○ Wand bevat nu spiertjes
● Longblaasjes
○ Zitten op einde van luchtpijptakjes
○ Heel groot oppervlakte
○ Hele dunne wand (1 laag cellen) en omgeven door netwerk van haarvaatjes --
> gaswisseling tussen longblaasjes en longhaarvaten (zuurstof gaat het bloed
in en koolstofdioxide wordt afgegeven)
Luchtpijp, bronchiën en luchtpijptakjes zijn bekleed met slijm producerende cellen en
trilhaarcellen, die stof en ziekteverwekkers afvoeren naar de keelholte
Lucht bevat:
● Stikstof 78%
● Zuurstof 21%