§19.1 DNA compact verpakt in chromosomen.
DNA bevat alle informatie voor het maken van de eiwitmoleculen die nodig zijn
voor het goed functioneren van je lichaam. Deze beide strengen zijn in een
spiraalvorm om elkaar gedraaid tot een dubbele helix.
Deoxyribonucleotiden zijn de bouwstenen van DNA. Dit bestaat uit een
fosfaatgroep, suikermoleculen en een nucleïnebase (stikstof)
In DNA komen 4 verschillende nucleïnebase voor A, T, C, G. verbonden via
waterstofbruggen. Tussen A en T zitten 2 waterstofbruggen en tussen C en G
zitten 3 waterstofbruggen. De volgorde van de nucleïnebasen in een gen levert
de genetische code voor een erfelijke eigenschap.
Het DNA in een celkern is beschermd door eiwitten. Belangrijke rol daarbij spelen
de verpakkingseiwitten van het DNA, de histonen. Structuren die ontstaan heten
nucleosomen.
In de kern van een niet-delende cel zijn met een elektronenmicroscoop lichte en
donkere gebieden te zien. Donkere gebieden ontstaan door compact
gespiraliseerde chromatinedraden. In lichte gebieden zijn deze minder compact.
In lichte gebieden kan genexpressie plaatsvinden.
In het midden van de celkern van een eukaryoot ligt nog een donker deel: het
kernlichaampje. Dit is ontstaan uit rRNA en ribosomale eiwitten de ribosomen die
in het grondplasma nodig zijn bij translatie. In het centromeer en aan de
uiteinden zitten de telomeren, hier is de chromatidendraad altijd sterk
gespiraliseerd want er zitten geen genen in deze gebieden.
Epigentische veranderingen: zijn veranderingen aan het DNA die niet de
nucleotide volgorde beïnvloeden, maar kan wel de genexpressie beïnvloeden.
Mutatie gebeurt altijd in de middenbaan van het DNA. Dit beïnvloedt de
nucleotide volgorde wel.
Non-disjunctie: niet uit elkaar gaan van de chromosomenparen of chromatiden
scheiden niet goed van elkaar.
Replicatie: verdubbelen van DNA
Transcriptie: DNA omschrijven naar mRNA
Translatie: vertaling van RNA naar eiwit.
Replicatie:
5’ 3’
3’ 5’
Leidende streng 3’
5’
Volgende streng
- helicase (enzym) – verbreekt H-bruggen