Basiskennis boekhouden LOI Samenvatting
Hoofdstuk 8 Duurzame productiemiddelen
Duurzame productiemiddelen is een andere benaming door vaste activa. Op vaste activa
moet worden afgeschreven omdat ze in waarde dalen. Voorbeelden van deze materiële
vaste activa zijn: gebouwen, inventaris en vervoermiddelen. Deze duurzame
productiemiddelen worden opgenomen in rubriek 0.
Bijkomende kosten
De bijkomende kosten, zoals installatiekosten, afleverkosten en overdrachtskosten
komen bovenop de oorspronkelijke aanschafprijs.
Aanschafwaarde
De aanschafwaarde is de oorspronkelijke aanschafprijs + de bijkomende kosten. Bij een
journaalpost boek je de aanschafwaarde i.p.v. de oorspronkelijke aanschafprijs.
Waardevermindering dpm (duurzaam productiemiddel)
Wanneer we investeren in een duurzaam productiemiddel zijn er nog geen kosten
ontstaan. Deze ontstaan na het verstrijken van de tijd. Dat komt omdat het dpm zal dalen
in de waarde. Deze waardevermindering moet in de administratie worden vastgelegd.
Informatie
De winst van het boekjaar wordt beïnvloed door de mate waarin de
bedrijfsmiddelen in waarde dalen. We schrijven altijd af over de economische
levensduur.
Hoe noem je de waardedaling
Waardedaling per periode noemen we: afschrijvingskosten van het duurzame
productiemiddel.
De levensduur
Aller eerst moet je de levensduur van het dpm vaststellen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de economische levensduur en de
technische levensduur.
Technische levensduur
Dit is de levensduur wat het dpm daadwerkelijk mee kan gaan, er is dus
geen redden meer mogelijk voor het dpm.
Economische levensduur
Dit is de levensduur dat het dpm mee kan gaan gezien de economische
omstandigheden. Zoals door technologische ontwikkelingen, kan het zijn
dat het voor een bedrijf niet meer financieel aantrekkelijk is om een dpm
te houden. Er zijn dan betere duurzame productiemiddelen op de markt
die op de langer termijn meer geld opleveren.
Restwaarde
Bij het afschrijven moet er rekening gehouden worden met de restwaarde. De
restwaarde is het bedrag wat het dpm nog oplevert bij verkoop van het dpm, aan
het eind van de economische levensduur.
1
Hoofdstuk 8 Duurzame productiemiddelen
Duurzame productiemiddelen is een andere benaming door vaste activa. Op vaste activa
moet worden afgeschreven omdat ze in waarde dalen. Voorbeelden van deze materiële
vaste activa zijn: gebouwen, inventaris en vervoermiddelen. Deze duurzame
productiemiddelen worden opgenomen in rubriek 0.
Bijkomende kosten
De bijkomende kosten, zoals installatiekosten, afleverkosten en overdrachtskosten
komen bovenop de oorspronkelijke aanschafprijs.
Aanschafwaarde
De aanschafwaarde is de oorspronkelijke aanschafprijs + de bijkomende kosten. Bij een
journaalpost boek je de aanschafwaarde i.p.v. de oorspronkelijke aanschafprijs.
Waardevermindering dpm (duurzaam productiemiddel)
Wanneer we investeren in een duurzaam productiemiddel zijn er nog geen kosten
ontstaan. Deze ontstaan na het verstrijken van de tijd. Dat komt omdat het dpm zal dalen
in de waarde. Deze waardevermindering moet in de administratie worden vastgelegd.
Informatie
De winst van het boekjaar wordt beïnvloed door de mate waarin de
bedrijfsmiddelen in waarde dalen. We schrijven altijd af over de economische
levensduur.
Hoe noem je de waardedaling
Waardedaling per periode noemen we: afschrijvingskosten van het duurzame
productiemiddel.
De levensduur
Aller eerst moet je de levensduur van het dpm vaststellen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de economische levensduur en de
technische levensduur.
Technische levensduur
Dit is de levensduur wat het dpm daadwerkelijk mee kan gaan, er is dus
geen redden meer mogelijk voor het dpm.
Economische levensduur
Dit is de levensduur dat het dpm mee kan gaan gezien de economische
omstandigheden. Zoals door technologische ontwikkelingen, kan het zijn
dat het voor een bedrijf niet meer financieel aantrekkelijk is om een dpm
te houden. Er zijn dan betere duurzame productiemiddelen op de markt
die op de langer termijn meer geld opleveren.
Restwaarde
Bij het afschrijven moet er rekening gehouden worden met de restwaarde. De
restwaarde is het bedrag wat het dpm nog oplevert bij verkoop van het dpm, aan
het eind van de economische levensduur.
1